Genen zorgen voor niemand

Wat willen moeders? De cultureel antropoloog en primatenspecialiste Sarah Blaffer Hrdy rekent af met de mythe van het zelfopofferende moederschap.

Wie theorieën ontwikkelt over menselijk gedrag en daar biologische factoren bij betrekt, loopt het risico in de naturalistische valkuil terecht te komen. Deze komt erop neer dat `alles wat vóórkomt ook goed is, anders zou het niet bestaan'. Het darwinisme, de sociobiologie en de evolutiepsychologie worstelen alledrie met de naturalistische dwaling, al was het maar omdat er bij de mensen die kennis nemen van de theorieën en het onderzoek de neiging bestaat `het goede' ofwel met het natuurlijke ofwel met de beschaving te associëren. Is het slechte dan een anomalie van de cultuur of is het juist inherent aan de natuur? Daar kan lang en breed over worden gediscussieerd, maar de reden dat evolutiepsychologen en sociobiologen vaak zoveel irritatie opwekken, is de macht die zij aan de natuur toekennen. Dat moleculair-biologen en medici de genen en het DNA uitpluizen, alla, maar ook psychologen, sociologen, cultureel-antropologen en in hun kielzog columnisten storten zich op de populaire groeimarkt van het neo-darwinisme.

Vooral de man-vrouwverschillen zijn weer helemaal terug van even (twintig jaar) weggeweest en het ene na het andere boek verschijnt waarin wordt uitgelegd dat de seksen in de loop van honderdduizenden jaren toch aanzienlijke accentverschillen hebben ontwikkeld in hun genetische make-up.

Wat mij in deze golf van populair-wetenschappelijke boeken verbaast, is dat een boek als Rape. A Natural History van Randy Thornhill en Craig Palmer wordt neergesabeld, terwijl Moederschap. Een natuurlijke geschiedenis van Sarah Blaffer Hrdy welwillende, enthousiaste kritieken kreeg. Hrdy is cultureel antropoloog en primatendeskundige. Ze deed veldwerk bij Afrikaanse stammen die nog in het Pleistoceen leven en observeerde ook diverse apen, onder andere langoers. In Moederschap ontkracht ze de mythe van de zelfopofferende moederliefde, een ideaalbeeld dat in ieder geval in de westerse cultuur eenwenlang de gedachten domineerde over hoe vrouwen waren en hoe ze behoorden te zijn. Afwijkingen van dat beeld (vrouwen die geen kinderen wilden, hun kinderen slecht verzorgden, of – tegenwoordig – een carrière nastreefden), werden beschouwd als slecht èn tegennatuurlijk.

Zuigelingen

Het verschil in waardering tussen Rape en Moederschap is absurd, want deze twee boeken werken met hetzelfde soort premissen en dezelfde wijze van redeneren. Goed, Rape (besproken in Boeken 25.02.00) is dor en houterig geschreven, terwijl het boek van Hrdy een vrolijke, aansprekende toon heeft (al is het met 700 pagina's wel erg encyclopedisch). De critici verketterden alleen niet de schrijfstijl van Rape, maar het standpunt van de auteurs dat verkrachting een door de natuur geselecteerde voortplantingstactiek is. Blijkbaar, redeneren Thornhill en Palmer, heeft de methode van verkrachting net genoeg succes gehad om zich in de loop van de evolutie te hebben kunnen handhaven op het repertoire van de man.

Thornhill en Palmer keuren hiermee verkrachting niet goed (dat zou de naturalistische valkuil zijn), ze wijzen er alleen op dat het gedrag in potentie op het mannelijk repertoire staat en dat er vervolgens nog allerlei momentane invloeden aan te pas moeten komen, wil het ook daadwerkelijk tot uiting komen. Een weinig extremistisch standpunt, lijkt me, maar blijkbaar stuit het mensen toch tegen de borst. Critici die het boek van Thornhill en Palmer verketteren, lijken geen parallellen tussen de mens en de rest van de dierenwereld te kunnen verdragen, omdat zij denken dat de mens de dierenwereld is ontstegen. Jammer genoeg is dat een misvatting. Ook gaan zij er impliciet van uit dat het slechte in de mens alleen maar van buitenaf komt en dat het niet al eerder in hem zelf besloten ligt, in de vorm van een scenario dat klaar ligt om uitgespeeld te worden als de omstandigheden dat uitlokken. Hoe kunnen anders groepsverkrachtingen na extreme dronkenschap en verkrachtingen in oorlogstijd verklaard worden, waar heel gewone jongens en soldaten aan meedoen, die er in het dagelijks leven niet over zouden piekeren een meisje lastig te vallen?

