Het anti-hoofdpijninstituut

Iedereen heeft wel eens een `château migraine' gedronken – wijn die een goed deel van de volgende dag kan bederven. Sinds 1994 is dat eigenlijk niet meer nodig. In dat jaar werd Meron BCL, het eerste Nederlandse wijnlaboratorium, opgericht. Hier kunnen alle wijnen die in Nederland worden geïmporteerd of in het wijnland zelf op bestelling wordt gemaakt, worden getest op bijv. sulfiet, dat in een te grote dosis de hoofdpijnfactor van wijn is.

Hans van den Dungen, voormalig wijninkoper bij de Hema, zette Meron op als onafhankelijke instantie om wijn te testen en heldere schapinformatie te verschaffen voor de consument. Kort daarna voegde Theunes Braaksma, hoofd van het laboratorium van importeur Baarsma, zijn chemische kennis toe aan Meron, waardoor niet alleen proeftechnische informatie kon worden verschaft aan de opdrachtgevers – wijnimporteurs, slijters en supermarkten –, maar ook analyses van wijnen. Thans is Meron BCL – na het wegvallen van de wijncontroles door de Keuringsdienst van Waren en de douane – de enige instantie in ons land die onafhankelijk wijnen test en hen in een breed kwaliteitsperspectief kan zetten door een database van honderdduizenden analyses en proefnotities.

Lange tijd was er voor de gemiddelde tomaat of banaan in ons land meer aandacht dan voor een fles wijn, ondanks het feit dat wijn een `semi-vers' product is. ,,Vroeger stond de wijn in het schap bij de zogeheten `droge kruidenierswaren''', vertelt Van den Dungen. ,,Naast de wasmiddelen of het broodbeleg.'' Steeds meer inkopers echter beseffen dat wijn geen dood product is, maar levende materie die zich verder ontwikkelt na de botteling. In de meeste supermarkten rukt de wijn dan ook op naar een plaats in het verlengde van de versbalies.

Het heeft Meron BCL veel tijd en energie gekost om de wijninkopers van de supermarktketens te overtuigen van het nut van wijnanalyses en halfjaarlijkse productcontrole. In de eerste jaren van zijn bestaan ontmoette Meron veel argwaan bij de inkopers, die zich op het matje geroepen voelden. Geen wonder: wijn was voor bijna alle supermarktdirecties een moeilijk product, dat de eenduidigheid van wasmiddel of pindakaas miste. Menig directie was al lang blij met een inkoper die `iets met wijn had'. Zolang de wijn maar verkocht werd, had de inkoper vrij spel. Kennis deed weinig ter zake, de (zo voordelig mogelijke) prijs was veel belangrijker.

Meron veroorzaakte met zijn speurtocht naar de kwaliteit van met name eenvoudige (huis)wijn en de frequent daarin voorkomende fouten nogal wat commotie in de wereld van de wijninkopers. Het is niet prettig te horen dat een wijn waarvan je zojuist een pallet hebt besteld een foute zuurgraad, een te hoog sulfietgehalte of een oxydatief karakter blijkt te hebben. Echter, supermarkten die op de lange termijn dachten, verbeterden hun wijnassortiment na de kritiek en lieten hun wijnen voortaan door Meron keuren. Tot het klantenbestand behoren oa Albert Heijn, C1000, Super de Boer, Edah, Spar, Gall&Gall en de Hema.

Meron vraagt meestal – zeker als een klant grote partijen wijn wil inkopen – eerst bij de producent een aantal flessen aan voor diverse testen – chemisch en organoleptisch (proef- en smaaktechnisch). Het basisaanbod van een Meron-analyse omvat tien chemische analyses van de wijn en een organoleptisch rapport. Wie wil, kan de wijn in een van de categorieën van het door Meron ontwikkelde smaaksysteem laten indelen, als service voor de consument. Voor eigen bottelingen – bijvoorbeeld een generieke Chablis of een huiswijn uit de Roussillon – wordt door de inkoper samen met Meron een offerte aangevraagd bij een aantal Chablisproducenten of coöperaties in de Roussillon. De toegezonden flessen worden getest en geproefd, pas daarna wordt een keuze gemaakt en een bestelling geplaatst bij degene die de beste prijs/kwaliteit levert. Op die manier krijgt zowel inkoper als consument de meeste waar voor zijn geld. Door de halfjaarlijkse controles wordt bovendien de producent van de wijn scherp gehouden, want over afwijkende waarden wordt met hem gecorrespondeerd. Als de producent geen zinnige reden kan geven voor de (eenmalige) afwijking, zal hij zijn wijn moeten bijstellen.

Ook wijnimporteurs maken graag gebruik van met name de laboratoriumfaciliteiten van Meron. ,,Grote importeurs zoals Verbunt hebben hun eigen proefpanels, maar missen de mogelijkheid de wijnstructuur te testen. Die analyses maken wij voor hen, ook al worden veel wijnen, vooral in het hogere segment, ook in het eigen laboratorium van het domein getest'', aldus Braaksma. Met geavanceerde apparatuur worden er circa zestig tests per dag gedaan – een laborant doet er hooguit vier per dag met de hand. Nu kan het lab de ruim tienduizend wijnen die er jaarlijks worden getest ruimschoots aan. Theoretisch hoeft dus niemand meer hoofdpijn van wijn te krijgen.