Hé, is er wat gebeurd?

Simon de Waal, rechercheur bij Bureau Warmoesstraat, droeg zorg voor realiteit van de nieuwe Nederlandse film `Lek'. `Ik heb meer materiaal dan ik in twee mensenlevens kan gebruiken'.

,,Een crimineel en een politieagent herkennen elkaar meteen op straat'', zegt rechercheur Simon de Waal. ,,Ze hebben dezelfde zekere houding en dezelfde speurende blik. Ik kijk mensen op straat altijd recht in de ogen om te zien wat ze van plan zijn. Zo maak ik een grove selectie: gevaarlijk en ongevaarlijk.'' De Waal werkt op Bureau Warmoesstraat in Amsterdam. In de avonduren schrijft hij scenario's voor politieseries als Baantjer en Unit 13. Samen met regisseur Jean van de Velde schreef hij het scenario voor de politiefilm Lek.

Om de hoofdrolspelers van Lek te leren hoe een agent over straat loopt, nam De Waal ze mee naar de Amsterdamse Wallen. Acteur en zanger Thomas Acda, die ook in Van de Velde's film All Stars speelde, had het snel onder de knie. De Waal: ,,Acda heeft in die buurt gewoond en hij heeft van nature al een houding van: niemand doet me wat.'' De jonge acteur Cas Jansen, bekend van Goede tijden, slechte tijden, had meer moeite met de in-de-ogen-kijklessen. De Waal: ,,De tweede dag liepen we langs een oploopje in de Lange Niezel. Een Surinaamse junk riep meteen: `Die ene ken ik, maar die andere is helemaal geen rechercheur, man. Dat is Julian uit Goede tijden. Ik zweer het je.' Toen moest Cas handtekeningen uitdelen aan al die junks.''

Lek is een harde politiethriller waarin de vertrouwde Hollandse kneuterigheid vermengd wordt met harde geweldsscènes. Cas Jansen speelt een naïeve agent die klem komt te zitten tussen de onder- en de bovenwereld. Hij moet laveren tussen een criminele jeugdvriend, een verrader binnen het korps en een echtgenote die graag een kind wil. Mede door het realistische beeld van een herkenbare wereld laat Lek een beklemmende indruk achter.

De Waal: ,,De tv-serie Baantjer geeft een rooskleuriger beeld van het politiewerk, met de gemoedelijke sfeer van het oude Amsterdam. De tv-serie Unit 13 gaat over een specifieke groep rechercheurs die zich bezighoudt met hightech criminelen, met hen identificeer je je niet. Maar Lek gaat over jonge mensen in uniform, die je gewoon kunt zien lopen, en de criminelen zijn ook herkenbare types. Het moet je dus heel direct raken. We hebben expres lullige momenten gecombineerd met hard geweld. Van een martelscène val je middenin een ziekenhuisgesprek van een jong stel met een gynaecoloog. Twee werelden die mijlenver uit elkaar liggen, die toch verweven raken.

,,Alle hoofdpersonen willen iets anders met hun leven. De jonge agent wil hogerop en hij wil graag een kind. De crimineel heeft een kind, maar die wil op een rustige manier uit het milieu stappen. De corrupte agent is ook niet blij met zijn rol, hij twijfelt tussen de politie of de misdaad. Ze maken hun keuze en dat loopt niet goed af. De boodschap is: kijk naar wat je hebt voor je iets anders najaagt. Misschien is het zo slecht nog niet.''

Geen lijken

De Waal werkt al eenentwintig jaar bij de politie in de Amsterdamse binnenstad. Sinds 1986 is hij rechercheur. ,,De binnenstad is het mooiste district van Nederland. Er gebeurt zoveel. Als we op maandagochtend bij elkaar komen en er zijn geen lijken van het afgelopen weekend, dan roepen we verbaasd: `Hé, is er wat gebeurd?' Niet dat we op een moord zitten te wachten, maar je moet wel wat te doen hebben.

,,Als scenarist en als rechercheur moet je proberen je in te leven en alle mogelijkheden op te houden. Je moet tot op zekere hoogte begrip opbrengen voor criminelen die ruzie hebben en op elkaar gaan schieten. Tijdens verhoren probeer ik een gezellige sfeer te kweken. De Zaanse methode, de verdachte hard aanpakken, zou bij mij averechts werken. Stel, ik moet de persoon verhoren die in Lek een collega ophangt, dan zou ik belangstellend vragen: `Goh, wat voor knoop legde je in dat touw?' Zo probeer ik op een vriendelijke manier die man zichzelf het graf in te laten praten.''

Tien jaar geleden begon De Waal naast zijn politiewerk scenario's te schrijven. ,,Eerst was ik adviseur voor politieseries. Toen vroeg regisseur Ben Verbong of ik zelf eens een script wilde schrijven. Als leerstof raadde hij me wat klassieke films aan, zoals Chinatown van Roman Polanski, en een stapeltje filmboeken. Ik las een groene reader bij een cursus scenarioschrijven en Duitse leerboekjes als `Mord im Kino' en `Kino der Angst'. Inmiddels is er geen politieserie op televisie waar ik niet aan heb meegewerkt.

