Koetjesrepen

Aangezien kinderen vaak al poëzie zijn, lijkt het overbodig hen ook nog poëzie te laten maken. Toch is het een aardig initiatief van de Stichting Schrijven om elk jaar aan de vooravond van de uitreiking van de VSB Poëzieprijs (50.000 gulden) voor volwassen dichters in de Rode Hoed in Amsterdam ook een middag te organiseren voor kinderen tussen acht en twaalf jaar met dichterlijke aanvechtingen.

Hou je kinderen van die leeftijd rustig met een middagje poëzie? Het leek me een onmogelijke opgave, en het begin was ook weinig bemoedigend. Ik zat in een vleugel van de zaal waar even grote onrust heerste, omdat er nogal wat stoelen vrij waren. Wat doe je als kind met vrije stoelen? Die ga je allemaal proberen, temeer omdat het gepaard kan gaan met een maximum aan gestomp en keihard gefluister. Een ouder echtpaar, ongetwijfeld gekomen om het eigen kleinkind te horen voorlezen, vluchtte boos naar een andere zijbeuk. Het bleek achteraf niet nodig te zijn, want weldra daalde over de zaal een serene rust neer. De poëzie won.

Zo'n honderd kinderen waren uit het hele land gekomen. Het was de achterban van de zes kinderen wier gedichten door een heuse jury waren uitverkoren. Op een aantal scholen hadden kinderen het verzoek gekregen een gedicht te maken, dat geïnspireerd moest zijn door een bundel van een van de genomineerde dichters voor de VSB Poëzieprijs: Piet Gerbrandy, Stefan Hertmans, C.O. Jellema, Frank Koenegracht, K. Michel en Leonard Nolens.

De jury, waarin onder meer K. Michel, had zich met ernst van haar taak gekweten en in haar rapport die typische jury-taal voor letterkundige prijzen gebruikt. Men was ,,onder de indruk van de symboliek'', er werd hier en daar ,,een spel van schijn en werkelijkheid'' gesignaleerd, en een van de kinderen mocht zich zelfs ,,een veelbelovend dichter'' noemen.

Voor mij waren ze allemaal veelbelovend, en niet alleen als dichter. Ze beleefden een dag die ze nooit zullen vergeten en ze gedroegen zich ernaar. Ik hoorde Buddingh', Annie M.G. Schmidt en Judith Herzberg. Misschien zal niemand van hen het ooit zover brengen, maar op deze middag wáren ze het.

Vooruit, twee van de aardigste gedichten.

Roele Kok (12 jaar, Groningen, naar de bundel Alles valt van Koenegracht): Alles valt/ uit de handen van/ mijn oom, zijn/harige handen/ Alles is kapot/ en ligt op de gore/ grond ik staar/ ernaar/ Opeens word ik/wakker en voel/ pijn. Alles valt in/ mijn hoofd.

Shannon Vlaar (7 jaar, Heiloo, naar de bundel Nors en zonder haten van Gerbrandy): Nors en zonder haten/loop ik eenzaam door de straten/ Want de mensen doen heus hun best/maar ik ben niet zoals de rest/ Ik wou dat ze mij begrepen/Ik eet graag veel koetjesrepen/ Dan denk ik pas weer aan/ het leuke van het leven/ Ze moeten mij gewoon meer/ koetjesrepen geven.

Noteer even: op 26 april van het jaar 2000 kwam de koetjesreep bij Heiloo de Nederlandse poëzie binnen.