`Een man, een vis'

Peter Sloterdijks visie op de toekomst van de mens zorgde voor een schandaal in Duitsland. ,,We hebben hier te maken met de verbitterde pensioengerechtigden, die geen vertrouwen in hun opvolgers hebben.''

,,De filosofen hebben de samenleving slechts op verschillende manieren gevleid; nu komt het erop aan, de samenleving te provoceren'', schrijft de Duitse filosoof Peter Sloterdijk, vrij naar Marx, in zijn laatst verschenen essay, Die Verachtung der Massen. In de provocatie is hij vorig jaar, met de toespraak Regeln für den Menschenpark geslaagd. Hij werd ervan beticht een lans te hebben gebroken voor een eugenetica die aan die van het Derde Rijk deed denken. In zijn werkkamer aan huis in het Zuid-Duitse Karlsruhe, waar hij sinds 1992 filosofie doceert aan de Hochschule für Gestaltung, wijst Sloterdijk de gedachte aan een provocatie van zijn kant beslist van de hand.

,,De provocatie moet nog komen. De Regeln waren niet bedoeld als een provocatie, maar als een meditatie onder vrienden, intiem en half schertsend. Het was een toespraak op een bijeenkomst voor filosofen, die bereid waren mee te denken, mee te dolen door lastig terrein. Een Nachtstück was het, niet bedoeld voor een breed publiek. De provocatie kwam van elders: van hen die het schandaal hebben teweeggebracht.''

Door de auteur gewild of niet, het rumoer was een feit toen een criticus van het weekblad Die Zeit in september opperde dat Sloterdijk als `neofascist' kon worden bestempeld. De filosoof zou in Regeln für den Menschenpark hebben voorgesteld de mogelijkheden van de moderne genen-techniek aan te wenden voor het telen van een verbeterd mensenslag. Zoiets wekt in Duitsland, waar in de nazi-tijd even wrede als onwaarschijnlijke eugenetische experimenten werden ondernomen, onaangename associaties.

Op het moment van de eerste kritiek was Regeln für den Menschenpark nog nergens gepubliceerd. Maar wat er van horen zeggen bekend was over de filosofische context waarin Sloterdijk de eugenetica ter sprake had gebracht, gaf te denken: verwijzingen naar Heidegger, die met het nazisme geestelijk gecollaboreerd had, en naar Nietzsche, in de nazi-tijd soms aangeroepen als theoretisch fundament voor de toelaatbaarheid van onmenselijkheid jegens anderen ten behoeve van zelfverwezenlijking. Beide denkers behoren al vele jaren tot Sloterdijks referentie-repertoire.

Toen de toespraak, weer in Die Zeit, in gedrukte vorm verschenen was, bleek dat Sloterdijk niet zozeer voor het fokken van zijn favoriete menstype pleitte, maar meer de vraag stelde hoe men kon omgaan met de mogelijkheden tot menselijke voortplanting buiten de seksualiteit en met selectie op genetische kenmerken – ten goede of ten kwade. Hij nam in de tekst ook nadrukkelijk afstand van een bepaalde lezing van Nietzsche `door gelaarsde slechte lezers'

Bestiaal

Sloterdijks gedachten over de mogelijkheid mensen te telen zijn in de toespraak gebed in een veel verder reikende, sombere bespiegeling over fatale gevolgen van eeuwen beschavingsstrategie, die enerzijds de `bestiale' neigingen van de mens zouden hebben onderdrukt, maar hem anderzijds zouden hebben gereduceerd tot een willoos, nog slechts op gecontroleerde prikkels in de media reagerend object.

Maar de rel kon door de publicatie van de rede in geen geval meer worden voorkomen. Niet voor het eerst in het Duitse intellectuele debat van de afgelopen jaren ging het er om of het Duitse oorlogsverleden voor Duitse denkers geen terughoudendheid gebiedt bij het formuleren van bepaalde gedachten.

