Tot mijn twintigste was ik blank

De Chinees-Amerikaanse Maya Lin ontwierp niet alleen het Vietnam-monument in Washington.

Ze is architect èn kunstenaar.

,,Ik wil laten zien dat ik nog meer kan.''

Bonk, bonk, bonk. Het doffe geluid van een houten hamer op modelleerklei mengt zich met de gebruikelijke claxons en sirenes van een drukke straat in New York. Terwijl Maya Lin praat laat ze schijnbaar gedachtenloos de hamer ritmisch neervallen op een ontwerp voor een nieuw park in Grand Rapids, Michigan. ,,Ze vroegen me eerst om een beeld te maken dat de buurt zou opkrikken'', zegt ze, ,,maar ik hou niet van plop art, van kunst die zomaar ergens neerploft. Intussen blijkt dat de hele wijk op de schop gaat, nu vind ik het interessant worden.'' Op het golvende terrein komen een amfitheater en een ijsbaan met constellaties onder het ijs, ,,als de reflectie van sterren in het water''.

De Chinees-Amerikaanse Maya Lin (40) heeft de uitstraling van haar werk: delicaat maar onverzettelijk. Ze lacht weinig, wordt niet graag tegengesproken of geïnterrumpeerd en weet heel goed wat ze wil. Dat is: met ernst en toewijding bezig zijn op de twee gebieden die haar ,,samen heel maken'', zoals ze dat zelf zegt: kunst én architectuur. Vorig jaar brak ze door op allerlei gebied. Na jaren van uitstellen hield ze haar eerste solotentoonstelling, van haar sculpturen in een galerie in New York, in Tennessee werd haar grootste architectuurproject tot nu toe geopend en voor het eerst ontwierp zij een serie meubelen, voor fabrikant Knoll, getiteld The earth is (not) flat.

Beroemd was ze al lang. Dat was begin jaren tachtig in één klap gebeurd, met haar even simpele als zuivere ontwerp voor het Vietnam Veterans Memorial in Washington DC: een enorme verzonken V-vorm van zwart graniet waarin de namen gebeiteld staan van de 58.000 mensen die tussen 1959 en 1973 omkwamen in Vietnam. De verbijstering was groot toen bleek dat uit ruim 1400 inzendingen het voorstel was gekozen van een onbekende 21-jarige studente architectuur aan de Yale-universiteit. Vooral veel Vietnam-veteranen vonden het moeilijk te verkroppen dat `hun' monument door een Aziaat zou worden ontworpen. In een met een Oscar bekroonde documentaire over haar werk uit 1994 zegt Lin: ,,Deze controverse was een nasleep van de oorlog zelf. Ik wist meteen dat ik voor het monument zou moeten vechten.''

Dat heeft ze standvastig gedaan, met een kalmte waar zelfs haar felste tegenstanders door geïmponeerd raakten. Het kostte haar jaren om als meer gezien te worden dan alleen de gedenkteken-ontwerpster. ,,Jarenlang kreeg ik na elke bomaanslag of vliegtuigongeluk een fax met het verzoek een monument te ontwerpen.'' Sindsdien heeft ze zich slechts twee keer met dergelijke herdenkingstekens ingelaten: een monument voor de burgerrechtenbeweging in Montgomery, Alabama (1989) en een `Women's Table' voor haar eigen universiteit (1993).

Haar signatuur bij dit soort monumenten is direct herkenbaar: het is de combinatie van kracht en subtiliteit. ,,Hoe groot ze ook zijn, ze bieden een intieme ervaring. Het zijn geen billboards. Het lezen van de 58.000 namen van gesneuvelden op het Vietnam-monument is net zoiets persoonlijks als het lezen van een boek in de buitenlucht.'' Naar de Vietnam-muur, die nu haast een bedevaartsoord is bij het herdenken van de val van Saigon 25 jaar geleden, gaat ze zelden terug. ,,Ik voel me daar een beetje een voyeur. Mijn rol daar is uitgespeeld. En ik wilde laten zien dat ik nog meer kon.''

