Lintjesregen soms enkele druppels

De ene gemeente reikt ruim twintig keer zo veel lintjes uit als de andere. Dat betekent niet dat de `karige' gemeenten minder verdienstelijke inwoners hebben, menen betrokken burgemeesters.

. Als koninklijke onderscheidingen naar rato van het aantal inwoners over het land zouden worden verdeeld, zouden er in Brabant en Limburg vele honderen lintjes minder vallen. Toch wordt het zuiden niet overbedeeld, vindt burgemeester G.J.M. Cox van Nuth (16.000 inwoners), dat al vijf jaar lang net zo veel lintjes uitreikt als het tien keer zo grote Nijmegen. ,,Hier is het verenigingsleven heel sterk: daar komen de meeste aanvragen uit voort.''

Ook de publieke manifestatie van dat verenigingsleven speelt een belangrijke rol. Cox: ,,Typisch Limburgs is dat elke vereniging wel één keer per jaar een bijeenkomst heeft waar je als burgemeester bij moet zijn. Ik attendeer mensen er dan ook op dat ze iemand kunnen aanmelden voor een onderscheiding. Ook de pastoors reiken mensen aan. Die komen dan vaak niet uit het verenigingsleven, maar maken zich verdienstelijk als vrijwilliger.''

Zijn collega H.M.J.M. van Beers in het Brabantse Laarbeek bevestigt dat beeld. ,,Men associeert zich hier nog nauwelijks met Laarbeek – de gemeente bestaat nog maar drie jaar – maar met het dorp. Wij hebben hier nog vier voetbalclubs en vier carnavalsverenigingen. Er zijn ook veel dwarsverbanden: je ziet vaak dat iemand veel verdiensten heeft, bijvoorbeeld én in voetbalclub én in de EHBO én in het jongerenwerk. Ik hecht er waarde aan zulke inzet van mensen te belonen.''

Niet alleen de burgemeester hecht er waarde aan, ook de bevolking zelf. Daarin onderscheiden Brabanders en Limburgers zich duidelijk van noorderlingen, heeft Cox ervaren. Zijn vorige post was Diever, in Drenthe. ,,Daar heb je meer de houding van `doe maar normaal, loop niet met de buik vooruit'. Hier in Limburg is het gebruikelijk om waardering publiek uit te drukken. Maar ook de positie van de burgemeester is er anders. In het noorden is de houding: je werkt voor de gemeente, doe je best maar. Hier verdien je bij wijze van spreke al een standbeeld voordat je benoemd bent.''

,,Dat de mensen in het noorden wat soberder zijn wist ik wel'', zegt burgemeester Y. Dijkstra van Boarnsterhiem. Toch had hij niet gedacht dat de verschillen in lintjestoedeling zo groot zouden zijn. ,,Ik durf te stellen dat het initiatief bij de bevolking hier op een zeer hoog peil ligt. Je ziet van honderden mensen dat ze zich inspannen voor goede zaken, maar ze vinden het al gauw gewoon om dat te doen.''

,,Volgens mij lopen hier ook volop verdienstelijke mensen rond'', beaamt burgemeester C. Arlman van Harlingen. Toen hij vorig jaar zijn eerste Koninginnedag daar meemaakte, merkte hij dat hij geen lintje hoefde uit te reiken. In zijn vorige gemeente, Pekela, was dat anders. ,,Het bleek dat de gemeente een erg afwachtende houding innam.'' Door onder meer via de plaatselijke media uit te dragen dat mensen kunnen worden voorgedragen voor een onderscheiding, kan hij vandaag vier lintjes uitreiken. ,,Je kunt er dus als burgemeester zelf wat aan doen.''

Sommige gemeenten lijken zich te onttrekken aan het stereotype van gemeenschappen van nuchtere noordelingen die weinig behoefte hebben aan publieke waardering. Zo vallen er in de noordoosthoek van Friesland naar noordelijke maatstaven veel lintjes. ,,Ik denk dat dat te maken heeft met de mate waarin een gemeente kerkelijk is georiënteerd'', meent Arlman.

Dat blijkt ook statistisch: in gemeenten boven de grote rivieren waar christelijke partijen sterk zijn worden naar verhouding ruim twee keer zo veel koninklijke onderscheidingen uitgedeeld dan in gemeenten waar ze zwak zijn. De bijbelband van Zeeland via de zuidrand van het Groene Hart, de Utrechtse Heuvelrug, de Veluwerand naar de kop van Overijssel is relatief rijk aan onderscheidingen.

Burgemeester C. Bakker van Giessenlanden – met nog geen 15.000 inwoners al jaren net zo veel leden in de orde van Oranje-Nassau als Amsterdam – wist dat hij hoog scoorde. Hij doet er dan ook veel aan. Jaarlijks verschijnen er oproepen in de regionale pers, en hij ziet zelf ook veel: ,,Ik ben hier al 22 jaar burgemeester en kom zelf uit de regio, evenals mevrouw Mollema, die kabinetszaken doet, dus wij ontmoeten veel mensen.''

In de maandelijkse bijeenkomsten van burgemeesters in de regio komen koninklijke onderscheidingen vaak wel terloops ter sprake, aldus Bakker. Ook in het zuiden gebeurt dat. ,,Hoeveel heb jij er, vraag je dan'', zegt de burgemeester van Nuth. In het noorden wordt daar minder over gesproken. ,,Dat zit in een geheim vakje van je geest, daar praat je niet over'', zegt Burgemeester A.J. Schuilinga van Bolsward, die al vijf jaar geen lintje uitreikte ter gelegenheid van Koninginnedag.

Onderaan de lijst met aantal lintjes per 10.000 inwoners bungelen onder meer voormalige groeikernen als Capelle aan den IJssel, Spijkenisse, Hellevoetsluis, Purmerend en Nieuwegein. ,,Je ziet dit soort gemeenten ook altijd onderaan bungelen als het om de opkomst bij verkiezingen gaat, vertelt burgemeester M. van Rossen van Hellevoetsluis. ,,Ik denk dat er een verband bestaat tussen de hechtheid van een gemeenschap en het aantal lintjes. Wij zijn een moderne, dynamische gemeente, snel gegroeid, met een zwak ontwikkeld verenigingsleven.''

Ze heeft wel geprobeerd om iets aan dat geringe aantal onderscheidingen te doen, maar dat bleek toch lastig. Er komen nu eenmaal weinig aanmeldingen, en bovendien moeten de koninklijke onderscheidingen concurreren met de plaatselijke Jan Blanken-speld. Van Rossen: ,,Bij een uitreiking van die speld zei iemand `ik heb al een lintje, maar dit is mij nog meer waard'.''

Over de vraag of aan de regionale ongelijkheid in de verdeling van koninklijke onderscheidingen iets is te doen, verschillen burgemeesters dus van mening. Burgemeester A.D. van den Bergh van Alblasserdam, dat aanzienlijk minder lintjes uitreikt dan de omliggende gemeenten: ,,Het beleid van de gemeente is zeker belangrijk. Als je uitstraalt dat mensen die zich inzetten voor de maatschappij beloond moeten worden, dan verandert dat wel. Ik zal er eens op gaan letten.''