,,Ideeën vinden is geen probleem. Via mijn werk als rechercheur krijg ik zoveel aangereikt aan verhalen, karakters, dialogen. Ik heb meer materiaal dan ik in twee mensenlevens kan gebruiken. Momenteel vind ik schrijven leuker dan het politiewerk. Ik zou mijn baan bij de politie er nooit voor opgeven, alleen al omdat een scenarioschrijver banden met de buitenwereld moet onderhouden. Ik gebruik het schrijven ook als uitlaatklep, om mijn frustraties van het werk kwijt te raken. Niet als een soort therapie, hoor. Wat ik meemaak, sla ik rustig op, ik verwerk het, en dan pluk ik de mooiste dingetjes eruit. In scripts creëer ik mijn eigen wereld waarin alles precies gebeurt zoals ik dat wil.

,,Ben Verbong vroeg me destijds om een script te schrijven gebaseerd op Sans rancune van Jan van Baalen, een roman over corruptie binnen het politiekorps. Die film ging toen niet door. Later raakte ik bevriend met regisseur Jean van de Velde. Met hem ben ik er opnieuw aan gaan werken. Ik leverde het skelet, hij gaf er vlees en bloed aan. Hij is bijvoorbeeld heel goed in het neerzetten van karakters. We wilden een ijzersterk plot, maar ook levensechte karakters. Die twee dingen combineren was het grootste probleem. Het uiteindelijke script van Lek heeft niets meer met Sans rancune te maken, behalve dat het ook over een corrupte agent gaat.

,,Toen bleek dat Cas Jansen de hoofdrol zou spelen, hebben we het script flink moeten aanpassen. Aanvankelijk ging Lek namelijk over een rechercheur van 35 jaar. Cas, met zijn gladde wangetjes, is te jong om dat te spelen. Dus hebben we het personage veranderd in een beginnend agentje in uniform. Dat was een gok omdat geüniformeerde politie in Nederlandse films nu eenmaal een suf imago heeft. De aanvankelijke hoofdpersoon handelde veel zakelijker, hij was minder naïef dan Cas. Het script is door die laatste ingreep emotioneler geworden. Dat blijkt heel goed te werken. Op het eindresultaat ben ik echt apetrots.''

Al Pacino

Lek doet denken aan de harde Amerikaanse politiefilms in de jaren zeventig, vooral aan Serpico, een film met Al Pacino over de enige niet-corrupte agent in het korps. De misdadigers in Lek lijken op die uit de films van Quentin Tarantino; groteske stripfiguren die herkenbaar en menselijk worden door dagelijkse handelingen: een crimineel neemt bijvoorbeeld zijn baby in een draagzak mee naar een shootout; twee boeven zijn op weg naar een intimidatieklus met een straatnamenboek in de hand.

De Waal: ,,De verwijzing naar Serpico zit er bewust in, de verdere verwijzingen zijn wat mij betreft niet opzettelijk. Lek is geen ode aan een bepaald soort film. We zien zoveel Amerikaanse films, natuurlijk komen daar dingen van terug. In het politiewerk gebeurt dat ook, arrestanten zeggen vaak: `Ik heb recht op één telefoontje en u moet me mijn rechten nog voorlezen.'

,,Lef ziet er heel echt uit. Het is geen documentaire, maar het zou zo kunnen gebeuren. Sommige elementen zijn ook werkelijk gebeurd, zoals de martelscènes in het begin. We hebben niet gefilmd op voor de hand liggende plaatsen zoals de Wallen of de Nieuwezijds Voorburgwal. We hebben gefilmd in de Molukkenbuurt in Oost, waar nooit gefilmd wordt, om een desolate sfeer te creëren en een gruizig grotestadsgevoel op te wekken.

Is de corruptie die in de film wordt getoond ook realistisch? De Waal: ,,De schrijver van Sans rancune, de roman waarop ik me baseerde, zegt dat zijn verhaal echt zo gebeurd is. Maar ik werk al meer dan twintig jaar bij de politie en ben de in het boek beschreven misstanden nooit tegengekomen. Ik heb wel een keer meegemaakt dat een agent werd ontslagen wegens ongewenste contacten. In een organisatie met vijfduizend man zitten er altijd wel een paar slechte tussen. Maar dat zijn uitzonderingen.

,,Rechercheurs hebben een zekere fascinatie voor misdadigers, net als zoveel mensen. Het criminele leven ziet er aantrekkelijk uit. Zware jongens hebben lak aan alles en komen er nog mee weg ook. Ze rijden in grote auto's, wonen in grote huizen, hebben mooie vrouwen om zich heen. Rechercheurs kennen echter als geen ander de keerzijde: dat zware jongens slecht slapen, altijd over hun schouder moeten kijken. En dat ze nooit oud worden omdat ze vroeg of laat worden afgeschoten.

,,In de film trekken we parallellen tussen het politiebureau en de drugsbende. Beide clubs doen dingen die gewone mensen niet mogen: geweld gebruiken, door de stad scheuren. Allebei zijn het hechte groepen mensen die voor hun lijfsbehoud op elkaar zijn aangewezen. Daar komt die hele erecode van `maten' en `matennaaiers' vandaan. Beide clubs worden bedreigd door een lek, een verrader. Maar je moet het niet overdrijven, uiteindelijk zijn beide clubs fundamenteel anders. Uiteindelijk is het toch vooral onze club tegen de hunne.''

`Lek', geregisseerd door Jean van de Velde, is te zien in 40 bioscopen door het hele land.

`Tijdens verhoren probeer ik een gezellige sfeer te kweken'

`Ik keek naar `Chinatown' en las Duitse leerboekjes als `Mord im Kino' '