Puzzeldoosjes

De studie architectuur die zo ruw werd onderbroken, heeft ze wel afgemaakt, maar ze heeft nooit de in Amerika verplichte examens afgelegd om het vak te mogen uitoefenen. Als gevolg daarvan moet ze altijd met een erkende architect samenwerken. Tot nu toe biedt dat volgens haar eigenlijk alleen voordelen. ,,Daardoor kan ik klein blijven en me concentreren op wat ik echt belangrijk vind. Ik heb dan ook geen firma, maar een studio met twee assistenten. Ik weet niet hoe ik anders mijn architectuur en mijn beelden in evenwicht kan houden. Mijn idee van succes is niet om tientallen mensen in dienst te hebben en de hele wereld over te vliegen en met een miljoen projecten tegelijk bezig te zijn. Sommige projecten hebben jaren nodig om te rijpen.''

Het duurde tot 1993 voor ze haar eerste opdracht als architect kreeg, voor de inrichting van het Museum of African Art in New York. Er was weinig tijd en nog minder geld. Maya Lin hielp als architect zelf ook bij de bouw en vroeg zich ondertussen af of dit architectuur was of decorbouw. Niet lang daarna volgde een opdracht die in alle opzichten anders was: de software-magnaat en kunstverzamelaar Peter Norton vroeg haar het interieur te ontwerpen voor een appartement van twee verdiepingen in New York. Was er in het African Art-museum vijftig dollar per vierkante meter beschikbaar, hier waren dat er duizenden. Het appartement zit als een Japans puzzeldoosje van glas, staal en hoogblond sycamore-hout in elkaar: een kast kan worden gedraaid om een wand te vormen, het meubel in de keuken blijkt een tafel te zijn met zes perfect daarop aansluitende stoelen. ,,Het werd iets tussen kunst, meubelontwerp en architectuur in, een kleine installatie, waarin ik van de opdrachtgever de tijd en het geld en de ruimte kreeg om mijn ideeën tot het uiterste te onderzoeken.''

In opdracht van het Children's Defense Fund veranderde ze een oude hooischuur op een boerderij buiten Knoxville, Tennessee (vroeger eigendom van Alex Haley, auteur van de slavenkroniek Roots) in een bibliotheek en conferentie-oord. Achter de verweerde planken van de onderbouw heeft ze een ontvangstruimte en een winkeltje van blauwgroen glas ingevoegd; ze wil dat betreden van het gebouw wordt ervaren als het wegpellen van de ruwe buitenhuid.

In vergelijking met de gladde oppervlaktes en rechte hoeken van het Norton-huis en de schuur in Tennessee zijn Maya Lins meubels voor Knoll expressieve sculpturen - met name de Stones: lage ovale poefs van beton in aardse kleuren met een licht uitgehold zitvlak, om te ,,ontsnappen aan de Westeuropese meubeltraditie'', legt ze uit. ,,Picasso heeft veel geleend van de Afrikaanse kunst, Frank Lloyd Wright van de Japanse architectuur - maar de westerse meubels teren al honderden jaren op dezelfde traditie. Daar was ik zo verbaasd over!'' Lin was bang dat ze zich geen raad zou weten met de stoelen. ,,Voor een ontwerper is een stoel een soort zelfportret. Ik dacht: o god, ík lijk toch niet op vier poten en een rug? Toen ik de Stones had bedacht zei ik tegen Knoll: ik weet niet wat het is, maar dit ben ik.''

Topografieën

De meubels dragen titels als Stones, en Equator, en Longitude; op haar New-Yorkse solotentoonstelling Topographies waren sculpturen te zien van veranderlijke natuurlijke materialen als bijenwas met lood, geblazen glas en een wand van gips waar een scheur doorheen loopt als de bedding van een rivier. Voor de universiteit van Michigan ontwierp ze in 1995 Wave Field, een grasveld met bijna vijftig `golven', sommige bijna een meter hoog. ,,Ik wilde meer weten over wat er in dat gebouw gebeurde en was aan het lezen over de vloeistofdynamica. In dat boek zag ik een foto van pulserende oceaangolven. Dat was het beginpunt.''

