Brazilië's boerse oervaders

Brazilianen zijn niet trots op hun Portugese afstamming. Doordat Portugezen niet in staat zijn geweest het gezag te centraliseren hebben de slavenhouders het altijd voor het zeggen gehad.

,,Manoel, je vrouw verraadt je met je beste vriend'', zegt de ene Portugees tegen de ander. ,,Wat?'', roept Manoel ,,Ik zal die klootzak vermoorden.'' Hij pakt zijn pistool en schiet zijn hond dood.

Het is één van honderden Portugezen-grappen die in Brazilië de ronde doen. Dom en boers. Possessief en onnozel. Dat is het beeld dat de Brazilianen van hun oervaders hebben. Ze zijn er niet trots op van de Portugezen af te stammen. Maar omgekeerd hebben ze ook niet de ingewikkelde haat-liefdeverhouding die de rest van Latijns-Amerika met zijn Spaanse veroveraar tekent. De Brazilianen behoren tot de meest ongecompliceerde volken ter wereld. En dat komt ook door de vorm van de Portugese kolonisatie.

,,Eigenlijk is het Portugal nooit gelukt om Brazilië te domineren'', schrijft de Amerikaanse historicus Joseph Page. Individualistischer en anarchistischer dan de Spaanse collega-veroveraars, kreeg het centrale gezag in Lissabon de kolonie nooit echt in de greep. Als kleine keizertjes bestuurden de slavenhouders hun plantages. Ook toen het bestuur van de kolonie gecentraliseerd werd, bleef de absolute macht van de plantagevorsten ongebroken.

De Portugezen misten eenvoudig het talent om een goed werkende staatsmacht te organiseren. De Portugese ambtenaren waren corrupt en incompetent. Het gevolg is de `monsterlijke machine van de koloniale bureaucratie', die tot op de dag van vandaag elke gewone Braziliaan vermorzelt. Daar tegenover staat nog steeds een elite die zichzelf als `onfeilbaar' beschouwt en te allen tijde boven de wet verheven is.

De Portugese veroveraars maakten van Brazilië een slavenmaatschappij tot in het diepst van haar vezels. Nog steeds is de allerhoogste waarde in Brazilië: niets doen. Jezelf met niets vermoeien. Elke zichzelf respecterende Braziliaan had dan ook zijn eigen slaaf voor het poetsen van zijn schoenen, het aantrekken van zijn jas. Zelfs vrijgelaten slaven namen weer slaven. Om een baan bij de overheid te krijgen was het tot na de afschaffing van de slavernij zelfs een voorwaarde dat men nooit `fysieke arbeid' gedaan had.

Een bijzondere wending kreeg de Braziliaanse geschiedenis in 1808, met de komst van het Portugese Hof naar Rio de Janeiro. Daar kwamen ze, op hun schepen. Vol luizen en schurft. Vijftienduizend hovelingen op de vlucht voor Napoleon. En opeens moest het dorp Rio omgetoverd worden tot de nieuwe mondaine hoofdstad van het Portugese rijk. Geen gemakkelijke opgave. Want tot dan toe liepen de rijke slavenhandelaren er nog in hun onderbroek door het huis. Ze aten met hun handen. De meesten konden niet eens lezen en schrijven: daavoor hadden ze Portugese klerken in dienst.

Drie eeuwen lang had de Portugese Kroon Brazilië strak aan de leiband gelegd. Er mocht met niemand anders dan Portugal handel worden gedreven. En er mocht geen eigen industrie worden opgezet. Dat versterkte de slaveneconomie, en was tevens de reden dat rond 1750 de goudmijnen sloten: de Brazilianen konden geen eigen mijnbouwtechnologie ontwikkelen, en de import van buitenlandse technologie was verboden.

Toen de Portugese troon naar Brazilië verhuisde was 97 procent van de Brazilianen analfabeet. Er mochten geen universiteiten worden opgezet, en zelfs geen boeken of kranten gedrukt. Dat alles veranderde radicaal met de komst van de koning. In het boerse Rio werd opeens Parijs nageaapt. ,,De verhuizing van het Portugese hof naar Rio heeft de Brazilianen hun eigen trots gegeven'', zegt de historicus Jorge Caldeira. Die verhuizing was ook de reden dat de onafhankelijkheid in 1822 zonder grote trauma's en bloedvergieten verliep: een jaar nadat de koning terug was gegaan naar Portugal, riep zijn zoon Pedro de onafhankelijkheid van Brazilië uit. `Onafhankelijkheid of de dood', zou de zachtaardige Portugese prins hebben geroepen. En toen was Brazilië vrij. En Pedro werd keizer.

Op het vliegveld van Rio landt nog steeds drie keer per week een vliegtuig uit Lissabon. De Portugezen die eruit komen zijn armoedig gekleed en ruiken naar knoflook en vis: de veroveraars van toen zijn nu gastarbeiders geworden.

Dit is het vierde deel van een korte serie over Brazilië. Eerdere afleveringen verschenen op 22, 25 en 26 april.