Madonna's met dijen

Drie Madonna's van Jan van Scorel zijn te zien op een expositie over `de Rubens van de 16de eeuw' in Utrecht.

`Madonna met wilde rozen': het verlangen om dit schilderij te zien wordt direct wakker. Een prachtige titel die kuisheid, schoonheid en erotiek suggereert. Zelf ben ik streng gereformeerd opgevoed, en Madonna's waren voor mij verboden gebied, met name Madonna's met zo'n verleidelijke, voor calvinisten blasfemische, mengeling van eigenschappen. Maar aan Jan van Scorel (1495-1562) waren dergelijke scrupules geheel vreemd. Voor hem, schilder en kanunnik bij het kapittel van Sint Marie in Utrecht, was het precies andersom: hij was pas in zijn opdracht geslaagd wanneer hij kuisheid en verleidelijkheid op de meest overtuigende wijze tot uitdrukking wist te brengen. De tentoonstelling rond zijn Madonna's in het Centraal Museum in Utrecht maakt dit meer dan duidelijk.

Maria houdt in haar linkerhand kleine roze rozen vast, en met haar rechterhand ondersteunt zij haar kind, een naakte putto dansend in haar schoot. Het mollige kind trekt haar hoofd met de goudblonde vlechten naar zich toe en vleit zijn wang tegen de hare. De tepel van haar hoogopgeduwde, kogelronde borst is geheven onder haar dunne rode kleed. Een ragfijn doorzichtig sluiertje bedekt net niet het geslacht van het kind, maar vestigt er eerder de aandacht op. De mooie piramidale compositie (52 x 44 cm) is geheel volgens de regels van de Renaissance-schilderkunst gedaan, waarbij de sterke diagonaal die dwars door het schilderij naar rechtsonder loopt stevig is verankerd in de knoestige boom linksboven. Van Scorel, volgens de ene beroemde kunsthistoricus, G.J.Hoogewerff, in de jaren 20 `de Leonardo van het Noorden' genoemd, en door de andere, M.J. Friedländer, `de Rubens van de 16e eeuw', schilderde dit paneel rond 1530.

In het afgelopen decennium zijn maar liefst tien nieuwe schilderijen van Van Scorel ontdekt. Eén daarvan, een Maria met kind uit ca. 1527-1530, een paneel van 47,4 x 32,8 centimeter, dook kort geleden op in Zweden en is aangekocht door het Centraal Museum. Beide werken, Maria met kind en Madonna met wilde rozen, werden gerestaureerd en zijn nu het uitgangspunt voor de Van Scorel-expositie. Ze gelden als `prototypen', dat wil zeggen originele door Van Scorel zelf vervaardigde werken, die vervolgens vele malen door assistenten van zijn werkplaats, en ook daarbuiten, zijn gekopieerd. Er is nog zo'n prototype van een Maria met kind van Van Scorel bekend, een werk dat zich in de Kartinaja Galeria in de Russische plaats Tambov bevindt. Ook deze Madonna is nu in Utrecht te zien.

Op de tentoonstelling zijn de drie prototypen aangevuld met verschillende kopieën en herinterpretaties, afkomstig van de werkplaats van Van Scorel of van de meester zelf. Ook zijn er röntgenfoto's en infraroodreflectogram-montages die de schildertechniek verduidelijken. De resultaten van het recente Van Scorel-onderzoek zijn gepubliceerd in een mooie kleine catalogus. Zo is een hecht geheel ontstaan dat uitnodigt tot vergelijken en gedetailleerd bestuderen voor schilderkunst de ideale expositie.

Lanteeren-drager

Niet alleen bij 20ste-eeuwse kunsthistorici, maar ook al bij zijn tijdgenoten stond Van Scorel in hoog aanzien. Karel van Mander schreef in 1604 dat Van Scorel door zijn collega's de `Lanteeren-drager en Straet-maker onser Consten' werd genoemd de wegbereider van de nieuwe schilderkunst. Dit had er alles mee te maken dat Van Scorel als eerste Nederlandse Renaissance-schilder de reis naar Italië ondernam. Hij was zich van deze eminente verdienste terdege bewust. In 1572 werd hij door Domenicus Lampsonius als volgt geciteerd: `Van mij zal door de eeuwen gezegd worden dat ik de eerste was die door mijn voorbeeld de Nederlanders, die uitblinken in de schilderkunst, leerde om Rome te bezoeken; want hij die niet duizend pennen en kleuren verbruikt heeft en niet duizend panelen heeft geschilderd naar de Italiaanse school is niet de eerbiedwaardige titel van kunstenaar waardig'.

Na Van Scorel was voor de Utrechtse schilderkunst gedurende meer dan 100 jaar het directe contact bepalend met de Italiaanse meesters en met de monumenten van de klassieke oudheid. Utrecht, oorspronkelijk aartsbisdom van de Roomse kerk, werd in de 17de eeuw de broedplaats van een noordelijke, barokke, katholieke schilderkunst met beroemde vertegenwoordigers als Abraham Bloemaert, Gerard van Honthorst en Hendrick Ter Brugghen. Het is nog sinds kort dat deze discipelen van Caravaggio en `Meesters van het Licht', zoals ze onlangs op een grote overzichtstentoonstelling in Londen werden genoemd, als volwaardige tegenhangers worden beschouwd van Rembrandt en Vermeer.

