Een hardnekkige lichtheid

Een van de personages uit Carol Shields' nieuwe verhalenbundel Dressing Up for the Carnival is een onopvallende, wat saaie academica van middelbare leeftijd die voor de verandering eens een roman schrijft, My Thyme Is Up. Tot ieders verbazing wordt het lichtgewicht werkje – `een fris, vrolijk, lenteachtig boek' – een groot verkoopsucces, en de schrijfster wordt gevraagd voor een promotietournee in drie steden. Het zit haar niet lekker: als literatuurwetenschapper weet ze heel goed, ondanks de overwegend lovende kritieken, dat `there was something just a little bit darling about my own book'.

Hetzelfde kan gezegd worden van Dressing Up for the Carnival. Nu wordt het werk van de Canadese Shields (66) in het algemeen niet gekenmerkt door een `overdosis aan zoetigheid', zoals het fictieve My Thyme Is Up in haar verhaal `A Scarf'. Waar de schrijfster in het verhaal de `Offenden Prijs voor toegankelijke fictie' wint, mocht Shields voor haar roman The Stone Diaries (1993) de Pulitzer Prize in ontvangst nemen, en kreeg ze de Orange Prize 1998 voor Larry's Party.

In tegenstelling tot de fictieve schrijfster zal je Shields niet betrappen op een overweging als `misschien was het boek toch beter geworden als ik de goede afloop had weggelaten, als Alicia uiteindelijk wel zelfmoord had gepleegd en als Roman haar niet zijn liefde had geschonken.' En natuurlijk is Shields zich bewust van de op haarzelf gerichte ironie wanneer ze schrijft over `something just a little bit darling about my own book'. Dat neemt niet weg dat veel van de 22 korte verhalen in Dressing Up for the Carnival lijden aan een hardnekkige lichtheid die maakt dat ze, na soms kortstondig de diepte in te zijn gedoken, snel terugfloepen naar het oppervlak om daar in het zonlicht te blijven ronddobberen.

De verhalen in Dressing Up for the Carnival, die onderling een subtiele thematische samenhang vertonen, gaan veelal over mensen die te maken krijgen met een gemis of verlies, en daarna toch weer over moeten gaan tot de orde van de dag. Die orde van de dag is de reddende factor in Shields' verhalen, net als in haar romans: kleine incidenten, momentopnamen van huiselijkheid en routine, de alledaagse, gewone beslommeringen die het grootste gedeelte van het leven uitmaken.

`Soup du Jour', halverwege de bundel, lijkt in dit opzicht een beginselverklaring. `Iedereen gaat tegenwoordig naar buiten voor de genoegens van het alledaagse bestaan. Zonsondergangen. Paardebloemen', opent het verhaal, om ironisch te vervolgen met ``Het dagelijkse hééft het', schreef Herb Rhinelander afgelopen week in zijn column voor een landelijk dagblad.' Shields schetst vervolgens in de panoramische visie van een alwetende verteller een aantal scènes die zich tegelijkertijd afspelen, een perspectief dat ze wel vaker gebruikt. We zien een oudere man in zijn rozentuin, tevreden met de aanblik van één enkele roos. Hij heeft geleerd niets méér te verlangen of te verwachten. Zijn vrouw, lezend op de bank, denkt ondertussen aan een traumatisch incident uit haar jeugd, al lang geleden omgesmeed tot een geestige anekdote. `In the same gregarious, self-mocking manner, she has transformed other, similarly seismic nightmares into the currency of the mundane and mild', schrijft Shields dan – het zou een beschrijving van haar eigen methoden kunnen zijn. Een andere, jongere vrouw stelt zich tevreden met het maken van een pan soep. Langzaam wordt duidelijk dat de drie personen een gezamenlijke, tragische voorgeschiedenis hebben, maar dat doet er nu niet meer toe: ze hebben genoeg aan het leven van het moment.

Dit geldt voor de meeste personages in Shields' bundel. Maar Shields is zo gretig in haar beschrijvingen van de troostgevende dingen van alledag dat ze soms vergeet duidelijk te maken waar dit klein geluk een tegenwicht voor moet bieden. Het verlies van een geliefde, zelfmoord, ouderdom, eenzaamheid, ze worden even aangestipt zonder geloofwaardig te worden, waarna Shields weer gezellig overgaat tot de orde van de dag: de boodschappen, de soep, het mooie weer.

Daar staan weer een paar geslaagde lichtvoetigere verhalen tegenover, zoals het virtuoze `Absence', waarin een schrijfster ontdekt dat de letter `I' op haar typemachine defect is, en een verhaal schrijft zonder gebruikmaking van dit teken voor `ik'. Daarnaast bevat de bundel een aantal licht-surrealistische verhalen, met een vaak metaforische of symbolische strekking. Shields'elegante stijl kan niet verhelpen dat aan deze korte tot zeer korte verhalen een zekere air van vrijblijvendheid kleeft. Misschien heeft Shields, die met The Stone Diaries en Larry's Party bewees beter te kunnen, toch de lengte en focus van een roman nodig.

Carol Shields: Dressing Up for the Carnival. Fourth Estate, 249 blz. ƒ49,95 (geb.)

Buitenlandse literatuur

    • Corine Vloet