Potentaat Mugabe

DE BRITSE REGERING is met open ogen in Mugabe's val gelopen. Zij was bereid voor een bedrag van 36 miljoen pond sterling de blanke boeren in Zimbabwe uit te kopen. Daarmee zou aan de gewelddadige landbezettingen een einde hebben kunnen komen. Landhervorming zou op ordelijke wijze kunnen zijn afgewikkeld.

Dat was nu net niet de bedoeling van Mugabe. De man is verworden tot het type Afrikaanse potentaat van het kaliber van een Amin of een Mobutu. Hij is nog slechts geïnteresseerd in het behoud van de macht om de privileges van zijn regerende kliek veilig te stellen. Het kwam Mugabe goed uit dat de Britten voorwaarden aan hun miljoenen verbonden. Door die voorwaarden af te wijzen kan hij nu poseren als de redder van het Zimbabweaanse vaderland uit de klauwen van de voormalige kolonisator.

Op zichzelf waren de Britse eisen logisch. Alvorens het tot uitbetaling zou komen diende het geweld te worden gestopt en moesten garanties worden gegeven dat onteigende grond aan landloze boeren ten goede zou komen. De aanstaande verkiezingen dienden vrij van intimidatie en terreur te verlopen. Ook voor die laatste eis was alle reden, gezien het geweld dat de machthebbers de laatste weken tegen de oppositie hebben ontketend – met een toenemend aantal onopgehelderde moorden als gevolg. Nu de oppositie heeft aangekondigd terug te zullen slaan heeft zij Mugabe in feite het argument aangereikt om de noodtoestand uit te roepen en de verkiezingen te verdagen. Waarschuwingen in die richting waren al te horen.

HISTORISCH LIJKT Mugabe het recht aan zijn kant hebben. Is het blanke eigendom niet een erfenis uit een koloniaal verleden, toen de zwarte meerderheid werd geknecht en haar bezittingen wederrechtelijk werden onteigend? Wordt het, na twintig jaar onafhankelijkheid, niet tijd de politieke bevrijding der zwarten te voltooien met hun sociaal-economische emancipatie? En worstelt een buurland als Zuid-Afrika niet met vergelijkbare problemen? Inderdaad gaat het om een specifiek probleem van Afrikaanse landen waar Europese settlers wortel hebben geschoten en zich, na enkele generaties, als legitieme landskinderen zijn gaan beschouwen.

Maar het zijn in het geval van Zimbabwe nu juist die twintig jaar die tegen Mugabe getuigen. Jarenlang heeft het regime meegeprofiteerd van de economische kracht die het land dankzij de blanke gemeenschap had verworven. Twintig jaar zijn praktisch ongebruikt voorbijgegaan – twintig jaar waarin de zwarte emancipatie zich had moeten voltrekken en een evenwichtige verdeling van de economische macht tot stand had moeten worden gebracht, zonder de economische verworvenheden op te geven. Wat in die tijd aan onteigening is doorgevoerd, is ten goede gekomen niet aan landloze boeren, evenmin aan de `veteranen', die er soms verdacht jeugdig uitzien, maar vooral aan Mugabe's familieleden en vrienden.

DERGELIJKE CONSTATERINGEN hebben intussen weinig invloed op de situatie in Zimbabwe. In eigen land staat Mugabe politiek met de rug tegen de muur, economisch voor de ineenstorting en financieel voor het faillissement. Maar de recente geschiedenis wijst uit dat een machtskliek, met intimidatie en terreur, het onder dergelijke omstandigheden nog lang kan volhouden.

Een eerste taak ligt hier nu voor buurlanden als Zuid-Afrika en Mozambique. De machthebbers daar hebben in hun revolutionaire verleden, uit ideologische en opportunistische motieven, altijd nauwe banden onderhouden met het Zimbabweaanse regime. Die banden zouden nu gebruikt moeten worden voor bevordering van een geregelde wisseling van de wacht in Harare. De buren kunnen er tenminste niet van beschuldigd worden geheime neokoloniale agenda's op zak te hebben. Maar zij hebben wel een reputatie te verliezen.