Hunkeren naar lekkers

Het is hoogzomer, erg warm, en elke kilo van de 127,8 die ik heb, zit me in de weg. Ik word gek van mijn lijf. Ik ben het zat, er moet iets gebeuren. Nu.

Mijn zoveelste kruistocht tegen kilo's startte met die gedachte, in juli 1999. Omdat ik – zoals iedereen die op dieet gaat – snel resultaat wilde, koos ik voor een kuur met maaltijdvervangers. Zonder bemoeienis van een arts of diëtist. Wel maakte ik een paar afspraken met mezelf. Dit zou de laatste poging zijn (iets wat ik mezelf al duizend keer eerder had beloofd), ik moest mezelf een realistisch doel stellen, en ik zou stoppen als ik me niet meer goed voelde. Dat laatste was een harde voorwaarde, omdat een maaltijdvervangende kuur maar 500 calorieën per dag levert en dus een behoorlijke aanslag op mijn lichaam kon zijn.

Letterlijk vanaf de eerste dag vlogen de kilo's eraf. Binnen drie weken was ik al ruim tien kilo kwijt. Ik vond het bijna griezelig, en ook een beetje ergerlijk. Had ik al die jaren voor niets zo veel moeite gedaan door mezelf uit te hongeren met laagcalorische diëten, was dit dan het wondermiddel voor mij of was het gewoon een kwestie van volhouden?

Niet helemaal. Gedurende mijn dieet bleek gek genoeg het weer een grote rol te spelen. Het bleef lang zomeren in '99, en dat hielp. Bij warm weer heb ik weinig zin om te eten, laat staan om te koken, en toen het weer wat minder goed werd, was ik al zo aan de kuur gewend dat volhouden niet meer zo moeilijk was. Bovendien bleef ik maar afvallen, wat uiteraard zeer motiverend werkte.

En wat voelde ik me goed! Bij iedere kilo minder ging ik me beter voelen. Al heel snel ging ik meer bewegen; wandelen naar de metro (bye bye bus), 's ochtends callaneticsoefeningen, trainen op een roeitrainer, en dat zonder veel moeite.

Toch ging niet alles zo gemakkelijk. Rond sinterklaas had ik het even heel moeilijk, het hunkeren naar lekkers werd me bijna te veel. Ik doolde als een uitgehongerde dakloze door warenhuizen en supermarkten, elke keer op het punt staand een chocoladeletter of een zakje borstplaatjes te kopen. Maar ik verbeet mijn lekkere trek. Ik hield mezelf voor dat ik toch liever een pluche varkentje kocht, zoals ik steeds deed als beloning bij iedere mijlpaal van tien kilo minder.

Een ander probleem ontstond toen de temperaturen begonnen te dalen. Ik kreeg het erg koud. Toen het aan het einde van het jaar 's nachts licht vroor, lag ik met dikke sokken aan mijn versteende voeten onder een dekbed en twee slaapzakken te bibberen van de kou.

In januari bereikte ik de vijftig-kilogrens, en daarmee een gezond gewicht (77,8). Om dat resultaat te behalen, had ik alle sociale gebeurtenissen van december (en al die andere in de maanden daarvoor) laten schieten en was ik keihard voor mezelf geweest. De griezelige fase van het afbouwen van de kuur en langzaam weer `gewoon' gaan eten kon beginnen.

Het kostte me moeite, zoals ik verwacht had. Na een crisis van een paar schransaanvallen met als gevolg een aantal kilo's erbij, besloot ik dat ik beter helemaal met de kuur kon stoppen. Ik stapte over op een klassiek 1.000-calorieëndieet, om de laatste – esthetische – kilo's eraf te krijgen. Gevolg: de daarop volgende maand werd volledig beheerst door calorieën, voedsel en de digitale onsjes van mijn veel te nauwkeurige weegschaal. Ik raakte lichtelijk in paniek; hoe meer ik mijn best deed me aan die 1.000 calorieën te houden, hoe meer mijn lichaam in opstand kwam. De vicieuze cirkel van een paar kilo's afvallen en meer kilo's aankomen, kwam weer in zicht. Uiteindelijk hakte ik de knoop door: ik stopte. Mijn lijf had rust en voeding nodig. Ik mikte de weegschaal de badkamer uit en stelde een voedingspatroon van 2.000 calorieën samen, in het besef dat ik jarenlang of te veel, of te weinig had gegeten en mijn lichaam waarschijnlijk niet eens meer wist wat normaal eten was.

Op het moment heb ik het gevoel een redelijk stabiel gewicht te hebben. Maar of dat volgend jaar nog zo is? Het echte gevecht is nog maar net begonnen: de kilo's zijn heel snel verdwenen, dus kunnen ze er net zo snel – of zelfs sneller – weer bij komen. Ik ben nu eenmaal uitgevoerd met een lijf dat altijd, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, schreeuwt om voedsel. De vraag is of op de langere termijn mijn geest dat geschreeuw kan weerstaan.