Irritante telefoontjes

Nederlanders zijn enquêtemoe, zo blijkt uit een enquête. Irritatie over telefonische vragenlijsten en verkooptrucs.

Het zou hooguit een kwartiertje duren, belooft ze. Daarna stelt ze honderdzesentwintig vragen. Bij welke drogisterij koopt u meestal uw drogisterij-artikelen? Worden er in uw huishouden sigaretten, shag en/of sigaren gerookt door personen ouder dan 18 jaar? Welke van de volgende producten tegen (licht) urineverlies worden er wel eens in uw huishouden gebruikt? Wat is de huidige marktwaarde van uw koopwoning? ,,Bedankt voor uw medewerking en nog een heel fijne avond toegewenst.''

Nederlanders worden steeds vaker telefonisch lastig gevallen voor enquêtes, marktonderzoek of telefonische verkoop. Gemiddeld zes keer per jaar, zo blijkt uit onderzoek van het Voorlichtingscentrum Markt- en Opinieonderzoek uit 1998. Dat is het gemiddelde. Directeur Rob van Leeuwen geeft meteen toe dat het aantal telefoontjes voor sommige mensen veel hoger is. ,,Tweeverdieners worden natuurlijk twee keer zoveel gebeld. En bij verdieners van middelbare leeftijd die in de Randstad wonen loopt dat aantal nog aanzienlijk op.'' Met het aantal ongewenste telefoontjes stijgt de irritatie, zo blijkt uit deze week gepubliceerd onderzoek van onderzoekers Fia Wunderink en Marcel van Benthem (Erasmusuniversiteit en TU Delft). Slechts eenderde van 225 personen die in het onderzoek werden benaderd, heeft er geen problemen mee om 's avonds thuis te worden gebeld. Veertig procent van de respondenten vindt het ,,soms vervelend''. En 29 procent van de Nederlandse bevolking is ,,vrijwel altijd geïrriteerd'' door een wildvreemde stem die midden in een goede film om medewerking vraagt. Geen wonder dat het aantal mensen dat weigert mee te doen aan onderzoeken onderhand groot is. In het geval van Wunderink en Van Benthem was het aantal `non-respondenten' 36 procent. Wunderink: ,,Vroeger was de respons bij onderzoeken als deze 80 à 90 procent. Tegenwoordig gaan we richting 60. Dat is veel lager dan in de ons omringende landen. Kennelijk geven wij Nederlanders er sneller de brui aan.''

Het groeiend aantal non-respondenten stelt de onderzoekers, of het nu marketeers zijn of wetenschappers van de Erasmusuniversiteit, voor een probleem. Want uit het onderzoek van Wunderink en Van Benthem blijkt dat de groep mensen die niet meedoet, niet willekeurig is. Non-respondenten zijn gemiddeld ouder, zijn hoger opgeleid en hebben een hoger inkomen. Daarmee dreigt de representativiteit van steekproeven die worden gebruikt voor onderzoek in gevaar te komen. Wunderink: ,,Voor demografische factoren als leeftijd, inkomen en opleiding kun je nog vrij gemakkelijk achteraf corrigeren. Maar dat geldt niet voor andere variabelen, zoals bijvoorbeeld de houding ten opzichte van de maatschappij van de respondent. Want die is natuurlijk wél belangrijk als je opinie-onderzoek doet.''