Sloterdijk vindt in ieder geval van niet. Hij begon meteen na de eerste kritieken het vuurtje verder op te stoken met wat forse persoonlijke beschuldigingen. Die eerste kritische publicatie in Die Zeit, betoogde hij in een tegenartikel, was op de achtergrond geïnstigeerd door Jürgen Habermas, de paus van de zogeheten `kritische filosofie' in Duitsland en een alom gerespecteerde denkeminentie die de maatschappelijke verantwoordelijkheid en verplichte terughoudendheid voor Duitsers hoog in het vaandel heeft staan.

Vanmiddag in zijn studeerkamer wil Sloterdijk graag zijn mening over de tegenpartij – Habermas en andere `weldenkenden' – toelichten. ,,We hebben hier te maken'', zegt hij, ,,met een belangwekkend sociaal-psychologisch fenomeen: dat van de verbitterde pensioengerechtigden, die menen dat zij niet kunnen terugtreden omdat zij geen vertrouwen in hun opvolgers hebben. Zij, de zeventigjarigen, zijn de laatsten die nog persoonlijk contact hebben gehad met het nazisme en vinden dat dit in hun voordeel pleit. Vaak zijn ze ook lid geweest van de Hitler-Jugend, alvorens na de oorlog tot andere gedachten bekeerd te worden. Hun wantrouwen in de navolgende generaties hangt er mee samen dat ze ooit hun eigen vaders hebben verraden uit liefde voor Hitler. Daardoor zijn zij niet in staat tot vertrouwen in hun `zonen'.

,,Hun eigen denkparcours zien ze als het best denkbare. Wanneer er mensen komen zoals ik, die de aard van de bestaande democratie en de vrije geest ter discussie stellen, kunnen ze hun oren niet geloven. Zo komt het dat, toen Habermas de zaak eenmaal in beweging had gezet, men in mijn toespraak dingen heeft willen lezen die geen redelijk mens erin zou onderscheiden. Habermas wilde het schandaal, niet ik.''

Maar waarom heeft Sloterdijk achteraf de zijns inziens verkeerde lezing van zijn toespraak niet duidelijker weersproken? Waarom heeft hij de gerezen bezwaren niet wat minder polemisch en ernstiger benaderd? ,,Ach, Habermas behoort tot de figuren die hun eigen gevoeligheden het liefst door de UNESCO tot Wereld-Cultuurgoed zouden laten uitroepen. Ik heb meer de neiging wat krachttermen uit te spreken – dat reinigt de atmosfeer.''

Bovendien, meent Sloterdijk, heeft het sowieso weinig zin om te schrijven voor wie in geschrifte alleen maar op zoek is naar gedachten waar hij het mee eens is, of die – erger nog – alleen maar leest om te controleren of er geen dingen opgeschreven worden die hij niet goed vindt.

Middageten

Wat de bedoeling was, een Gespräch of een Mittagessen, had Sloterdijk gisteren aan de telefoon gevraagd, toen ik opbelde voor een bevestiging van onze afspraak. Ik zag meer in het eerste, hij meer in het laatste. Het resultaat werd een compromis: eerst een halfuurtje in de studeerkamer, en dan óp naar een Italiaans restaurant in de buurt.

Zo lopen we dan over straat in het kalme Karlsruhe, keuvelend. Dat zijn beschouwingen over eugenetica in Nederland vooral in het protestants-christelijke dagblad Trouw inkt hebben doen vloeien, komt Sloterdijk alleszins begrijpelijk voor: ,,op dit soort vragen zijn alleen theologische antwoorden mogelijk''. Voor het moment wil hij zichzelf niet bezondigen aan nadere beschouwingen over eugenetica.

Op mijn vraag of zijn familienaam misschien verband houdt met het gelijknamige dorp nabij Amsterdam reageert hij ontwijkend: misschien was zijn vader een Nederlander, zegt hij, maar zeker weet hij dat niet, want er is geen contact. Hij heeft wel moeten lachen, toen hij voor het eerst het bordje zag op het station Amsterdam-Sloterdijk.

