De lintjes

Het is met de jaarlijkse lintjesregen zoals met het Europees Songfestival. Zonder gedoe is het een stuk minder opwindend. Een goede lintjesregen behoeft ten minste één bekende weigeraar plus een ongemakkelijke uitreiking. Aan beide voorwaarden is dit jaar voldaan. Het is dus een geslaagde regen.

De schrijver Remco Campert zei nee. In een brief aan B en W van Amsterdam – hoe is die nu weer in de publiciteit gekomen? – schrijft Campert: ,,De gedachten die ik koester aangaande de functie van de monarchie staan mij niet toe een koninklijke onderscheiding te aanvaarden''.

Voorwaarde om af te kunnen zien van de onderscheiding is dat er in de oriëntatiefase die aan de toekenning van de onderscheiding voorafgaat iets misloopt. Een weigering dient immers voorkomen te worden. ,,Het is niet duidelijk waar de regie uit de hand is gelopen'', meldde de Volkskrant. En zo hoort het ook.

De ongemakkelijke uitreiking vond dit jaar plaats in het hertogdom Luxemburg, waar Harer Majesteits ambassadeur Gualthérie van Weezel de versierselen opspeldde aan de klokkenluidende Europees ambtenaar Paul van Buitenen. Geen lintje uit oogpunt van anciënniteit, maar als erkenning voor dissident gedrag. Zegt men althans. Het is de ultieme bevestiging van de vier jaar geleden ingevoerde democratisering van het decoratiestelsel. Maar bovenal is het dé manier om weigeringen te voorkomen.