Schrille kakafonie in Memphis

De damessalon, het debuut van Tova Mirvis, lijkt in eerste instantie een ironische ode aan de roddel. Via de eindeloze telefonades die de vrouwelijke leden van de kleine, in zichzelf gekeerde Joodse gemeenschap van Memphis Tennessee (`de damessalon') met elkaar hebben, maakt de lezer kennis met Bathseva. Haar komst naar Memphis met haar vijfjarige dochtertje Ayala brengt de tongen danig in beweging. De speculaties over wie Bathseva is, waar ze vandaan komt en waarom ze uitgerekend in Memphis neerstrijkt, zijn niet van de lucht. De lichtvoetige toon die Tova Mirvis aanslaat is echter misleidend, want met haar debuutroman stapt ze onverschrokken het strijdperk van de grote zingevingsvragen binnen.

De nieuwkomer Bathseva verstoort de rust in de gemeenschap en stelt de verhoudingen op scherp. Wat de confrontatie spannend maakt, is dat Bathseva zich niet als buitenstaander afzet tegen het orthodoxe jodendom. De onrust die ze veroorzaakt komt juist voort uit een oprecht verlangen om haar nieuwe religie zo intens en persoonlijk mogelijk te beleven. Daarmee komt Bathseva in botsing met de tradities en gewoonten die de gemeenschap in Memphis al sinds jaar en dag praktiseert. Haar enthousiasme – de spreekwoordelijke ijver van een bekeerlinge – drukt de vrouwen uit Memphis met hun neus op de marginale rol die zijzelf in hun geloof spelen en op de vaak routinematige manier waarop ze zich van hun religieuze verplichtingen kwijten. Wat dat betreft spreekt de oorspronkelijke titel (The Ladies' Auxiliary) boekdelen: door uitgebreide sabbatsmaaltijden te koken, een joods huishouden te voeren en de onafzienbare rij religieuze feestdagen voor te bereiden, scheppen de vrouwen uit de gemeenschap de voorwaarden waaronder hun mannen en zonen zich kunnen overgeven aan hun geloof. Mirvis maakt duidelijk dat er in haar ogen voor vrouwen een grotere rol in de religie is weggelegd.

Bij Mirvis is God nog niet dood. Door religieuze beleving als een leidend thema te nemen, plaatst ze zich in een traditie van bekende joodse schrijvers als Chaim Potok. De komst van Bathseva is voor de joodse gemeenschap in Memphis het begin van het einde. Aan het begin van het verhaal feliciteert de damessalon zichzelf met het feit dat Memphis telkens opnieuw wordt gespaard voor de orkanen die over Arkansas en Mississippi razen.

Het aanvankelijk eensgezinde koortje van geborneerde damesstemmen dat het in de joodse gemeenschap van Memphis voor het zeggen meent te hebben, verandert naarmate het verhaal vordert steeds meer in een schrille kakafonie. Aan het eind van het boek is de eenheid van de gemeenschap versplinterd. De uitwerking van de komst van Bathseva – in het Oude Testament de naam van de niet-joodse vrouw die koning David het hoofd op hol brengt en het begin van zijn morele neergang inluidt – is misschien nog wel verwoestender dan die van een orkaan.

Tova Mirvis: De Damessalon (The Ladies' Auxiliary). Uit het Amerikaans vertaald door Barbara de Lange. Anthos, 364 blz. ƒ49,50

Buitenlandse literatuur