De mythe rond Beatrix Potter

In het Lake District worden ze er zo langzamerhand wanhopig van: ruim zestig jaar na haar dood trekt Beatrix Potter nog altijd tienduizenden toeristen per jaar naar Near Sawrey, het dorpje waar de schrijfster van de Peter Rabbit-boekjes woonde. Met name Japanners verdringen zich voor het hekje van de beroemde moestuin waar de National Trust de authentieke gieter en spade in ere houdt. In Near Sawrey zelf is Beatrix Potter allerminst populair. ,,Ze was helemaal geen schattig dametje dat dol was op kinderen en dieren, ze zag er uit als een heks en had een scherpe tong.''

Achter de toeristische façade van het Lake District – cream teas, schapenvachten en paardenruiven gevuld met petunia's – ligt het erfgoed van Mrs. Heelis. Zevenduizend hectare, voornamelijk rond Hawkshead en de noordkant van Lake Coniston, heeft zij bij haar dood nagelaten aan de National Trust, om tot in de eeuwigheid te beschermen tegen wegenbouwers en projectontwikkelaars. Mrs. Heelis leeft ook voort in de Herdwick Sheep Breeders Association, die elk jaar prijzen uitreikt voor de fraaiste en productiefste exemplaren van dit stugge soort hoogland-schaap. Mrs. Heelis werd ooit benoemd tot voorzitter van de fokvereniging, maar stierf, 77 jaar oud, voordat ze haar functie kon uitoefenen.

En dan is er nog Mrs. Heelis in haar andere gedaante, die van de mixed blessing. Dat is de Mrs. Heelis die als Beatrix Potter toeristen uit de hele wereld naar het Lake District trekt. Zij is de Mrs. Heelis van voor haar huwelijk met de makelaar-notaris van Hawkshead, William Heelis, en de schepper van Peter Rabbit. ,,Dat ellendige konijn!'' zoals de voorzitter van de Beatrix Potter Society zich in de hitte van het gesprek laat ontvallen.

Peter Rabbit heeft Beatrix Potter bijna zestig jaar na haar dood zo goed als overgenomen. Hij en zijn vriendjes uit de groentetuin grijnzen je uit elke cadeauwinkel aan: als speelgoedbeest, als theepot, als ijskastmagneet, als puzzelstuk of als mousemat. Kinderboekenwinkels in de hele wereld gedijen niet zonder de avonturen van Peter Rabbit, Jeremy Frog of Jemima Puddle-Duck, eindeloos herdrukte deeltjes die een goudmijn zijn voor uitgever Fredrick Warne, aan wie Potter bij haar dood in 1943 alle rechten naliet.

Het Lake District, een landschap dat past bij een ouderwetse Märklin-treinset, wordt overstroomd door toeristen die op zoek zijn naar de wereld van Beatrix Potter. Die woonde tot haar dood in het gehucht Near Sawrey (bij Hawkshead), eerst in Hill Top-farm en later, met haar echtgenoot, in het vrijwel aangrenzende Castle Cottage. Hill Top is gehandhaafd in de staat waarin Beatrix Potter het heeft achtergelaten. Vol eikenhouten meubelen, zonder elektrisch licht, met de zelfgeborduurde rand rond het hemelbed en in de `mooie' kamer de omvangrijke Schotse landschappen die haar broer Bertram schilderde.

Het dorp Near Sawrey weet zich zo langzamerhand geen raad meer met de aantrekkingskracht van Beatrix Potter. De auteur-tekenaar kon niet vermoeden dat in een topjaar 90.000 toeristen over haar eikenhouten trap naar boven zouden drommen, zich vergapend aan haar mooie kopjes en haar fornuis, samengeperst voor het hekje naar de groentetuin, waar de National Trust de ouderwetse gieter, de spade in de grond en het rasterwerk voor de frambozenstruiken precies zo heeft laten staan als ze in de Potter-boekjes zijn getekend. Vooral Japanners adoreren haar werk – in het Lake District wordt verteld dat kinderen in Japan Engels leren uit de Pieter Konijn-boekjes – en elke Japanse toerbus op weg van Londen naar Edinburgh lijkt alleen wegens Beatrix Potter de omweg naar het Engelse merengebied te moeten maken.

De Trust heeft de Japanners enkele jaren geleden moeten vragen daarmee op te houden. Hill Top komt nog wel voor in de gids van National Trust-eigendommen, maar heel beknopt. Reclame wordt er met het huis niet langer gemaakt. In de hoop de massa's te ontmoedigen, is er onlangs een voetpad aangelegd dat naar Near Sawrey omhoog leidt van de oevers van Lake Windermere. En in Bowness, aan de andere kant van het meer, is onlangs de permanente expositie `De Wereld van Beatrix Potter' geopend: een bewuste afleidingsmanoeuvre.

