Capaciteit in intensive care baby's groter

De 157 intensive care-plaatsen voor pasgeborenen moeten worden verhoogd tot 311 om in de huidige behoefte te voorzien. Nu krijgen jaarlijks honderden vroeggeboren baby's niet de zorg die ze nodig hebben.

Dat concludeert de Gezondheidsraad, die in opdracht van minister Borst (Volksgezondheid) de stand van zaken betreffende intensive care rond de geboorte in kaart heeft gebracht.

Wegens plaatsgebrek in een van de tien daarvoor gespecialiseerde centra moeten elk jaar nog eens achthonderd kinderen voor behandeling uitwijken naar uithoeken van het land. Het toch al geringe aantal IC-plaatsen wordt bovendien onvoldoende benut door een tekort aan verpleegkundigen.

De gezondheidsraad constateert dat het percentage kinderen dat na de geboorte intensieve zorg nodig heeft, sinds 1986 is gestegen van 1,45 procent tot 2,3 procent. Dat komt doordat vrouwen gemiddeld op latere leeftijd kinderen krijgen, aldus het vandaag verschenen rapport, en doordat het aandeel van allochtone vrouwen toeneemt. Met het stijgen van de leeftijd worden er meer tweelingen geboren en neemt de kans op groeivertraging en vroeggeboorte toe.

Negroïde vrouwen hebben in Nederland een driemaal verhoogde kans op een vroeggeboorte voordat de zwangerschap zes maanden is gevorderd. De kans dat de baby rond de geboorte sterft, is bij allochtone vrouwen 1,3 tot twee keer zo hoog als bij autochtone vrouwen.

Naast de capaciteit laat de kwaliteit van de neonatale zorg volgens de raad te wensen over. Zo wordt de medische begeleiding vaak overgelaten aan onervaren arts-assistenten, en werken specialisten tegenwoordig in ploegendiensten, wat de continuïteit van de zorg aantast. Follow-up-onderzoek vindt niet systematisch plaats, hoewel veel kinderen aan hun vroeggeboorte een handicap overhouden. Nieuwe behandelingen worden vaak ingevoerd voordat de effectiviteit ervan is bewezen.