Himmel über Paris

Toen de Amsterdamse rockband The Scene in 1993 de Popprijs kreeg, prees het juryrapport in de eerste plaats `de poëtische Nederlandse teksten'; op cd's als Blauw en Open had zanger-gitarist en componist Thé Lau bewezen dat hij in een handvol woorden overtuigend stemmingen en situaties kon schetsen. Dat Lau (Bergen, 1952) nog meer in zijn mars had, bleek toen hij een aantal korte verhalen schreef ter completering van een bundel met liedteksten. Uitgeverij Vassallucci zag af van publicatie van het verzameld werk, maar vroeg Lau om nog een aantal verhalen te schrijven. Zeven daarvan, drie lange en vier korte, verschenen onlangs als De sterren van de hemel.

Niet iedere schrijver van goede popteksten is ook een goede schrijver. Leonard Cohens roman Beautiful Losers (1966) is geen schim van songteksten als `Suzanne' en `Song of Isaac', en tegenover iedere Ray Davies of Nick Cave staat een Jim Morrison of een Bob Dylan (Tarantula!). Thé Lau is zichzelf in zijn prozadebuut in elk geval trouw gebleven: de verhalen ademen dezelfde poëtische sfeer als zijn teksten, en net als bijvoorbeeld zijn grootste hit `Blauw' zijn ze niet allemaal makkelijk te begrijpen. Concessies aan zijn vroegere publiek heeft hij verder nauwelijks gedaan: hoewel de hoofdpersonen van de verhalen overeenkomsten vertonen met de solitaire ik-figuren uit zijn liedjes, speelt alleen `Magnus' – over het manusje-van-alles van een popster – zich in de wereld van de rock `n' roll af.

Dit laatste verhaal, waarin een onbetrouwbare verteller de entourage van de tweederangsrocker Magnus beschrijft, behoort door de gezochte plot en de oninteressante personages tot de zwakste van de bundel. Ook `Charly Circus', over een vader die via omwegen zijn zoon probeert uit te leggen waarom hij na de dood van zijn vrouw met een trapezewerkster het bed in dook, is gewrocht en spanningsloos. En `Sony San', de monoloog van een Bosnië-veteraan met een `rotgeheim' is te beschouwen als het literaire equivalent van de filler: een minder nummertje om de plaat vol te maken.

Beter is Lau in de verhalen die het minder van een plot dan van de beschreven emoties moeten hebben. In `Kruis van verdienste' ziet een oud-verzetsman zijn na-oorlogse leven vol frustraties en teleurstellingen aan zich voorbijtrekken tijdens een toespraak te zijner ere; het nog geen twintig pagina's lange verhaal is een mooie variatie op Elsschots gedicht `Het huwelijk'. Het eindigt met de eenzinsalinea `De tranen bewaarde hij voor thuis'. Zelfs het pièce de résistance van De sterren van de hemel, het magisch-realistische en deels in Parijs spelende slotverhaal `Stella', blijft minder lang in het geheugen hangen; maar dat kan ook komen doordat de herinnering eraan wordt verdrongen door de beelden van de Wim Wenders-film Der Himmel über Berlin, die ook ging om de tragiek van een beschermengel in de grote stad.

Lau schrijft bespiegelend, bedachtzaam proza, dat nogal onevenwichtig aandoet. Houterige zinnen, met lelijke constructies en nodeloze archaïsmen (`wederom', `gade'), zijn even dik gezaaid als clichés van het kaliber `verpletterd door de zachtheid van haar handen'. Maar dan is er plotseling de wanhoopskreet van een ongelukkige man die zich in een brief richt tot de sterrenkundige Stephen Hawking (`Uw heelal lijkt zo eenzaam – een vuurwerk zonder toeschouwers. Je wenst dat niemand toe'). Of de dubbelliefde die spreekt uit de gedachten van een vader over zijn zoontje: `hou ik door hem zo veel van haar, of door haar zo veel van hem?'

De sterren van de hemel is het zoekende begin van een schrijverscarrière. Voor verhalen die het van de stijl moeten hebben is Lau's proza niet origineel en krachtig genoeg; voor short stories die op de plot hangen toont hij te weinig inventiviteit. Een voorbeeld is het openingsverhaal, `De mongool'. Het gaat over een biljartende jongen die ziet hoe een leeftijdgenoot met het syndroom van Down verleid wordt door een proleterige vrouw, die zelf opgefokt wordt door het gezelschap waarmee ze het café is binnengekomen. Lau bouwt de spanning op, maar laat het verhaal als een nachtkaars uitgaan – de lezer achterlatend als Tantalos in boekenland. Want wat zou een schrijfster als Manon Uphoff niet met dit gegeven hebben kunnen doen?

Thé Lau: De sterren van de hemel. Vassallucci, 198 blz. ƒ34,90 (geb.)

Nederlandse literatuur

    • Pieter Steinz