Het werkelijke nieuwe fascisme, meent hij, zal de kop opsteken in een vorm waar we niet op verdacht zijn, zoals bijvoorbeeld redelijkheid en weldoenerij. Het ingrijpen van de NAVO in Kosovo, en de manier waarop de Westerse pers de geesten rijp gemaakt heeft voor deze onzinnige onderneming, komen een aardig eind in die richting, vindt hij.

Eenmaal aangekomen in Ristorante Tartufo Bianco blijkt de filosoof in het bezit van een stevige eetlust. Uit beleefdheid laat hij mij de keuze van ons hoofdgerecht. Wanneer ik `vis' zeg, trekt een lichte teleurstelling over zijn gelaat. Willen we dan één grote dorade delen of twee kleintjes? vraagt de ober. Magistraal antwoordt Sloterdijk: ,,Ein Mann, ein Fisch.''

Indrukwekkend, dat is Peter Sloterdijk zeker. Sinds zijn geruchtmakende Kritik der zynischen Vernunft uit 1984 – hij gold toen nog als een linkse denker – heeft hij een gestage stroom ambitieuze werken het licht doen zien: soms gepassioneerde boutades over actuele vraagstukken, soms kloeke filosofische verhandelingen. Maar altijd gekenmerkt door een haastige en associatieve betoogtrant, waarbij denkbeelden van velerlei herkomst (filosofie, theologie, biologie, sociologie etc.) over elkaar heen buitelen. Niet de minste handicap van Sloterdijks critici is dat het onderwerp van boek of lezing, of het aspect waaronder een vraagstuk beschouwd wordt, nog wel eens binnen een tekst kunnen wisselen. Het is daarom niet altijd eenvoudig om hem op een eenduidig verwoord standpunt te betrappen dat met vrucht bestreden kan worden.

Vuurwerk

Wie filosofen het liefst ziet als gidsen door de onbegrijpelijkheid des levens en morele dilemma's, late Sloterdijk ongelezen. Maar wie van intellectueel vuurwerk houdt en van een vurige schrijftrant, en wie bovendien niet gefrustreerd raakt wanneer hem af en toe eens een hoofdstuk ontgaat, zal zich bij Sloterdijk niet vervelen. Neem bijvoorbeeld zijn filosofische hoofdwerk Sphären, in drie delen waarvan de eerste twee (totaal 1.600 pagina's) reeds zijn verschenen. De hele ons bekende wereld en ook de ons onbekende goddelijke worden er behandeld aan de hand van de iconografie van sferen, in alle betekenissen van het woord, ook de archaïsche. In deel 1 gaat het vooral om biologische sferen als de baarmoeder, in deel twee om globes.

,,Ik ben een filosofische schrijver, geen filosoof die voor andere filosofen schrijft'', zegt Sloterdijk, gevraagd naar de aard van zijn werk. ,,Het filosofisch schrijverschap is de enige uitweg uit de steriliteit. De filosofie kan eigenlijk alleen maar adjectivisch bedreven worden. Men kan communicatiewetenschapper zijn, of medicus, en dan op filosofische wijze de communicatiewetenschap of de medische wetenschap bedrijven. Filosofische filosofie – ik weet niet wat dat is.''

De tijd van de filosoof als geestelijk leidsman is voorbij, heeft Sloterdijk al aangekondigd in zijn boek Der Denker auf der Bühne, uit 1986, over Nietzsche: `na tientallen jaren behandeling met sociaal-liberaal en neochristelijk moralisme verlangt de Tijdgeest weer hardere waarheden en gelukkiger makende ontdekkingen', heette het daar.