Dezelfde verhalen over verkrachting als alternatieve voortplantingsstrategie komen ook voor in Moederschap van Sarah Blaffer Hrdy. Heel wat beeldender en indringender dan Thornhill en Palmer schrijft ze over Indianenstammen, die bij elkaar binnenvallen, alle zuigelingen vermoorden en alle vrouwen tussen de tien en de vijftig jaar verkrachten. In dit laatste geval is de bedoeling naast lustbevrediging wel degelijk het verwekken van nageslacht. De praktijk van het verkrachten in oorlogstijd is speciaal gericht op het verspreiden van de eigen genen als de meest effectieve vorm van overheersingspolitiek. Niemand die Hrdy op deze darwinistische uitlatingen aanvalt, wat misschien niet zo verwonderlijk is, omdat haar eigenlijke onderwerp, de evolutiepsychologische noodzaak van de werkende moeder, heel wat beter past in de huidige maatschappelijke consensus dan zwartgallige theorieën over de onontkoombaarheid van verkrachting.

Hrdy laat in haar boek met behulp van evolutiepsychologische redeneringen en argumenten zien dat moeders altijd compromissen hebben moeten sluiten tussen het belang van het kind en het belang van zichzelf, dat werken (foerageren) altijd prioriteit nummer één was en dat het babysit-probleem al bestaat sinds de dageraad der mensheid. Bij veel nomadische jager-verzamelaar-volken zorgden vrouwen voor het grootste deel van de binnengebrachte calorieën. Zolang de intervallen tussen de opeenvolgende geboortes groot genoeg waren, lukte het nog wel om zelf voor elk kind te zorgen, ook omdat familieleden, onder wie vooral post-menopauzale oma's, een handje hielpen met de kinderverzorging. Allomoeders noemt Hrdy deze kinderoppassen. Het systeem liep spaak bij de overgang van nomadisch leven naar sedentaire landbouwgemeenschappen (de opkomst van het patriarchaat). Vrouwen werden uitgehuwelijkt in de familie van de man, kwamen onder diens rechtstreekse supervisie (hij ging er niet meer op uit om te jagen) en de geboorte-intervallen werden kleiner. Dit laatste maakte het probleem van een betrouwbare kinderoppas alleen maar nijpender. Rijkdom helpt, maar de meeste mensen waren niet rijk. Als in een bestek van vier jaar je derde dochter wordt geboren, terwijl iedereen wacht op een zoon, is een beslissing tot postnatale abortus snel genomen.

In dit licht besteedt ze veel aandacht aan infanticide. Dit fenomeen ligt veel verder van ons comfortabele twintigste-eeuwse bed verwijderd dan verkrachting. Maar in het grootste deel van de geschiedenis van de homo sapiens was kindermoord of de milde vorm daarvan, kinderverlating, aan de orde van de dag, ook bij de jager-verzamelaars uit het Pleistoceen. Als je het allemaal kon uitrekenen, zouden de cumulatieve moordcijfers voor mannen en vrouwen elkaar misschien niet eens zo veel ontlopen, bedacht ik onder het lezen van de treurige stoet van voorbeelden. Bij de ene stam werden kinderen die zonder hoofdhaar worden geboren levend begraven, bij de volgende doden moeders kinderen, als de vader verdwijnt. In China zijn eeuwenlang (tot op de dag van vandaag) meisjesbaby's gedood, in India meisjesbaby's uit de hoogste kaste, in Europa hadden wij onze vondelingentehuizen als voorportaal voor het kerkhof en de zogende minnen, een moederlijke uitbestedingspraktijk die de meeste baby's met hun leven moesten bekopen.

Infanticide

De geschiedenis van infanticide en verlating vormt het pièce de résistance in Hrdy's boek dat als kernthema de moederlijke ambivalentie heeft. Het werkt als een dreunend akkoord in een betoog dat van alle kanten belicht dat het moederschap voor vrouwen weliswaar een bestemming is, maar vaak genoeg strijdig blijkt met de eigen overlevingskansen of die van eerder geboren kinderen. Zonder de hulp van allomoeders lukt het niet. Zelfs John Bowlby, de man van de `hechtingstheorie' die lange tijd als wetenschappelijk paradepaardje werd opgevoerd door de antifeministische beweging die de moeders terug wilde aan het aanrech, zelfs die ontkende niet dat een kind in staat is tot meerdere veilige hechtingen naast elkaar.

Na al die beschrijvingen hoe er met moederschap wordt omgesprongen in verschillende tijden, in verschillende culturen, bij verschillende primaten kan de conclusie niet anders luiden dan dat moeders grenzeloos flexibel zijn. Het dictaat van de natuur (zwangerschap, baren, zogen) laat zich gelden, maar wordt tegelijk op allerlei vernuftige en vaak minder ethische manieren ondergraven, ook door sommige andere primaten en allerhande vogels. Werkende moeders kunnen opgelucht ademhalen. De Victoriaanse huis-en-haard ideologie blijkt slechts een kortstondige aberratie in het evolutionaire perspectief te zijn geweest.

Het wezen van de evolutiepsychologische redenering is volgens mij niet zozeer `wat bestaat is goed, anders zou het niet bestaan', maar `wat bestaat, is begrijpelijk en wel hierom'. Zolang de beoefenaren van deze wetenschap zich houden bij analyse is het gevaar van tautologisch redeneren groter dan dat van de naturalistische dwaling.

Sarah Blaffer Hrdy: Moederschap. Een natuurlijke geschiedenis. Vertaald uit het Engels door Hetty Otten en Jan Smit. Het Spectrum, 672 blz. ƒ77,–

Emancipatie