De weg naar een lintje

Iedereen kan schriftelijk een decoratievoorstel indienen en iedereen kan worden voorgedragen.

Nederlander of buitenlander, wonend in Nederland of niet. Voor Nederlandse ingezetenen moet het voorstel worden gedaan bij de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene woont. Daarvoor zijn speciale formulieren, waarop onder meer een motief moet worden aangegeven. Men kan tevoren peilen bij de burgemeester of een voorstel enige kans maakt. Op de algemene regels zijn wel uitzonderingen: zo moet een voorstel om een burgemeester te onderscheiden niet bij hemzelf worden ingediend, maar bij de commissaris van de koningin. Om op tijd te zijn voor de jaarlijkse lintjesregen van Koninginnedag moet een voorstel doorgaans voor 1 juli zijn gedaan. Voor een lintje bij jubileum of afscheid wordt aanmelding ongeveer een half jaar vantevoren aanbevolen. De burgemeester verifieert de in het voorstel genoemde feiten, wint eventueel aanvullende informatie in en vraagt – als hij positief wil adviseren – de justitiële en politionele gegevens van de betrokkene op. Bij ouderen wordt ook het oorlogsverleden gecheckt. De burgemeester stuurt de aanvraag voorzien van zijn advies door naar de commissaris der koningin. Ook deze brengt advies uit. Vervolgens wordt het voorstel behandeld door het Kapittel voor de civiele orden.

Dit centrale adviesorgaan bekijkt onder meer in welke orde en graad iemand gedecoreerd zou kunnen worden en door welk ministerie. De minister volgt vrijwel altijd het advies van het Kapittel. Zijn besluit wordt in de vorm van een ontwerp-koninklijk besluit aan de koningin voorgelegd en tenslotte door de minister gecontrasigneerd.