Met sokophouders aan het strand

Ratelende typemachines en een filmopname van de eerste nozems. Geluiden en beelden die uit ons leven zijn verdwenen. Het Omroepmuseum toont het verdwenen leven van de Nederlander, vastgelegd door Polygoon-journaals, omroeparchieven en amateurfilmpjes.

Het is een prachtig beeld, zoals die vaderlijke vriend van Kruimeltje in de recente succesverfilming voortdurend op zijn schrijfmachine zit te rammen. In dat beeld herkende ik mezelf, maar ook mijn vader en de foto's van honderden beroemde schrijvers. Allemaal draaiden we een vel papier in het apparaat, duwden de wagen naar rechts en begonnen te tikken. Maar ik vroeg me wel af wat al die honderdduizenden kinderen die de afgelopen maanden naar Kruimeltje keken, hebben gedacht bij het zien van dat apparaat. Rare computer, zonder beeldscherm, maar met een soort ingebouwde printer.

De schrijfmachine is verdwenen, zoals er zo veel is verdwenen. De bakkerskar, die nu bij de ingang van het Omroepmuseum in Hilversum staat, wordt ook niet meer gebruikt. De jaren-vijftig-brommer en de grijze Eend, die ernaast prijken, zijn zelfs felbegeerde objecten voor verzamelaars geworden. In het museum is onder meer het authentieke geluid van een typekamer te horen, want zo'n zaal vol typistes klonk heel anders, veel feller en pregnanter, dan het droge gehamer of het frenetieke geritsel dat tegenwoordig opklinkt in ruimtes met veel beeldschermen. Ook het hoge, schrille roetsj van een vel papier dat uit een schrijfmachine wordt getrokken, is een geluid dat niet meer bestaat.

Het verdwenen leven van de Nederlanders heet de tentoonstelling die nu in het Omroepmuseum te zien is. Maar is een opstelling van louter bewegende beelden op doeken en tv-schermen, zonder ook maar één object, nog wel een tentoonstelling te noemen? Hier en daar zijn zitjes gemaakt, overal hangen koptelefoons, alle monitoren hebben knoppen waarmee de bezoeker bepaalde beelden kan kiezen, en aan het slot kan met de muis nog door het totale bestand heen worden gezapt. Meer tastbaars is in de kale ruimte niet te vinden.

Dat verdwenen leven bevindt zich dan ook in de filmfragmenten, meestal slechts enkele minuten lang, en gerangschikt in drie tijdvakken (de jaren dertig, vijftig en zeventig) en vijf thema's: feesten en vrije tijd, wonen, huiselijk leven, kerk en vereniging en straatleven. Op basis daarvan is een route van projectiedoeken en tv-schermen gemaakt, maar lukraak kiezen en kijken kan óók. In totaal is hier maar liefst zes uur bewegend beeld verwerkt, veel te veel om allemaal netjes in de juiste volgorde voorbij te laten trekken.

Wat alledaags was en nu weg is, dat was zo ongeveer het selectiecriterium van de samenstellers. Ze hebben geput uit Polygoon-journaals, omroeparchieven en de – geluidloze – amateurfilmpjes van het Smalfilmmuseum. Het mooiste uit die laatste bron is het filmpje dat Jos Huygen in 1935 maakte van het gereglementeerde dagelijks leven in zijn roomse gezin met vijftien kinderen. In de latere amateurfilmpjes is de afwezigheid van commentaar storender. Het commentaar is de helft van het verhaal. ,,Overvloedig is het jonge leven op de verse grond'', zegt een stem uit 1959 over de nieuwe IJsselmeerpolders. De schoongewassen beelden tonen intussen dat de pionierende bewoners daar hun uiterste best deden om alles weer gewoon op het oude land te laten lijken.

Wie zo veel aansprekende historie te zien krijgt – stranddrukte in de jaren dertig, de Plattelandsvrouwenvereniging in de jaren vijftig, de run op een plekje op de camping van Bakkum, de eerste nozems, het eerste vrouwenhuis en nog veel meer, ideeën voor honderden scripties – moet niet zeuren over wat er niet wordt vertoond. Ik doe het toch: terecht is veel materiaal geput uit Bert Haanstra's meesterlijke verborgen-camera-film Alleman (1963), maar helaas niet de hilarische strandtafereeltjes die daarin voorkwamen. Als er iets niet meer bestaat, is het de moeizame manier waarop de badgasten destijds, onder een jurk of achter een handdoek, hun zwemkledij aantrokken.

En intussen kan dit alles ook zeer weemoedig stemmen. Die volwassenen uit de jaren dertig zullen waarschijnlijk niet meer leven. Maar wat is er geworden van de vijftien kinderen Huygen? Hoe verging het de man die destijds, als alle andere mannen, met overhemd, das, bretels en sokophouders aan het strand lag? En zou de joods ogende mevrouw die op oudejaarsavond 1931 het glas heft met haar man, de oorlog hebben overleefd?

Het verdwenen leven van de Nederlanders: Omroepmuseum, Oude Amersfoortseweg 121-131, Hilversum. T/m 14 jan. Di t/m vrij 10-17u, za/zon 12-17u. Volw ƒ8,50. Inl 035-6885858

    • Henk van Gelder