Pasolini's orgie brengt meer water dan spanning

`Leven is trillen', zegt de vrouw en kijk, ze trilt over haar hele lijf. Fijn voor haar maar niet voor ons, want wat moeten wij met zo'n lelijke zin, die nog wordt uitgevoerd ook. Orgie in de regie van Ira Judkovskaja is een hommage die averechts werkt. In plaats van bewondering roept de taal van de filmer, filosoof en schrijver Pier Paolo Pasolini (1922-1975) irritatie op en, erger nog, verveling.

Een man en een vrouw in Orgie vertellen elkaar hun sadomasochistische verlangens en krijgen wat ze willen. Totdat ze terugkeren naar de braafheid, die een eind aan hun huwelijk maakt.

Enige spanning in het wildere deel van deze lovestory zou op z'n plaats zijn – maar juist dit eerste deel bestaat uit ellenlange monologen. Met een streng-marxistische blik hekelt Pasolini de onderdrukking der lusten door het christendom en zelfs waar hij romantisch wil zijn krijgt theorie de overhand; daar grijpt hij terug op Freud.

Toch kan men Pasolini's traktaten gepassioneerd verbeelden: zie Pasolini's films. Waarom lukt die passie Judkovskaja dan niet? Omdat zij anders dan de Italiaan Pasolini in Rusland geboren is? Ook Russinnen hebben redenen om zich over onderdrukking druk te maken, zou je zo zeggen. Moeten we haar ontzien omdat ze nog maar een beginneling in het regisseursvak is? Onzin: beginnelingen te over met overtuigingskracht.

Het probleem van Ira Judkovskaja is, denk ik, dat ze te weinig van de tekst begrijpt. Ze heeft iets gelezen over Pasolini's worsteling met de vrijheid – maar dat diens vrijheidszoekers bij de dood uitkomen omdat daar geen orde heerst en geen moraal en geen verstikkend katholiek fascisme, die weg vindt zij te ingewikkeld.

Helaas kiest ze er niet voor om de maatschappijkritische rimram dan maar weg te laten. Die blijft zitten in de hoogdravende traktaten, waar vooral actrice Lidewij Benus over struikelt. Moeizaam zegt zij haar tekst en de heftigheid die Judkovskaja voorschrijft maakt een uit het hoofd geleerde indruk. Eerst even mateloos drinken, dan die klap incasseren en o ja, het waterballet niet vergeten!

Alle nonverbale communicatie van dit stel loopt via het medium water. Met water smijten ze naar elkaar, in water tollen ze rond, naar water snakken ze als ze door een kier in de jaloezieën van hun potdichte woninkje naar buiten staren.

Het is aardig om te zien, de door Toneelschuur-medewerkers gecreëerde regenbui die tegen de ruiten trommelt, maar ergens klopt er iets niet. Op een dag – de vrouw is van huis weggelopen – zoekt de man troost bij een hoertje. Alleen gaat hij geen bordeel binnen, nee, het hoertje (gespeeld door Manouschka Kraal) komt bij hem; nieuwsgierig klimt ze door het open raam. Vreemd, een hoer die vrijwillig door de stromende regen loopt op zoek naar de seks waar ze toch al in omkomt. Of speelt dit alles zich af in het hoofd van de man? Daarvoor is de scène dan weer niet surreëel en niet subtiel genoeg. Aan de fantasieloze tangomuziek hebben de spelers geen houvast en zelfs de bekwaamste van hen, Bas Heerkens, verzuipt minder in de waterplas danwel in de inconsequenties van de regisseur.

Voorstelling: Orgie, van Pier Paolo Pasolini, door Toneelschuur Producties. Regie: Ira Judkovskaja; vormgeving: Dries Verhoeven. Gezien: 22/4 Toneelschuur, Haarlem. T/m 29/4 aldaar. Inl. (023) 5312439.