Voor de inwoners van Hawkshead en Near Sawrey betekent de naam Beatrix Potter vooral een industrie. Aan de ene kant brengt die inkomsten nu het met de traditionele broodwinning – het boeren – slechter gaat dan ooit. Aan de andere kant betekent de Potter-hype volle wegen in de zomer, lange wachttijden voor het pontje naar Bowness en rommel langs uitgesleten voetpaden, nooit bedoeld voor zoveel duizenden voeten per dag.

Beatrix Heelis-Potter is door haar boekjes uitgegroeid tot een mythe. Ogenschijnlijk was ze de lieve dame met het begenadigde penseel, dol op haar dieren en nog doller op kinderen. ,,Ben je gek?'' zegt Willow Taylor, ver in de zeventig, maar nog zo scherp als een mes als het om haar herinneringen aan buurvrouw Heelis gaat. ,,Hij, Willy Heelis, was een ontzettend aardige man. Maar voor Mrs. Heelis waren we allemaal bang. Ze zag eruit als een heks, met die rare harde kleren van haar eigen schapenwol. Andere oude mensen maakten een praatje met ons, kinderen. Maar Mrs. Heelis niet. Tenzij je op haar tuinmuur was geklommen. Dan had ze een scherpe tong.''

,,Ze was een beetje a fraud'', zegt een kolonelsweduwe die haar goed gekend heeft. ,,Met dat opgelegde noordelijke accent, dat natuurlijk helemaal het hare niet was. En kinderen? Ze heeft ze zelf nooit gehad, ze was in dat rare milieu van haar tijd eenzaam opgegroeid – hoe moest zij weten hoe ze met kinderen moest omgaan?''

Veel Beatrix Potter-liefhebbers zouden geschokt zijn als ze wisten dat de bedenkster van Pieter Konijn met haar broertje Bertram precieze methoden uitdacht om dode konijntjes te stropen, dan te koken tot het vlees eraf viel, waarna de twee de skeletten bewaarden voor een verzameling die ook de overblijfselen van salamanders, vleermuizen en kikkers omvatte. ,,Je moet hem zo goed mogelijk opzetten'', instrueerde Bertram zijn zusje per brief, toen zij hem berichtte dat ze zijn geliefde vleermuis niet langer in leven kon houden. ,,Denk eraan dat je hem eerst zorgvuldig opmeet. (-) Ik weet niet wat de beste manier is om zijn vleugels uitgespreid te houden. Misschien kun je ze vastnagelen zoals met die vleermuis uit Edinburgh was gedaan, maar dan moet je wel watten achter zijn rug doen, zodat hij niet plat wordt.''

De kinderen Potter hadden een eenzame jeugd. Vader Rupert was een niet onbemiddelde advocaat, die trouwde met een telg uit een geslacht van welvarende katoenfabrikanten. In 1866 werd Beatrix geboren en zes jaar later Bertram. De kinderen zagen hun ouders zelden. In het grote huis in Kensington was de derde verdieping eerst kinderkamer, toen schoolklas en daarna Beatrix' studio. Kindermeisjes en gouvernantes speelden een grotere rol dan de ouders, zij het dat Rupert Potter, een enthousiast fotograaf, zijn kinderen aanmoedigde hun artistieke talenten te ontwikkelen. Andere kinderen ontmoette Beatrix hoogstens tijdens de vakanties in Schotland en in het Lake District.

Bij ontstentenis van vriendjes en vriendinnetjes concentreerden Beatrix en haar broertje zich op dieren: twee muizen, die ze redden uit een val, een egeltje dat in een speciaal reisdoosje werd meegesleept en de salamander van Bertram. Beatrix besteedde uren aan het natekenen naar de natuur en haar fijn-gepenseelde tekeningen trokken de aandacht van kenners. Ze was 24 en woonde nog steeds bij haar ouders toen ze haar eerste tekeningen, als kerstkaarten, aan een uitgever verkocht.

Uiteindelijk was Pieter Konijn degene die voor romantiek in haar leven zorgde. Beatrix was 39 jaar en had – nog steeds vanuit de kinderkamer van het ouderlijk huis – carrière gemaakt met tekeningen en verhaaltjes die ze had geschreven voor de zieke kinderen van een voormalig dienstmeisje. Ze bundelde de tekeningen tot boekjes, omdat ze daarmee eigen geld kon verdienen. De uitgever van de Beatrix Potter-boekjes, Fredrick Warne, onderhield de contacten met `Miss Potter' vooral via zijn zoon Norman. Die was zeer onder de indruk van de onafhankelijke, scherp humoristische en inmiddels zeer zakelijk voor zichzelf opkomende Beatrix. Na een kuise briefwisseling deed Norman haar in 1905 een huwelijksaanzoek. De familie Warne was dolgelukkig, maar de Potters vonden het maar niets dat hun dochter zich inliet met `trade'. De omstandigheden kwamen hen te hulp: Norman Warne stierf, een half jaar na zijn aanzoek, aan leukemie. Beatrix werd per telegram op de hoogte gesteld.

