Banden, ballonnen en andere lapmiddelen

Er zijn diverse chirurgische ingrepen mogelijk om overgewicht te verminderen en te voorkomen. Maar de bijwerkingen zijn soms pijnlijk. Een overzicht.

IRIS DORSMAN (35) was 25 jaar toen ze het leven schonk aan een dochter. Na de bevalling kreeg de Almelose last van bekkeninstabiliteit. Ze belandde in een rolstoel en moest haar baan als verpleegkundige opgeven. ,,Uit frustratie begon ik te eten. Binnen de kortste keren nam mijn gewicht toe van 68 naar 140 kilo.'' Dorsman kreeg speciale medicijnen en probeerde diverse diëten – zonder blijvend resultaat. Vorig jaar onderging ze een maagbandoperatie in een plaatselijk ziekenhuis. Ze weegt nu 70 kilo. ,,De lapband is heilig'', zegt Dorsman. ,,Als ze hem willen wegnemen, moeten ze me eerst vangen.''

MAAGBAND

De maagband – het aanleggen van een band rond het begin van de maag – is anno 2000 de meest favoriete techniek om mensen met ziekelijk overgewicht daarvan af te helpen. De band bestaat meestal uit siliconen materiaal. Hij heeft een binnenreservoir (zoals een fietsband). Door daar vloeistof in te spuiten kan de band losser en strakker worden gezet. Dit kan bijvoorbeeld door met een injectiespuit een onderhuids vloeistofreservoir aan te prikken dat via een slangetje in verbinding staat met de holte in de maagband. De maagband verdeelt de maag als een zandloper in twee helften. De kleine opening die de maagband nog openlaat, werkt als een kunstmatige maaguitgang, een stoma. De beschikbare maaginhoud wordt sterk verkleind; de patiënt voelt zich eerder verzadigd en eet minder.

De gewichtsvermindering kan spectaculair uitpakken. Chirurgen uit het Albert Schweitzerziekenhuis in Dordrecht meldden in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift Obesity Surgery (februari 2000) een teruggang in body mass index (BMI, gewicht in kilo gedeeld door het kwadraat van de lengte in meter) van 44,7 naar 34,8 in 18 maanden tijd. Dat betekent voor iemand van 1,70 meter lengte een gemiddelde gewichtsvermindering van 130 naar 100 kilo in anderhalf jaar. De complicaties zijn echter niet gering. Mede daarom wordt de ingreep in Nederland weinig en pas na strenge selectie van de patiënten uitgevoerd. De Dordtse chirurgen zagen complicaties bij ruim 1 op de 4 patiënten. Bij drie (van de 91) patiënten verschoof de band, waarna deze met een heroperatie moest worden verwijderd.

Niet alle gevolgen zijn ongedaan te maken door de band te verwijderen. Soms zijn de effecten blijvend. Het deel van de maag dat het voedsel nog verwerkt, kan oprekken. Daarbij wordt de maagwand dunner en zwakker. Ook kunnen er uitstulpingen in de maagwand ontstaan. Serieuze en potentieel dodelijke complicaties zijn mogelijk, schrijven de onderzoekers. De wetenschappelijke literatuur laat tot 7 procent ernstige complicaties zien die een heroperatie nodig maakten. Zeker de helft van de patiënten krijgt last van bijwerkingen waarbij geen operatie nodig is. Overgeven is de meest voorkomende hinderlijke bijwerking. Brandend maagzuur en ontstekingen aan de slokdarm zijn andere hinderlijke bijkomstigheden van het afvallen met een maagband, een methode die, gemeten over jaren, succesvol is.

