Nieuwenamen-economie

Of de economie heden ten dage zoveel turbulenter is dan voorheen, betwijfel ik. In elk geval was een column van Maarten van Rossum, onlangs (28 maart) in de Volkskrant, mij helemaal uit het hart gegrepen. Hij toonde daarin nog eens aan dat veel meer dan de twintigste eeuw, de negentiende aanspraak kan maken op de grootste en snelste veranderingen in de menselijke geschiedenis. Dat neemt niet weg dat we op dit ogenblik weer een golf meemaken van ondernemingsfusies en -overnames, zoals die bijvoorbeeld acht jaar geleden plaatsvond naar aanleiding van de zogenoemde definitieve eenmaking van de Europese markt. Deze keer is de belangrijkste motor de internetrage, maar er is ook sprake van een gecombineerde beweging van schaalvergroting en toenemende specialisatie van ondernemingen op hun core business.

Dergelijke turbulentie gaat samen met de opkomst van nieuwe namen. Het gaat dan voor een deel om bedrijven die (grotendeels) op eigen kracht groeien en opeens doorbreken en prominent worden. Vele daarvan zijn verbonden met de `nieuwe economie' – Baan, SAP, Cisco, Nokia, America Online (AOL), Amazon, Lernout & Hauspie, Red Hat, MCI Worldcom –, maar zeker niet alle. Denk maar aan H&M, Virgin of Daewoo. Dat in de `oude economie' verder het nodige aan de hand is, blijkt uit de vele nieuwe namen die daar nodig zijn.

Voor het construeren van nieuwe namen lijken vier mogelijkheden te bestaan: het verzinnen van totaal nieuwe namen (Acordis, Arcadis, Artesia, Aventis), het samentrekken van hele of halve bestaande namen (Endemol, Reed Elsevier, PricewaterhouseCoopers, TetraLaval, DaimlerChrysler, Akzo Nobel, AlliedSignal, Vendex KBB, AOL Time Warner) of het construeren van nieuwe afkortingen (ING, PCM, TPG); soms wordt ook een naam van een bekend onderdeel tot groepsnaam verheven, meestal nadat andere onderdelen werden afgestoten: BSN Gervais-Danone werd zodoende Danone, GEC werd Marconi, KNP BT werd Buhrmann en BolsWessanen weer gewoon Wessanen. Soms kiezen ondernemingen een nieuwe naam die verwant is aan de vorige om aan te geven dat ze een ruimer terrein zijn gaan bestrijken: zo werd Nutricia Numico.

Welke sectorbewegingen zitten achter deze namen? In de bank- en verzekeringswereld is er zeker sprake van schaalvergroting. De Deutsche Bank plakte gewoon de eigen naam op het geheel na de overname van Bankers Trust en was dat ook van plan bij de intussen mislukte `fusie' met de Dresdner Bank. Citicorp en Travelers Group werden samen Citigroup. Verder veel samentrekkingen en afkortingen: ABN Amro, ING, KBC (Kredietbank plus Cera) en de nodige nieuw verzonnen namen: Fortis (ASLK, Generale Bank, VSB, GWK, Amev, AG), Artesia (Bacob en delen van Paribas), Dexia (Gemeentekrediet, Crédit Local de France, Labouchère). Ook in de olie-industrie gaat het er steeds massaler aan toe. Hier vooral samentrekkingen: Totalfina Elf, BP Amoco, Exxon Mobil.

Ook in de telecommunicatie-industrie lijkt het groot, groter, grootst. Zo ontstonden de nieuwe reuzen Vodafone AirTouch en MCI Worldcom. Maar bij ATT ging het de andere kant op: na de nodige fusies werd het opgesplitst in een nieuw ATT (telefonie), Lucent (telecommunicatie-appratuur) en NCR, de producent van onder meer pinautomaten waarvan ATT de overname nooit goed had verwerkt. En wie weet nog waar de ooit grote telecomreus ITT tegenwoordig voor staat? Schaalvergroting werkt niet altijd.

In de wereld van de farmaceutica is de beweging nog complexer, gericht op specialisatie. De grootste delen van de Zwitserse ondernemingen Ciba Geigy en Sandoz werden samen Novartis, maar één onderdeel bleef achter als Ciba Specialty Chemicals. Van het Engelse chemieconcern ICI werd succesvol een farmaciebedrijf Zeneca afgesplitst dat vervolgens fuseerde met het Zweedse Astra tot AstraZeneca. De agrochemie-onderdelen van Novartis en AstraZeneca worden daarvan nu weer afgesplitst en samengevoegd tot Syngenta. De grootste delen van het Duitse Hoechst en het Franse Rhône Poulenc fuseerden tot farmaceuticabedrijf Aventis. Van Hoesch bleef een bedrijf in de basischemie over: Celanese. Voordien had Hoechst zijn specialty chemicals ondergebracht bij het Zwitserse Clariant, dat in 1998 ook even leek te gaan fuseren met het achtergebleven Ciba Specialty Chemicals. De diergeneesmiddelen van Hoechst kwamen dan weer terecht bij Akzo Nobel. Dat laatste bedrijf fuseerde zijn vezeldochter met het Engelse Courtaulds en verzelfstandigde die vervolgens als Acordis.

Zelfs in de tot voor kort zo behoudende nutssector is er het nodige aan de hand. In Nederland wordt NUON bijvoorbeeld steeds groter, maar zijn kabelbelangen werden afgestoten en vormden een belangrijke springplank voor het totstandkomen van UPC.

Na hun fusie gingen de Franse gediversificeerde groepen Suez en Lyonnaise des Eaux zich steeds meer richten op de nutssector. Het is nog niet duidelijk welke naam daarbij de overhand krijgt, maar de Belgische elektriciteitsdochter Tractebel (internationaal zeer actief, ook in Nederland na de overname van Epon) zal daarbij wellicht een grote rol spelen. De traditionele rivaal van Lyonnaise des Eaux, de Générale des Eaux, werd intussen, mede door de overname van de Havas-groep, omgevormd tot de nuts- en mediagroep Vivendi. Vivendi, een mooie naam in een inderdaad levendige economie.

    • Dany Jacobs