Miss Potter stortte zich op het werk: met de opbrengst van haar boekjes en een erfenisje kocht ze begin 1905 in haar inmiddels geliefde Lake District een boerderij in vol bedrijf: Hill Top. Het boerenechtpaar ging wonen in een zijvleugel en Beatrix bewoonde (hooguit een maand per jaar) het huis zelf.

Met de aankoop van Hill Top begon haar daadwerkelijke betrokkenheid bij het Lake District. Ze investeerde al haar inkomsten in land en huizen in en om Near Sawrey. Ze raakt bevriend met Canon Hardwicke Rawnsley, een van de grondleggers van de National Trust. Hij overtuigde haar ervan dat het Lakeland bewaard diende te worden zoals het was: met smalle wegen en gestapelde muren, met boerderijen in het grijze Lakeland-steen, met zijn schapen en meertjes en zijn oorspronkelijke bevolking. Alles zou na haar dood naar de National Trust gaan. Want ook al trouwt ze op haar 47ste met de makelaar uit Hawkshead, de leeftijd van kinderen krijgen was voorbij. In Near Sawrey weten ze tot op de dag van vandaag te vertellen dat Mr en Mrs. Heelis terugkwamen van hun huwelijksreis met een stiertje op de achterbank van de auto. Dat hadden ze onderweg naar huis ergens bij een station opgehaald. ,,Ik ben erg gelukkig en op elke denkbare manier tevreden met Willie'', schrijft Beatrix aan de zuster van Norman Warne. ,,Het is maar het beste om niet achterom te kijken.''

In de dertig jaar die haar dan nog zijn gegeven, wordt Beatrix Potter steeds minder de auteur van Pieter Konijn en Mrs. Tiggy-Winkle en steeds meer Mrs. Heelis, landeigenaar en geduchte aanwezigheid in het Lake District. Dit is de periode waaruit Willow Taylor (die daarover onlangs een boekje heeft geschreven) zich haar buurvrouw herinnert. ,,Ze was een rare'', zegt Willow Taylor. ,,Hield ze wel zoveel van dieren?'' Ik vraag het me af. Ik herinner me dat ze nooit meer één woord sprak tegen een buurman die had geklaagd dat ze haar schaapherdershond twaalf uur lang aan de ketting op het erf hield vastgebonden. Maar ze had wel een varken dat overal achter haar aan liep en zelfs in huis mocht komen. Veel mensen waren bang voor haar, omdat ze het met al dat land en die huizen steeds meer voor het zeggen kreeg hier. Er kon vaak geen vriendelijk woord af bij haar. Maar ze zorgde wel dat we hier een wijkverpleegster kregen. Het geld daarvoor kwam uit haar portemonnee. En ze kon zonder ophef ontzettend attent zijn op de noden van de een of ander.''

Naarmate ze ouder werd, gaf Beatrix Potter steeds minder gehoor aan de pressie van de familie Warne om elk jaar met een nieuw boekje te komen. Ze klaagde: haar ogen werden minder, ze was vaker ziek, ze had haar energie voor andere zaken nodig. ,,Jullie zullen er vroeg of laat toch aan moeten wennen'', schreef ze rond 1920 aan haar uitgever, ,,want je denkt toch niet dat ik nog meer van die verdomde boekjes voor jullie blijf maken als ik eenmaal dood en begraven ben! (-) Met hartelijke groet en uiterst gematigde excuses, hoogachtend Beatrix Heelis.''

Dominant tot haar laatste adem, ontbood Mrs. Heelis in de avond van 22 december 1943 haar schaapherder, Tom Storey, aan haar bed. Ze wist, vertelde Storey, dat haar einde naderde en ,,ze vroeg me om aan te blijven en op de boerderij te passen voor Mr Heelis wanneer zij er niet meer zou zijn. Ik zei dat ik dat zou doen.''

Beatrix Heelis-Potter stierf die nacht. Willie Heelis was verpletterd. Zijn familie zegt: ,,Hij zat daar en rouwde, tot hij er aan doodging.'' Dat was anderhalf jaar later. Ook zijn bezittingen gingen voor het merendeel naar de National Trust ,,zoals mijn vrouw dat gewild zou hebben''.