,,De Platonische ontologie en de metafysische verklaring van de wereld vormden eigenlijk altijd een alternatief voor de priester'', zegt hij vanmiddag, sprekend over de klassieke filosofie. ,,Er laten zich twee types onderscheiden, beide met een eigen pedagogische functie. De sceptici zeiden dat de mens zich vertilt aan illusies over zaken waarover hij niets kan weten. Dit type wijsgeer is een exorcist. Hij berooft de mensen van hun illusies en ziet erop toe dat zij geen tot zelfmoord leidende waandenkbeelden nastreven.

,,En er was de enthousiaste variant van de klassieke filosoof. Die vond juist dat de mensen hun begeerte naar kennis ten onrechte richten op deelobjecten, in plaats van op de hele waarheid. Men begeert de kous van de vrouw, maar dient de gehele vrouw te begeren. Ook deze vorm van filosofie had een functie, omdat zij deelbegeerten op een hoger plan tilde.''

In de negentiende eeuw ontstond een nieuw type filosoof, genre Marx of Hegel. ,,Het wereldgebeuren werd als geschiedenis geïnterpreteerd en de filosoof wierp zich op als gids naar het einde van de geschiedenis. Maar dit type filosofie is door de ervaring weerlegd. Het bleek slechts om ideologen te gaan, niet om filosofen.'' En de enthousiaste richting in de neoplatoonse wijsbegeerte is daarmee eigenlijk uitgestorven. ,,Je vindt ze hoogstens nog terug in de esoterie, als holisten, maar dan worden ze als dilettanten in de academische wereld niet serieus genomen.

,,De sceptici hebben overleefd, zij zijn van San Francisco tot Sint Petersburg, overal aan de macht in de filosofische wereld. Onveranderlijk menen ze dat niemand zo nuchter is als zij. En ze zetten alles op alles om te verhinderen dat de mensen ideeën opdoen, want ideeën zijn illusies.''

De enige nog beloftevolle weg in de filosofie is om, in Nietzsche's voetspoor, een `constellatie' te bedrijven tussen kunst of schrijverschap en filosofie, meent Sloterdijk. ,,Deze vorm van wijsbegeerte is nog niet uitgeput. Hij leent zich ook nauwelijks voor weerlegging. Hij kan hoogstens vermoeien.''

Helaas is van het parool `Ein Mann, ein Fisch' alleen het tweede deel tot de keuken doorgedrongen, zodat Sloterdijk moet toezien hoe twee bescheiden stukjes vis op zijn bord geraken. Ook het bijgerecht, zes groene asperges en twee kleine aardappeltjes, biedt weinig soelaas voor een hongerig man. Door intensief gebruik van de zoutstrooier probeert hij de voedingswaarde van het geheel wat op te vijzelen.

Als hij een ander beroep moest kiezen dan wijsgerig schrijver, verklaart hij bij het opstaan van tafel, dan was het wijnbouwer. ,,Journalisten die over wijn schrijven hebben ook meestal verstand van wijn. Van de recensenten die nu mijn werk beoordelen kun je niet zeggen dat ze er verstand van hebben. Het is altijd hetzelfde: de slechte literatuur gunt de goede literatuur het licht in de ogen niet. Het is wel treurig voor de schrijver dat hij altijd maar met mensen van doen heeft die alleen van Coca-Cola houden.''

Peter Sloterdijk gaat vanavond in Amsterdam in openbaar debat met de filosoof Rüdiger Safranski: Rode Hoed, Keizersgracht 102, 20.30 u., inl. 020-6385606, gespreksleider Paul Scheffer. Zondag is Sloterdijk in Brussel, 11u Theatre dela Place des Martyrs in Brussel. Inl. tel. 003222260456

Sloterdijks werk verschijnt bij uitgeverij Suhrkamp.`Regels voor het mensenpark' verscheen, aangevuld met reacties, in Nederlandse vertaling bij uitg. Boom. Ook bij Boom: `Mediatijd' (verspreide beschouwingen). Een wijsgerige verdediging van Sloterdijk n.a.v. de aantijgingen is te vinden in het tijdschrift `Lettre International' (No. 48, voorjaar 2000)