Het is tijd om verder te gaan

Na tweeëntwintig tropenjaren bij Het Nationale Ballet stopt Coleen Davis met haar vak. Nog één keer doet ze `Live', het ballet waarmee Hans van Manen haar talent herkende.

In Balletstudio 2 repeteert Coleen Davis met Jahn Johansen een duet uit Forsythes Artifact, een juweel uit de balletlijst van Het Nationale Ballet. Een been lanceert ze verticaal omhoog tot ver boven zijn schouders, ze hangt met haar pols aan zijn hand in een lang uitgerekte positie, valt met haar lichaam riskant tot vlak boven de grond en staat even later volkomen roerloos in een perfecte balans. Dat moordend moeilijke materiaal eist een ijzersterke techniek, loepzuivere lijnen, lef, een analytisch inzicht en creativiteit. En plezier in het dansen. Dat alles is aan deze danseres besteed. Na tweeëntwintig tropenjaren bij deze groep danst Coleen Davis (1959) nog even toegewijd als in haar eerste seizoen. Iets meer ontspannen wellicht en zekerder over wat ze wel en soms niet haalt. Onveranderd bleef haar blik die raadselachtig in zichzelf gekeerd is. Wat dieper werd de denkrimpel tussen haar wenkbrauwen. Haar lange ranke lichaam oogt onverminderd jeugdig, al kun je aan haar borsten zien dat ze intussen moeder werd. De ervaringen die ze opdeed in leven en werk tekenen zich subtiel af op haar gelaat en haar lichaam.

Ervaring ontbrak haar ten ene male toen ze in 1979 in Carré de danswereld overrompelde met haar solistische debuut in Hans van Manens videoballet Live. Op 9 mei zal ze haar carrière fraai symbolisch afronden in dit ballet, op de plek waar ze die groots begon. Wanneer ze nu aan het slot, op de voet gevolgd door cameraman Henk van Dijk, in de hal van het theater een jas over haar koraalrode kostuum aantrekt, buiten langs de Amstel richting Muziektheater loopt en over de steile brug heen langzaam uit beeld verdwijnt, in het theater op het filmscherm nagekeken door het publiek - dan is dat werkelijk een dramatisch moment: het markeert haar definitieve afscheid als danseres.

Lang heeft ze erover gepeinsd wanneer dat moment van afscheid zou aanbreken. Maar in de zomer van 1998 in Edinburgh, toen Het Nationale Ballet daar optrad - Davis was net opnieuw zwanger - borrelde de onvermijdelijke gedachte bij haar op: `stoppen met dansen'. Davis vertelt het stralend in haar zonnige grachtenhuis met op schoot dochterlief, een van een tweeling. Ze beseft hoe intensief haar carrière was. Met elke dag de routines aan de barre, de oefeningen die lichaam en geest zachtjes wekken. Met elke dag haar spiegelbeeld tegenover zich, de collega's om haar heen. De spanning en opwinding bij optredens en de creatieve sfeer bij iets nieuws; kortom dus alles waarmee haar leven tot nu toe grotendeels was gevuld.

Het is gewoon tijd om verder te gaan, constateert ze nuchter. Ze is niet bang, stelt zich open, ziet wel wat op haar afkomt, neemt zich voor te knokken en door te zetten. Dat deed ze immers vaker. En het volharden typeerde deze danseres ook al toen ze in 1979 alleen in de Carré piste stond. Negentien jaar was deze Amerikaanse, amper twee jaar maakte ze deel uit van Het Nationale Ballet. Furore maakte ze in Live, als resultaat van een zeer intensieve samenwerking met Hans van Manen, met diens vriend cameraman Van Dijk, en met de beminnelijke danser Henny Jurriëns, die haar zachtjes begeleidde. Bewust van deze unieke kans was ze zich toen niet, wel maakte ze die op onvergetelijke wijze waar. Van Manen komt de eer toe dit prille talent als eerste te hebben herkend. Hij creëerde voor haar een bespiegelende solo, liet die volgen door een sensueel duet waarin hij haar jeugdige kwetsbaarheid stelde tegenover het overwicht van een volwassen man. Bijzonder was dat ballet destijds vooral omdat het dans en video integreerde, het optreden ter plekke verbond met opnames in de balletstudio, abstracte dans koppelde aan een drama achter de schermen. En daarmee een glimp liet zien van een dansersleven. Niemand kon voorzien dat het ballet een extra dimensie zou krijgen, als Davis' levensportret. In de loop van haar carrière bleef ze het dansen, inclusief de videobeelden met de in 1989 dodelijk verongelukte Jurriëns en haarzelf als 19-jarige. Live groeide met haar mee: zij werd ouder, of het videoportret relatief jonger, waarmee het drama verschoof van de eerste liefdespijn van een meisje naar de weemoed van een rijpe vrouw, zoals in het Cultureel Supplement bij een reprise in 1994 werd vastgesteld.

Gerijpt

Was Davis in 1979 nog de jonge ambitieuze danseres in de laagste rangorde, bij haar afscheid binnenkort is ze de gerijpte eerste soliste die terug kan kijken op een gouden carrière. Dat ze indertijd een aanwinst was voor de groep, was duidelijk. De Volkskrant zag in haar een ster die een zeldzaam ontroerende schoonheidservaring teweeg kon brengen. En Ine Rietstap loofde in NRC Handelsblad het solistische debuut van deze magnifieke, expressieve danseres. Dat waren geen holle loftuitingen. Ontroerd werd ook ik regelmatig door haar wonderschone dans en gefascineerd door haar intrigerende uitstraling. De eerste keer in 1982, bij de herneming van Live. In datzelfde jaar vertolkte ze in Carré het adagio duet uit Balanchines Agon. Met danser Francis Sinceretti elektrificeerde ze Strawinsky's pure noten die werden gespeeld door het Concertgebouw Orkest. Zelden vielen muziek en dans zo samen. Zo levendig vertolkt heb ik dat daarna nooit meer gezien.