Naast de maagband zijn er diverse andere chirurgische ingrepen die de voedselinname of absorptie van voedingsstoffen – en dus overgewicht – moeten tegengaan:

MAAGBALLON

Een `vriendelijke' methode is bijvoorbeeld de maagballon. De behandelend arts, meestal werkzaam in een privé-kliniek, brengt de ballon in via de slokdarm, door middel van een voerdraad. Ligt de ballon eenmaal goed in positie, dan wordt 500 milliliter (zout) water toegevoegd, voorzien van een blauwe kleurstof. Op die manier wordt de drager tijdens het plassen gewaarschuwd, mocht de ballon onverhoopt stukgaan. Om lekkage te voorkomen wordt de ballon na zes maanden verwijderd of zonodig vervangen.

De ballon zorgt voor een verminderde eetlust, maar ook voor vervelende bijwerkingen. Veel dragers hebben last van maagkramp, oprispingen, misselijkheid en spierpijn. Maar lekkage is veruit het grootste en gevaarlijkste probleem; er zijn gevallen bekend van mensen die eraan zijn gestorven.

GASTROPLASTIEK EN BYPASS

Voor mensen met een BMI van meer dan 40 is er altijd nog de maagoperatie: gastroplastiek of een bypass.

Bij gastroplastiek wordt een soort voormaag gemaakt door het aan elkaar vastnieten van de voor- en achterzijde van de maag. Aan het uiteinde van deze verbinding wordt een ring geplaatst, die verhindert dat de voormaag gaat uitzetten. Het volume van de maag wordt op die manier teruggebracht tot 20 milliliter.

In het geval van een bypass wordt de dunne darm – die bestaat uit drie delen, duodenum, jejunum en ileum – ingekort. Het voedsel kan daardoor minder snel worden opgenomen door de darmwand. Het duodenum, waar zowel galblaas als alvleesklier hun afscheiding in lozen, kan ook met een bypass worden omzeild. In dat geval wordt de afscheiding – zonder voorbewerking – in het ileum geloosd, waardoor deze slechts gedeeltelijk door de darmwand wordt opgenomen. De rest verlaat het spijsverteringskanaal onbenut.

Gastroplastiek en bypass zijn niet risicoloos. De patiënt mag dan wel veel gewicht verliezen (een derde gewichtsverlies in een jaar tijd is niet ongewoon), maar daar staat wel vaak de noodzaak van levenslange medische supervisie tegenover. Buikhernia, galblaasontsteking, bloedarmoede en trombose (stolselvorming in de aders van de benen) zijn slechts enkele van de vele complicaties die kunnen optreden na een maagoperatie. Niet zelden laten de nietjes los, of lekt de maaginhoud door naar de onderbuik. Hier en daar wordt in de literatuur een woekering van de darmflora in de resterende blinde darmstukken vermeld. Tien tot twintig procent van de patiënten met overgewicht die een maagoperatie ondergaan, ligt binnen de kortste keren weer op de operatietafel voor een heroperatie.

KAAKKLEM

Een tamelijk onbekende, maar in de Verenigde Staten vaak toegepaste techniek is de kaakklem. In dit geval worden er twee beugels aan het tandvlees van de geopereerde vastgenaaid. Na de operatie leeft hij of zij op een vloeibaar dieet – `astronautenvoedsel' voor ingewijden. In die periode, die enkele maanden duurt, meet de geopereerde zichzelf een nieuw eetpatroon aan.

De complicaties die optreden na plaatsing van een kaakklem zijn legio. Zo valt op het digitale gezondheidsnet (www.gezondheidsnet.nl) het verhaal te lezen van een vrouw die een paar jaar geleden een kaakklem liet plaatsen door een Nederlandse kaakchirurg – een behandeling die zij achteraf als bijzonder pijnlijk en nutteloos typeert. Ze onderging, voorafgaande aan de operatie, een twintigtal verdovingen en kon in de weken erna nauwelijks niezen of gapen. Andere bijwerkingen: oorpijn, ademnood en een extreem slechte adem. Na verwijdering van de kaakklem bleek haar gebit ernstig aangetast. De 22 kilo die zij tijdens de behandeling was verloren, zaten er binnen een halfjaar weer aan.