Foto's onder dak

Binnen afzienbare tijd zal Nederland twee beeldinstituten rijker zijn. Rotterdam krijgt waarschijnlijk zijn Internationale Beeldinstituut Las Palmas op de Kop van Zuid. Half mei brengt de Raad voor Cultuur zijn advies over het Rotterdamse beleidsplan uit aan de staatssecretaris van OC&W. En dan maar hopen dat er van die extra miljarden aan overheidsinkomsten een reëel bedrag wordt uitgetrokken voor film, fotografie en nieuwe media.

Amsterdam streeft, sinds het vrijkomen van het Wertheimer-legaat, groot 25 miljoen gulden, ook naar een eigen beeldinstituut, maar dan toegesneden op de fotografie. Eén van de vaak gehoorde Amsterdamse bezwaren over Rotterdam als vestigingsplaats van foto- en filminstituut was de reistijd. Voor een enkele tentoonstelling of vertoning stapt het grote, voornamelijk Amsterdamse kunstpubliek niet op de trein, zo vond men.

Geen zorg. Amsterdam wil zijn eigen, nieuwe fotomuseum onderbrengen in het nog aan te kopen gebouw van het Sweelinck Conservatorium, pal tegenover het Stedelijk Museum. Net als in Berlijn en New York ontstaat er dan een mooie, museale concentratie. Een kostbare investering, want het nog niet beschikbare conservatorium moet worden aangekocht en ingrijpend verbouwd en daarna zullen de exploitatiekosten er niet om liegen. Het is ook een onbegrijpelijke investering voor een stad die er, na jaren van soebatten en plannenmakerij, nog steeds niet genoeg geld voor over heeft om zijn belangrijkste museum voor de 20ste-eeuw, het Stedelijk Museum, uit te breiden en aan de eisen des tijds aan te passen.

Maar het kan nog anders. Waarom zou je in het datzelfde Stedelijk Museum, als onderdeel van de nieuwbouw, niet een aparte vleugel toebedelen aan de fotografie? Op exploitatie-kosten kan dankzij al aanwezig museumpersoneel en -faciliteiten flink worden bespaard. Aan bezoekers geen gebrek, want het hoofdstedelijke toerisme neemt dankzij de goedkope gulden alleen maar toe. En de fotografie is een breed en toegankelijk medium dat aan populariteit alleen maar kan winnen. Bovendien zou de `school' die het Stedelijk wil worden, ook meer leerlingen onder het fotopubliek kunnen aantrekken.

Om één en ander te financieren komt de opbrengst van de Amsterdamse parkeermeters in aanmerking: circa 149 miljoen gulden in 1999. Eindelijk kunnen dan die duizenden foto's uit de catacomben van het Rijksmuseum en het Stedelijk te voorschijn worden gehaald. Zelfs de tweede verzameling van Bert Hartkamp (1916-1999), grondlegger van de Rijksmuseum-collectie, kan dan na de eerste vertoning in Antwerpen, eindelijk ook hier te zien zijn. Om nog maar te zwijgen over het omvangrijke, veelal ongezien gebleven fotobezit van het Prentenkabinet in Leiden.

Mocht in de tussentijd het Sweelinck Conservatorium dan tòch zijn vrijgekomen, en het gemeentelijke museumbudget blijkt bovendien een fors overschot te vertonen, dan leent datzelfde gebouw zich bij uitstek voor eigentijdse beeldende kunst. De oude, de 19de-eeuwse, de klassiek-moderne en hedendaagse beeldende kunst: alles bijeen op een comfortabele `museum-mile.'