Tussen paardenbloemen

Max en Vera zaten in een weiland dat geel was van de paardenbloemen. Zoveel paardenbloemen hadden ze nog nooit bij elkaar gezien. Het gras zelf was nauwelijks meer te zien.

De zon scheen en de lucht was blauw. In de verte hingen wat wolken, maar ook als je er lang naar keek, bewogen ze niet. Ze kwamen niet dichterbij, ze gingen niet weg. Ze hingen daar maar. Een rustig idee.

Max en Vera waren van plan geweest de paardenbloemen te tellen. Toen ze het weiland zagen waren ze er zo van onder de indruk dat ze niets anders konden verzinnen. Er stonden vast wel een miljoen bloemen. Het idee dat je een miljoen bloemen zélf kon tellen, het was bijna te opwindend voor woorden. Maar toen ze een half uur bezig waren geweest, zagen ze in dat het zinloos was. Ze hadden al meer dan tweehonderd bloemen geteld, en dat op een stukje weiland dat nog niet groter was dan een handdoek. Terwijl het weiland groter was dan een voetbalveld. Vermoeid, maar ook beduusd zaten ze nu dus naast elkaar. Ze kriebelden wel trouwens, die paardenbloemen.

,,Wat is dit eigenlijk?'' vroeg Vera. Ze had een gele bloem in haar hand, géén paardenbloem. Het was een veel kwetsbaarder bloemetje, op een lange, dunne steel.

,,Een boterbloem denk ik,'' antwoordde Max. Hij boog zich naar Vera en bekeek de bloem.

Vera rook er aan. ,,Hij ruikt niet naar boter,'' zei ze toen.

Max lachte. ,,Waar ruikt ie dan naar?''

Vera dacht na. Ze hield de bloem heel dicht onder haar neus. Ze rook duidelijk iets, maar erg lekker was het niet. Het stonk zelfs. ,,Iets vies,'' antwoordde ze.

,,Ooh, dan is het een stinkende gouwe,'' zei Max toen ineens, en terwijl hij het zei wíst hij dat het nog waar was ook. De stinkende gouwe was een bloem die heel erg op een boterbloem leek. Alleen had hij in plaats van vijf gele blaadjes vier gele blaadjes en heel andere bladeren langs de steel.

Vera keek Max aan.

Ze keek hem niet zomaar aan, ze keek hem heel onderzoekend aan. Ze zag Max iedere dag, maar toch kwam er steeds weer iets nieuws uit hem. Hoe kon iemand die altijd hetzelfde was toch steeds anders zijn? Nu dit weer, bijvoorbeeld, een stinkende gouwe. Waar haalde hij het vandaan? Max begon alleen te blozen, dat wel. ,,Hoe weet jij dat Max?'' vroeg Vera toen heel langzaam.

,,Weet ik niet,'' zei Max snel. Hij strekte zich uit in de paardenbloemenwei en keek naar de lucht. Er kwam geen vliegtuig over, wat jammer was, want de lucht was er perfect voor, blauw als op vakantiefoto's.

,,Kom op!'' drong Vera aan, ,,anders ga ik je kietelen hoor.'' Ze rolde alvast tegen Max aan en kriebelde hem met de bloem onder zijn neus.

,,Het is gewoon een stinkende gouwe,'' proestte Max, ,,ik kan er niets aan doen. Dat weet ik gewoon. Hatsjie!''

Max nieste zo hard dat de bloem uit Vera's hand vloog. Hij wist wel hoe hij het wist. Soms hoorde hij op de radio mensen over dieren en planten praten. Ze draaiden er violen en pianomuziek bij. Daar had hij een keer iemand over boterbloemen gehoord. En dat er heel veel mensen waren die boterbloemen verwarden met stinkende gouwe. Maar dit durfde hij niet tegen Vera te zeggen. Ze zou hem beslist uitlachen. Daar had je Max weer die 's ochtends als zij nog sliep stiekem naar de radio luisterde en deed alsof hij grote mensen begreep.

,,Nou is de gouwe stinkerd weg,'' piepte Vera intussen en ze begon Max keihard te kietelen, ,,Kom op Max, ik ben een ridder en jij bent een paard.''

Max hinnikte hard.

En even later draafden ridder en paard door het veld vol paardenbloemen.