Nog een paar olievlekjes

De meeste Franse stranden zijn weer schoon na de olieramp van december vorig jaar, maar niet overal is de zwarte smurrie verdwenen. Waar kan de toerist deze zomer wel en niet naar toe?

De komende zomer zullen de badhanddoeken van de zonaanbidders op de Bretonse stranden nog wel eens een olievlekje oplopen. Adrienne, een Parijse onderwijzeres die de paasvakantie doorbrengt op het zwaar door de olieramp getroffen Bretonse eiland Belle-Ile, heeft daar een oplossing voor gevonden. ,,Een kwestie van organisatie. Je legt gewoon een stuk plastic onder de handdoek. Voor mij moet er meer gebeuren om uit dit paradijs weg te blijven. Ik vind ook dat we de Bretonnen moeten helpen door te blijven komen.''

Een moeder en haar kinderen op een terrasje van Le Palais, het hoofdstadje van het eiland, denkt er heel anders over: ,,Als ik hier geen vakantiehuis had, zou ik deze zomer beslist niet komen. Zolang de deskundigen het niet eens zijn over wat er in die ramptanker is vervoerd en de mate van giftigheid van de substantie niet officieel door de autoriteiten wordt bekendgemaakt, vind ik het te gevaarlijk voor de kinderen.''

Op 12 december vorig jaar brak de door TotalFina gehuurde Maltezer tanker Erika in zwaar weer in tweeën en zonk een dag later ter hoogte van het schiereiland de Guérande, op 60 km voor de Bretonse kust. De stranden van Zuid-Bretagne en de Vendée werden over een lengte van 400 kilometer met 12 miljoen liter zware stookolie besmeurd. Eenzelfde hoeveelheid olie bevindt zich nog in het gezonken wrak.

De meeste stranden ogen inmiddels zo goed als schoon. De schoonmaakoperatie waar vrijwilligers, werklozen, illegalen en militairen met man en macht aan werkten, zal worden voortgezet totdat er geen vlekje olie meer te bespeuren is, beloven de plaatselijke autoriteiten. Kiezels en keien worden stuk voor stuk met de hand gewassen of in cementmolens schoongespoeld. De door de zwart-bruine, dikke, kleverige oliebrij besmeurde planten worden met grote machines weggemaaid. Zeef- en schiftmachines proberen ook de onder het zand verborgen olieresten te verwijderen.

Heel wat ingewikkelder is het schoonmaken van de kliffen, rotsen en kreken van de `côtes sauvages', zoals die van de westkust van Belle-Ile, van het eiland Groix, van het schiereiland van Quiberon, van Batz-sur-mer en van Le Croisic. Deze zullen de komende zomer dan ook beslist hun oorspronkelijke grijze kleur nog niet terug hebben. ,,Een titanenklus, die jaren gaat duren'', aldus een van de tweehonderd alpinisten uit de Savoie die zijn ingehuurd om de rotspartijen van moeilijk bereikbare inhammen en plaatsen zoals Goulphar, les Poulains en Pouldon aan de westkust van Belle-Ile te reinigen. Bij eb dalen zij de kliffen af met hogedrukspuiten- en pompen om de olie van de rotsen los te weken.

Wat er nog allemaal zal gebeuren voor de zomer is moeilijk te voorspellen. ,,Bij de minste lekkage uit het gezonken wrak kan er weer olie op de stranden aanspoelen. De tanker blijft een gevaar. Zolang er olie in het wrak aanwezig blijft, is de toekomst onzeker'', zegt Christine Jean, voorzitster van de vereniging Observatoire de la Marée noire.

Het olieconcern TotalFina heeft beloofd eind juni te beginnen met het leegpompen van de Erika. Een hachelijke onderneming, omdat de kauwgumachtig oliebrij eerst verdund moet worden. De pompoperatie zal pas eind oktober voltooid zijn. ,,En dan maar hopen dat tijdens het pompen het verroeste wrak niet in nóg meer stukken breekt, want dan kan ik de sleutel wel voorgoed onder de deurmat leggen'', jammert een pessimistische hoteleigenaar in het zwaar getroffen Le Croisic.

De burgemeester van La Baule prijst zich gelukkig. De vervuiling van zijn ,,plus belle plage d'Europe'' van 9 kilometer blond zand beperkte zich tot slechts enkele zwarte plekjes. Het zand werd gezeefd en gekamd en oogde weer maagdelijk. Maar in het paasweekeinde spoelde er weer olie aan en het strand van La Baule ging voor een paar dagen dicht.

De stranden van Carnac, beroemd om zijn prehistorische menhirs, ontsnapte totaal aan de olieramp, omdat de baai beschermd wordt door het schiereiland van Quiberon. Toch trekken hoteleigenaars en campinghouders van Carnac zich de haren uit het hoofd. ,,De reserveringen liggen wel 40 procent lager dan vorig jaar om deze tijd. Vooral Engelse, Duitse en Hollandse toeristen laten het afweten'', klaagt een VVV-medewerker.

Het ministerie van Toerisme is inmiddels een omvangrijke internationale publiciteitscampagne begonnen met de bedoeling Bretagne weer in een gunstig licht te plaatsen en het seizoen te redden. Maar de campagne bevat geen feiten en spiegelt de situatie veel te rooskleurig voor. Toeristen die deze zomer naar Bretagne willen, kunnen dan ook maar het beste de twee websites raadplegen die de prefectuur van Rennes aan de `marée noire' wijdt. Deze bevatten objectieve informatie en worden regelmatig bijgewerkt.

De zichtbare sporen van de olieramp zijn voor een groot gedeelte uitgewist. Maar natuurlijk kan niemand vergeten dat 300.000 vogels zijn omgekomen, dat bijna duizend schelpdierenkwekerijen hun deuren moesten sluiten en dat de natuur wel zeven jaar nodig zal hebben om zich te herstellen. Maar dan is er weer hoop voor `la France atlantique'.

Websites van de prefectuur van Rennes: www.mareenoire.com en www.mareenoire.org

Het call center van het Maison de la France in Amsterdam: Tel. 0900-1122332.

Op de website van het Maison de la France is nieuws over de toestand van de stranden te vinden onder de rubriek `nieuwtjes': www.fransverkeersbureau.nl