De grote man van Tsjetsjenië

Zijn leeftijdgenoten hielden zich op de universiteit van Moskou onledig met het `lossen' van goederentreinen en discussies over de geschiedenis van het Tsjetsjeense volk. Chozj-Achmed Noechajev begreep de nieuwe tijd anders. Hij gaf zijn rechtenstudie eraan en ging mensen `lossen'. Het leidde tot hardhandige `aanvaringen' met concurrerende mafiosi. Maar daarna was hij een grote baas in Moskou. Vervolgens voerde de reis terug naar Grozny, waar in 1991 de onafhankelijkheid was uitgeroepen. Trouw aan hun haat én minachting jegens de Russen kon ook hij daar in Tsjetsjenië onvervaard beginnen met de opbouw van een offshore zone die door niets en niemand werd erkend noch gecontroleerd. Alles wat God had verboden, werd denkbaar en mogelijk. Zoals het aftappen van de pijpleiding van de Kaspische naar de Zwarte Zee die over Tsjetsjeens grondgebied loopt. Noechajev werd nog rijker dan hij al was.

Toen Moskou eind 1994 besloot om hieraan een einde te maken, verenigden de Tsjetsjenen zich tegen deze dreiging. Het werd een doorslaand succes. Ze wonnen de oorlog. Noechajev was een van de strijders. Weliswaar was hij gewond geraakt, zijn handel ging door. Na de zege begon hij zich echter ook te interesseren voor de geestelijke aspecten van het leven. Als gesjeesde rechtenstudent achtte hij het zijn taak een nieuw staatkundig model te scheppen. En als `born again' moslim voelde hij zich verplicht de islam te stutten. In deze gemoedstoestand ontmoette hij tijdens een benefietconcert met Liz Taylor en Julio Iglesias de Nederlander Jos de Putter. Noechajev bood hen de broodnodige protectie, waarna de cineast en de Poolse cameraman Adrzej Adamczak in en rond het kidnappers-eldorado Tsjetsjenië op stap konden.

Goddank is hen niets overkomen. Want het resultaat, de film The making of a new empire, is monumentaal. De Putter is er in geslaagd de Tsjetsjeense wereld snoeihard te verbeelden zonder dat het klef wordt tussen de cineast en zijn held. Dat is op zich al een enorme prestatie. Daar komt nog bij dat The making of a new empire niet alleen een lust is voor het oog maar ook voor het oor en het verstand. Bijna elke scène biedt inzicht. Oude mannen onderrichten de kijker over de betekenis van de `zikr', de krijgsdans die de Tsjetsjenen onoverwinnelijk doet voelen. Een vriend diept de geschiedenis uit, zo potsierlijk dat ze weer geloofwaardig wordt. Zijn secretaris (een Poolse filosoof die in Engeland moslim is geworden) draait zich in waanzinnige bochten om het bezoek van president Maschadov aan Londen, waar Noechajev een kantoor van zijn Caucasus Common Market heeft geopend, tot een succes te maken voordat hij audiëntie gaat vragen bij de Paus. Zijn lijfwachten tonen een verbluffend dédain voor elke vorm van extern gezag als ze via Dagestan naar Grozny cruisen. En Noechajev zelf, nooit te beroerd om een mufti dollars toe te stoppen, legt uit waarom de bovenlangs getekende nieuwe pijpleiding lachwekkend is. ,,Je kunt om Tsjetsjenië heen, je kunt niet om Tsjetsjenen heen.''

Inmiddels woedt de tweede Tsjetsjeense oorlog. Al een half jaar ben ik via de veilige multimedia op zoek naar een levensteken van Noechajev. Waar zit hij, wat doet hij, met wie werkt of vecht hij? Dat wil ik weten. Met dank aan De Putter en Adamczak die niet voor veiligheid kozen en aan de montagetafel ook nog eens elke stilistische ijdelheid hebben weten te weerstaan.

The making of a new empire, Ned.3, 23.10-0.28u.