Bedwelmende bomen

Het Von Gimborn Arboretum is jarig en dat zullen wij weten ook. Fotowedstrijden, puzzeltochten, workshops (het woord alleen al is voldoende om mij rechtsomkeert te doen maken) en zelfs bomenliederen met pianobegeleiding zetten de vijfenzeventigste verjaardag van het arboretum luister bij.

Een arboretum is een bomenverzameling en het Von Gimborn Arboretum te Doorn is in 1924 opgericht door de Duitse inktfabrikant en gepassioneerde bomenliefhebber Max von Gimborn. Zijn inktfabriek stond in Zevenaar, niet ver van de Duitse grens, en het lag voor de hand om daar zijn bomenverzameling aan te leggen. Maar zijn enthousiasme was groter dan zijn ervaring en al gauw kwam hij er achter dat de coniferen die zijn speciale belangstelling genoten het moeilijk hadden op de zware Zevenaarse rivierklei. Hij keek uit naar een andere locatie en verhuisde naar een terrein van 47 ha in Doorn.

Wat hem voor ogen stond was ,,een park, tevens arboretum'' en de tuinarchitect Bleeker werd gecontracteerd om een Engels landschapspark met veel doorkijkjes en zichtassen te ontwerpen. Centraal in het ontwerp van Bleeker stond een villa met uitzicht over een heidetuin, maar de beurskrach van 1929 verijdelde Von Gimborns ambitieuze plannen. De heidetuin werd aangelegd, maar de villa bleef – door de gekelderde aandelenkoersen – een droom. Van het oorspronkelijke plan is maar de helft aangelegd.

Wie een bomentuin laat aanleggen, plant voor toekomstige generaties. Nu, 75 jaar later, genieten wij van de volwassen bomen die Von Gimborn alleen heeft gezien als spichtig jong boompje. Hij overleed in 1964; en twee jaar later kwam het arboretum in het bezit van de Universiteit van Utrecht, die de tuin op een voorbeeldige manier beheert.

Tuinen – en ook bomentuinen – zijn altijd op hun mooist op tijdstippen dat ze voor het publiek gesloten zijn: 's morgens vroeg en 's avonds laat. Zoals mensen altijd door kaarslicht worden geflatteerd, is ook de tuin in het zachte avondlicht mooier dan in het onbarmhartige felle daglicht. Het is dan ook te loven dat de Universiteit van Utrecht avondwandelingen organiseert. Bezoekers kunnen onder leiding van een ervaren gids kennismaken met het tweede leven van het arboretum, wanneer de bomen veranderen in silhouetten, de nachtvlinders zoemen en de geuren bedwelmender zijn dan overdag. En ook de individualisten die onmogelijk in groepsverband kunnen genieten zijn op de open avonden van harte welkom.

De verjaardag van het arboretum wordt een jaar lang gevierd, maar het hoogtepunt van de feestelijkheden valt in de feestweek van 13 tot 21 mei. De voorbereidingen zijn al in volle gang en, discreet vanachter een conifeer, keek ik gefascineerd naar het inrichten van een beeldententoonstelling in het bomenpark. Hoewel, `kunsttentoonstelling' is waarschijnlijk een beter woord voor conceptuele installaties die mij de ene keer aan een houtmijt en dan weer aan een vangrail deden denken. De kunstenaars hielden persoonlijk toezicht op het plaatsen van hun kunstwerken en dreven de toch al sceptische tuinlieden tot wanhoop door hen te verzoeken om geplaatste kunstwerken bij nader inzien een halve meter te verplaatsen of een kwartslag te draaien.

Hilarisch werd het toen een schoolklasje, bezig met de paaspuzzeltocht, de kunstwerken onmiddellijk herkende als klimtoestellen en zich joelend op de pasgeplaatste kunst stortte. Het valt niet mee om kinderen voor botanie te interesseren; de jeugd ervaart de statische bomen al gauw als saai en stelt begrijpelijkerwijs meer belang in meer spectaculaire vertegenwoordigers van de natuur, zoals zeeslangen, boa constrictors en dinosaurussen. Maar de Universiteit van Utrecht doet in ieder geval een heroïsche poging de belangstelling van de jongeren te wekken.

Het zal mijn kinderlijke inslag wel zijn, maar ik heb bij de ingang van het arboretum een formulier voor de puzzeltocht meegenomen, hoewel die alleen voor lagereschoolkinderen bestemd is. En op mijn wandeling heb ik tersluiks naar de verstopte opdrachten gezocht. Intrigerend was een kuil bij een bruggetje, met daarin een groot bot – waarschijnlijk de rest van een dierlijk bekken of dijbeen. Waarmee ik maar wil zeggen dat je van een arboretum op verschillende niveaus kunt genieten. Kinderen zwaaien aan de conceptuele kunst en vallen quasi per ongeluk in de ondiepe vijvers die – zelfs op de Doornse zandgrond – nu eenmaal in een Engelse landschapstuin thuishoren. Geïnteresseerde leken genieten van alle verschillende bomen, van het landschap en van het gekwinkeleer van de vogels. En de ware bomenfreak leest alle etiketten en voelt zijn hart sneller kloppen bij het zien van superzeldzame exemplaren. Misschien loert hij later in het seizoen zelfs hebberig naar de boomkruinen, om te zien of er misschien kiemkrachtig zaad wordt gezet.

Gelukkig was Max von Gimborn niet eenkennig en heeft hij, naast zijn geliefde coniferen, ook belangwekkende collecties loofbomen aangelegd. De zeldzaamste bomen zijn niet noodzakelijkerwijs de mooiste. Ieder seizoen zal zijn hoogtepunten hebben; in het vroege voorjaar werd ik het meest getroffen door de bloeiende esdoorns, de grillig vertakte haagbeuken en door de treurvorm van de ordinaire hazelaar die met zijn nog nauwelijks bebladerde takken afhing naar een traagstromende beek.