Ontroering van de bovenste plank

De veelvuldige aardbevingen in Japan zijn een kwestie van watermanagement. Hoe meer de grond met water is verzadigd, hoe sterker de trillingen zich voortzetten, zo vertelde Prins Willem Alexander onlangs. Interessant. Hij bezocht Japan ter gelegenheid van de herdenking van de aankomst van het fregat De Liefde in het jaar 1600, en maakte dankbaar gebruik van zijn specialisme op het belangrijke deelgebied van waterbeheer.

Van de merkwaardige verhouding tussen Japan en Nederland door de eeuwen heen kun je tegenwoordig moeilijk nog beweren dat het een onderkastkwestie betreft, de relatie met het potdichte Japan is altijd van het hoogste belang gevonden. En de manier waarop dat eeuwenlang ging - een stel Hollanders op een strikt geïsoleerde handelspost voor de Japanse kust – spreekt zeer tot de verbeelding. Natuurlijk zijn de mooiste verhalen die over mensen die door dwarsigheid, sluwheid, of op basis van ook door de Japanners erkende kwaliteiten toch in die angstvallig beschermde, hoogst eigenaardige en hoogst wrede cultuur weten door te dringen. Zoals de Duitser in Nederlandse dienst Philippe Franz von Siebold (1796-1866), een specialist op zoveel deelgebieden dat men hem zonder overdrijven generalist kan noemen.

In Siebold ontmoeten we een negentiende-eeuwer die met één been in de achttiende eeuw staat, in de traditie van het encyclopedische verzamelen en de rariteitenkabinetten. Soms doet hij aan Multatuli denken. Hij is hoogst eigenzinnig, zich zeer bewust van eigen kwaliteiten en heeft politieke aspiraties, maar is niet altijd even diplomatiek en stoot vaak zijn neus bij het Hollandse landsbestuur. Net als Multatuli heeft hij ook onmiskenbaar talent voor verbittering, en ook als het om hitte in de lendenen gaat kan hij beslist in de schaduw van de schrijver van Max Havelaar staan.

Arlette Kouwenhoven en Matthi Forrer schreven Siebold en Japan. Zijn leven en werk. Een fraai geïllustreerde, in haar algemeenheid buitengewoon precieze biografische introductie, die een behoefte schept. Boven het genre van de `definitieve biografie' hebben zulke introducties het voordeel dat de lezer zelf gaat fantaseren en invullen. Dat geldt niet zozeer voor de beschrijvingen van Siebolds onstuitbare, zoniet maniakale verzameldrift van kaarten, planten en zaden, produkten van kunst en nijverheid, medische kennis (acupunctuur), et cetera. Ook als het gaat om de manier waarop Siebold met succes moderne westerse artsenij (met name op het gebied van verlos- en oogheelkunde) in het gesloten Japan wist te introduceren laten Kouwenhoven en Forrer weinig te raden over. Dat Philippe Franz von Siebold een negentiende-eeuwer van de bovenste plank is geweest lijdt geen twijfel. Hij schreef boeken en artikelen over Japans natuurlijke historie, geografie, taal, geneeskunde, etnologie, politiek en muziek en zijn voorwerpenverzameling is nog steeds te zien in het Staatliches Museum für Völkerkunde te München.

De fantasie van de lezer echter komt bij een ander aspect in Siebold en Japan. Zijn leven en werk op gang. Tijdens zijn eerste verblijf heeft hij zich met een Japanse schone verknoopt, Sonogi genaamd. `Ik heb mij aan de oude Hollandse gewoonte onderworpen,' schrijft hij naar huis, `en mij tijdelijk met een lieftallige zestienjarige Japanse verbonden, die ik niet graag voor een Europese zou inruilen.' Toch komt dat er van, dat inruilen. Siebold – hij heeft op dat moment al een kind bij Sinogi verwekt – wordt Japan uitgezet op verdenking van spionage (hij had inderdaad landkaarten gekopieerd, maar vanuit wetenschappelijke interesse) en ziet zich gedwongen zonder haar naar Nederland terug te reizen. Pas twintig jaar later krijgt Siebold de kans terug te keren naar zijn geliefde Japan, in het gezelschap van een van de vijf kinderen die hij intussen met zijn latere Hollandse echtgenote heeft gekregen. Hij ontmoet zijn geliefde Sonogi weer en is geschokt te vernemen dat zij tijdens zijn twintigjarige afwezigheid twee maal is getrouwd en nog een zoon en een dochter heeft. Misschien is Siebolds schok een bewijs van het `exclusief egoïsme' dat hem in sociaal opzicht is verweten. Sonogi zal immers ook wel hebben opgekeken van de kinderschare uit zijn tweede huwelijkse verbintenis.

Kouwenhoven en Forrer besteden weinig regels aan het weerzien van de twee (voormalige?) geliefden. Ze zeggen dat Siebold en Sonogi `troost putten uit het regelmatig uitwisselen van goede herinneringen'. Een prikkelende mededeling. Natuurlijk zullen ze tevredenheid hebben gedeeld dat hun beider dochter Ine, inmiddels tweeëndertig jaar, een goedlopende gynaecologische praktijk te Nagasaki dreef. Maar wat vertelden ze elkaar verder? Bleef het bij gesprekken? Waar bestond die troost uit? Wat herinneren twee mensen op leeftijd zich na twintig jaar van een voorbije verhouding?

Ik zie ze daar zitten in een doodstille, Japanse tuin en talloze vragen komen op, weemoed, en de behoefte aan een historische roman over de onvervulde liefde tussen Siebold en Sonogi, een film getiteld `De liefde' misschien. Alleen bij de gedachte dringen mijn ontroeringstranen al. `Exclusieve sentimentaliteit' wellicht, maar watermanagement is niet altijd punt 1 van de agenda en ook in de onderkast mag best eens gehuild worden.

Arlette Kouwenhoven en Matthi Forrer: Siebold en Japan. Zijn leven en werk. Hotei Publishing, Leiden. 110 blz. ƒ39,90. Er is een Engelse editie, Siebold and Japan, ƒ39,90. Een Japanse editie wordt voorbereid.

Japan