Dat Davis met haar lange lijnen en zuivere academische techniek een geboren Balanchine-danseres was, was wel duidelijk, ook al was ze na afronding van de School of American Ballet in 1977 niet tot het New York City Ballet - Balanchines bolwerk- toegelaten. Aanvankelijk minder zichtbaar was dat in haar tevens een echte klassieke ballerina schuil ging. Gestaag veroverde ze Balanchines klassieker getinte werk en uiteindelijk de hoofdrollen uit het romantisch klassieke repertoire: in 1985 debuteerde ze als Aurora in The Sleeping Beauty, waarna artistiek leider Rudi van Dantzig haar bevorderde tot eerste solist. Drie jaar later was ze klaar voor de zware dubbelrol van Odette/Odille uit Het Zwanenmeer, haar favoriete ballet. Ze bleek de beste van de zwanenkoninginnen: Van Dantzig koos haar vertolking voor de live televisieopname.

Nu past dat romantische haar, bijna tegen de schijn in van haar zakelijke fysiek. Een van haar beste herinneringen uit haar loopbaan bewaart ze aan haar optreden als Aurora, temidden van de volle hofhouding op het toneel. Hemels was haar ervaring bij enkele openluchtvoorstellingen, zoals in Athene, waar de maan de witte tutu's bescheen en ze in de verte de Acropolis zag liggen. Op foto's zie je hoe melancholiek en ondoorgrondelijk ze vroeger leek. Ze was een tegenhanger van die andere ontdekking van Van Manen: Rachel Beaujean. Waar die als danseres aards, uitdagend en erotisch overkwam, is Davis veeleer spiritueel, bedachtzaam en sensueel. Haar temperament borrelt niet spontaan naar de oppervlakte maar zit onderhuids. Van Manen voelde feilloos aan dat achter die frêle kwetsbaarheid en dat romantische een grote onverzettelijkheid en sterke wilskracht zitten. Ook dat toonde hij in Live. Na dat grootse debuut zette hij haar echter een tijd minder in. Pas in het beladen Corps (1985) trad Davis opnieuw op de voorgrond in een rol die verwees naar dood en rouw. Eervol, al was die rol niet voor haar, maar in Duitsland voor sterdanseres Marcia Haydée gemaakt. Ze danste intussen veel van Van Manens bestaande werk: het uitdagende Situation, het onderkoelde Grosse Fuge, het romantische Four Schumann Pieces. Dat laatste had ze gezien toen ze net bij de groep was, met Alexandra Radius in de hoofdrol. Een andere belangrijke rol van deze door haar sterk bewonderde ballerina kreeg ze bij de reprise van Adagio Hammerklavier. Dat introverte, de iets genegen stand van het hoofd en de klassieke zuiverheid pasten haar als vanzelf. Al werd slechts één ballet door Van Manen specifiek op haar lijf geschreven en al behoorde ze niet tot diens intimi, een Van Manen-vertolkster werd ze evengoed, evenals een Balanchine-danseres en een klassieke ballerina. Dat veelzijdige hoorde bij de generatie dansers die in de jaren tachtig het gezicht van het gezelschap bepaalde: collega's van toen waren Beaujean, Caroline Iura, Jane Lord, Karin Schnabel, Valerie Valentine, Jeanette Vondersaar, Clint Farha, Bruno Barat, Wim Broekx en John Wisman. Op twee na stopten die met dansen vóór Davis, maar ook aan haar `gouden tijd' kwam al eerder een einde. Met de komst van artistiek leider Wayne Eagling in 1990 was ze niet langer verzekerd van haar vaste positie. Ze kreeg minder te doen, moest aanzien hoe jong talent zich aandiende. Ze raakte haar zelfvertrouwen kwijt, leefde in een vacuüm. Om haar crisis te bezweren vertrok ze voor maanden naar Mexico. Terug deelde ze haar huis een tijd met collega en vriendin Nathalie Caris, om niet alleen te zijn. Het duurde jaren voor ze de wrede wetten van het ballet onder ogen zag en leerde berusten. Ze accepteerde de moederrol in Jooss Groene Tafel, de karakterrol van de boze fee Carabosse in The Sleeping Beauty. Privé bloeide haar leven op. Ze trouwde, werd moeder, danste rustig met twintig jaar jongere partners aan haar zijde en begon de gedachte aan stoppen toe te laten. Toch lijkt ook nu nog of ze er niet aan wil geloven. Twijfel of 9 mei haar definitieve afscheid wordt, heeft ze krap een maand voor die datum stiekem nog steeds en de laatste maanden danst ze als vanouds de sterren van de hemel. Onlangs nog in de rol van Terpsychoré, de muze van de dans die door Apollo wordt gezegend, en met wie de danskunst is geboren. Ook die herinnering zal beklijven, wanneer ze straks, in Live, over de brug heen uit zicht verdwijnt en de danspiste voor goed achter zich heeft gelaten.

Het Nationale Ballet met Hans van Manen programma Fifty-Fifty. Choreografieën: Live, Black Cake, Trois Gnossiennes en Bach Pieces (première). Te zien 2, 3, 7, 8, 9 mei in het Koninklijk Theater Carré, Amsterdam.Inleiding door Bettina Lorsheijd om 18.45 uur. 9/5 afscheidsvoorstelling Coleen Davis. Inl. 020-4212223; Carré: 020-6225225.