`Honger is een ziekte en daarom moet ik eten'

Op zoek naar de juiste behandeling. Afkomen van overtollig vetverlangen in een privé-kliniek of in een centrum voor psychiatrische eetstoornissen.

LAATSTE WAARSCHUWING: als je dooreet, ga je dood. De internist zocht een manier om zijn patiënt te overtuigen van de noodzaak af te vallen. De patiënt zette het vervolgens op een eten (één kilogram kaas achterelkaar) uit angst voor wat komen zou. Zijn gewicht was al niet meer bekend – geen weegschaal kon hem dragen. Héél soms ging hij met zijn auto naar de garage en liet de auto twee keer wegen op de weegbrug. Een keer met hem als passagier en een keer zonder zijn kolossale lichaam.

Het landelijk centrum voor eetstoornissen `De Ursula' van de Robert-Fleury Stichting in Leidschendam ving de man op en behandelde hem gedurende langere tijd. De patiënt leeft nog en is voldoende afgevallen om gezondheidsrisico's te vermijden. De Ursula fungeert als centrum voor de behandeling van mensen met psychische eetstoornissen. Veelal patiënten met anorexia nervosa (verzet tegen voedsel waardoor de patiënt extreem vermagert) of boulimia nervosa (vreetbuien die worden afgewisseld met compensatiegedrag om dik worden te voorkomen), maar sinds 1994 ook patiënten met een eetstoornis-niet-anderszins-omschreven (NAO). Onder deze laatste categorie vallen mensen met extreem overgewicht die worden geteisterd door vreetbuistoornis, en dus veel overeenkomsten vertonen met boulimia-patiënten.

In vaktermen betekent een `vreetbuistoornis' ten minste twee keer per week gedurende zes maanden binnen een halfuur een ook voor objectieve buitenstaanders grote hoeveelheid calorierijk voedsel verorberen. Aan de hand van een aantal criteria wordt in de kliniek gekeken in hoeverre het overgewicht te wijten is aan een stoornis in de psyche. Is er geen stoornis, dan wordt de patiënt doorverwezen naar de diëtist. ,,Wij moeten door het vet heenkijken'', zegt dr. Eric van Furth, psycholoog en psychotherapeut. ,,Soms komen er dan problemen bovendrijven en bleek het vet een veilig pantser. We behandelen dan de stoornis, maar niet zozeer het overgewicht.''

De behandeling in De Ursula bestaat uit wekelijkse groepssessies van anderhalf uur. Door middel van cognitieve gedragstherapie worden irreële gedachten geanalyseerd met de daarbij gesignaleerde gevoelens. Het winkelen in de supermarkt komt ter sprake (`Iedereen kijkt naar mij: wat koopt ze veel snoep, die dikke'), het zwemmen in een openbare gelegenheid (`Ze zullen wel denken: wat doet dat nijlpaard hier') of een maandagmorgen op het werk als de vrouwelijke collega's het weekend bespreken (`Hier hoor ik niet bij, want zij zijn allemaal slank'). Van Furth: ,,Wij dagen mensen uit die gedachten aan te vechten door hen te vragen naar bewijzen. Waar halen ze het vandaan? Is het werkelijk zo?''

Ook worden de ernst en de gevolgen van de vreetbuien uitvoerig besproken. Iedere deelnemer maakt lijstjes van zijn of haar eetgedrag en beschrijft de situatie die voorafgaat aan een vreetbui. Door de dwang en sociale controle van de groep zijn de deelnemers geneigd heel langzaamaan op een andere manier te gaan eten. De resultaten zijn helemaal niet zo bemoedigend. Van Furth: ,,Er wordt afgevallen, maar na vijf jaar zit het er weer aan tenzij iemand goed begeleid wordt door een psycholoog of een diëtist.''

Deze manier van behandelen verschilt op zichzelf niet veel van de benadering van de Obesitas Kliniek in Hilversum, waar men obese mensen behandelt. In deze privé-kliniek worden de deelnemers twee jaar lang behandeld door een internist, een psycholoog, een diëtist en een sporttherapeut (kosten: 6.750 gulden). De eerste maanden hebben de deelnemers een zeer intensief programma. Eén keer per week vier uur lang gedragstherapie. Daarna worden gedurende een jaar één keer in de veertien dagen thema's behandeld. In het eerste deel van de behandeling zwemmen de deelnemers veel (om af te vallen) en in het tweede gedeelte doen ze fitness-oefeningen (om te stabiliseren). De gemiddelde gewichtsafname in de eerste weken ligt op twintig kilogram en dat moet in de maanden daarna worden gestabiliseerd.

Aan de poort krijgen de deelnemers voor een week eten mee naar huis: Profile van Nutricia, 800 calorieën. ,,Omdat de mensen zo gigantisch dik zijn, is het prettig als er meteen in het begin al wat vanaf gaat. Dat motiveert om door te gaan'', zegt directeur Trudi Leverink. Tien tot vijftien procent afvallen – om gezondheidsklachten te voorkomen – is volgens de kliniek voor iedereen haalbaar. Een enkeling schiet door en verliest meer dan de helft van zijn gewicht.

Dirk (51) verloor 80 kilo (van 170 naar 90) in enkele maanden tijd. ,,Dan hoop je dus dat er iets veranderd is. Ik ging vorige week met vakantie naar een zonnig land en had met mezelf afgesproken dat ik mocht eten en drinken wat ik wilde – in de waan dat er iets veranderd was. Maar wat denk je dat ik ging doen: eten. En de enige reden is dat ik het lekker vind. Mijn gedrag is dus niet veranderd en dat heb ik ze hier ook wel verteld.''

Psycholoog Wouter van der Schaar ziet de teleurstelling in de groep en verzucht: ,,Het lijkt wel of jullie het zien als een strafkamp. Soms laten we het even gaan en dan gaan we weer terug naar het kamp?'' In koor krijgt hij van alle vijf deelnemers repliek: ,,Maar zo is het ook. Zo zien wij het ook.''

Dirk probeert het de psycholoog nog eens uit te leggen: ,,Kijk, ik ben dan wel afgevallen, maar ik ben nog geen millimeter verder. Eten blijft mijn tweede natuur. Een verzadigingsgevoel ken ik niet – ik kan wel eens vol zitten, maar dat ben ik nog niet verzadigd.'' De rest van de groep knikt instemmend. Eten, eten en nog eens eten. Maar wanneer stoppen jullie dan? Michaël (40), van 133 naar 100 kilo, zegt: ,,Honger is een ziekte. Die ziekte heb ik en daarom moet ik eten.'' Tijdens zijn vakantie hield Dirk pas op met eten als het volgende gerecht eraan kwam. Jan (39), van 246 naar 168 kilo, zegt: ,,Tegenwoordig schep ik een bord op zonder al meteen aan het tweede te denken.''

Jan en Dirk zijn heel veel kilo's kwijtgeraakt door ijzeren discipline en dat geeft hoop voor Marleen (27), bij wie het maar niet wil lukken. ,,Ik zie Jan en Dirk als voorbeeld en ik ben hartstikke jaloers.''

Op verzoek van de deelnemers in Hilversum zijn enkele personen geanonimiseerd.