Landschap, de oceaan, de vorm van een steen of een golf of de kromming van de aarde: dat zijn haar thema's. ,,Ik ben gefascineerd door kaarten, luchtfoto's, satellietbeelden, tekeningen van de oceaanbodem, allerlei afbeeldingen van de aarde. Wij kunnen deze dingen alleen zien dankzij het feit dat we de technologie hebben om ze te registeren. De interessantste ontwikkelingen komen op dit moment uit de wetenschap, meer nog dan uit de kunst. Ik neem die wetenschappelijke feiten en maak er kunst van. Ik kan de natuur niet overtreffen en dat wil ik niet. Ik wil de fenomenen van de natuur niet nadoen, maar interpreteren.''

Neem haar project Ten Degrees North, voor het gebouw van de Rockefeller Foundation. Eén onderdeel ervan is een stenen wereldkaart, maar net even anders dan anders: de wereld wordt niet vanuit de evenaar bezien, maar vanaf een standpunt tien graden ten noorden daarvan. ,,Als je naar de wereld kijkt vanaf de evenaar krijg je de indruk dat er veel meer landmassa op het noordelijk halfrond ligt dan er in werkelijkheid is. Het leek dus altijd alsof daar altijd meer gebeurde. Als je in de richting van een van de polen beweegt, verandert je perceptie. Zo werd dit een politiek werk, dat zegt: hoe wij de wereld zien wordt mede bepaald door de plek waar we zelf staan, daar moeten we ons bewust van zijn.''

Niet blank

Maya Lins werk, zoveel zal duidelijk zijn, raakt telkens aan politieke issues - de Vietnam-oorlog, vrouwenemancipatie, de strijd van zwarten om burgerrechten - zonder in de clichés van het engagement weg te glijden. Als dochter van Chinese intellectuelen die in de jaren veertig naar de Amerikaanse staat Ohio emigreerden, is zij zich langzaam bewust geworden van raciale spanningen rond Aziaten. Een bewustzijn dat versneld werd door de soms uitgesproken hatelijke reacties op het Vietnam-monument.

,,Gedurende de eerste twintig jaar van mijn leven zag ik mezelf als blank. Mijn generatie leerde ook geen Chinees spreken thuis, onze ouders wilden per se dat wij zouden assimileren. Pas na mijn twintigste begon ik te beseffen hoezeer ik gevormd ben door het feit dat mijn ouders uit een andere cultuur komen. Ik weet nog heel goed dat een krantenverslaggever mijn Vietnam-monument omschreef als `een Aziatisch monument voor een Aziatische oorlog'. Daar heb ik me eerst enorm aan geërgerd, maar later zag ik dat hij er niet ver naast zat. Ik was mijn achtergrond aan het ontkennen omdat ik zo hard bezig was erbij te horen.'' Nu wordt ze boos. ,,Mijn leven lang zal ik in situaties terechtkomen waar mensen zullen zeggen: waar kom je vandaan, en ik zal zeggen: Ohio. Nee, zullen zij zeggen, waar kom je écht vandaan. Ze bedoelen het niet kwaad, maar daarmee zeggen ze wel: jij hoort er niet bij, jij bent niet blank.''

De keerzijde van dat gevoel van uitsluiting is het gevoel bevoorrecht te zijn. ,,Ik voel me zeer speciaal dankzij deze gedeelde herkomst, die staat mij toe tussen twee wereld te lopen. Soms voel ik mee daardoor heel sterk, soms heb ik het gevoel bij geen van beide te horen. Dat is de prijs die je betaalt.

,,Ik ben het product van twee zeer verschillende culturen, en dat geeft spanning. Of het is tussen kunst en architectuur, tussen kunst en wetenschap, ik voel me altijd verscheurd, maar daar komen mijn kracht en mijn esthetiek vandaan. Dit najaar verschijnt een boek van mij. Boundaries heet het, omdat ik altijd overal tussen in sta. Op de architectuuropleiding dachten ze dat ik opstandig was omdat ik meer tijd doorbracht bij de beeldhouwers, omdat ik met klei werkte in plaats van met passer en lineaal. Een architect moet je opleiden, een kunstenaar moet je vooral van alles afleren. Geef me nog tien jaar, vijf zelfs. Dan zal ik laten zien dat ik in beide absoluut serieus ben.''

Zie ook rubriek USofA hieronder