Voor Van Scorel zich in Rome vestigde maakte hij een jarenlange reis via Duitsland en Karinthië naar Venetië, van waaruit hij een pelgrimstocht naar het Heilige Land ondernam. Toen hij in 1521 in Rome aankwam was juist de Utrechtenaar Adriaan Florisz. Boeyens tot paus gekozen. Deze benoemde Van Scorel tot conservator van de pauselijke verzamelingen, als opvolger van Rafaël. Na het overlijden van paus Adrianus VI keerde Van Scorel terug naar Nederland, eerst naar Haarlem, en in 1530 naar Utrecht.

Experimenten

Van Scorel was niet alleen een groot schilder maar ook een groot netwerker. Zijn toelating als kanunnik tot het kapittel van de Utrechtse Mariakerk gaf hem een significante economische voorsprong op andere Utrechtse schilders. Voor hen was immers het lidmaatschap van het zadelmakersgilde verplicht, met hoge contributies en leerlingenbijdragen. Als geestelijke hoefde Van Scorel zich niet aan de regels van het gilde te houden. Dit maakte het heel gemakkelijk om een atelier op te zetten, en binnen enkele jaren voerde hij een werkplaats die wat betreft omvang en organisatie ongekend was in de Noordelijke Nederlanden. Van Scorel ontwikkelde een standaardrepertoire aan onderwerpen, zoals de Kruisiging, de Aanbidding der Wijzen, en de Madonna met kind. Hij huurde drie ruime woningen waar druk geëxperimenteerd werd met verschillende reproductiemethoden, zowel letterlijke reproducties door middel van kartons, de methode die Rafaël gebruikte voor het overzetten van ontwerpen voor fresco's op de muur, als varianten op bestaande composities.

Het werk van Van Scorel zit vol met boerse elementen die soms ontwapenend, en soms vervreemdend zijn. Maria's kind heeft met al zijn vlezige wulpsheid meer weg van een kleine satyr dan van het christuskind. Haar heupen en bovenbenen zijn enorm, met name in de Madonna met narcissen en twee stichters zijn ze uitgedijd tot monumentale proporties. Maar hier blijkt het oorspronkelijke formaat van het schilderij gewijzigd te zijn: aan de boven- en onderzijde is een reep toegevoegd, zodat Maria knieën kreeg die zij oorspronkelijk niet had.

In de Madonna met wilde rozen is Maria's linker, met bloemen gevulde hand in verhouding tot de rest van het lichaam en dit geldt ook voor de versies waarin zij narcissen en veldbloemen vasthoudt groot en tamelijk grof. Het is een van de vele puzzels in het werk van Van Scorel, want deze hand blijkt anders te zijn geschilderd dan de rest van het schilderij. Typisch voor de werkwijze van Van Scorel is dat op het eiken paneel een laag krijt/lijmplamuur werd aangebracht die vervolgens werd bedekt met een dunne loodwithoudende tussenlaag, waarop daarna in kleur de voorstelling werd geschilderd. Terwijl in de Madonna met wilde rozen alle lichte, roze vleespartijen zijn opgehoogd met wit, is de hand uitgespaard in de gekleurde achtergrond en vanuit de witte onderlaag in licht/schaduw is opgebouwd, gemodelleerd. Met andere woorden, in het ene geval ligt het wit er bovenop, en in het andere geval is het wit juist de onderste laag.

Je zou kunnen zeggen: dat krijg je er nou van als je zoveel assistenten laat werken aan je schilderijen, dan ontstaan er incongruenties. Voor kunsthistorici is dit natuurlijk een feest, zeker tegenwoordig met de nieuwste onderzoekstechnieken. Maar mijn voorkeur gaat uit naar het werk dat ik als de grootste eenheid ervaar, de Maria met kind uit de Russische Kartinaja Galeria. Levendig, harmonieus, vloeiend, natuurlijk: alle delen van het werk zijn hier tot in de details met elkaar in overeenstemming. Het kind staat op Maria's bovenbeen, dat nog steeds enorm is maar nu juist overtuigt in zijn monumentaliteit. Beiden buigen zich zijwaarts. Maria zit in een groen landschap met blauwige rotsen aan de horizon, en in de verte zien we ruïnes en, glashelder van vorm en in lichte transparantie, een obelisk en een piramide. Het sterke zijwaarts neigen wordt verklaard door het feit dat dit paneel deel uitmaakt van een diptiek, waarvan het tweede deel zich in Berlijn bevindt. Hierop is een man afgebeeld, de opdrachtgever of `stichter' van het diptiek, die zich in aanbidding wendt naar het paradijselijke visioen. Als geheel is het tweeluik volkomen in balans, zoals de afbeelding in de catalogus laat zien. Dit werk toont Jan van Scorel op zijn best: alle beloften van de titel Madonna met wilde rozen worden hier ingelost.

De Madonna's van Jan van Scorel, t/m 2 juli in het Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, Utrecht. Di t/m zo 11-17 uur. Gesloten op Koninginnedag. Catalogus, 100 blz. + kleurenkatern, fl. 45,-