`Vonnis in moordzaak herzien'

De Hoge Raad zal worden gevraagd de veroordeling van twee mannen in de zogeheten Puttense moordzaak te herzien. Een unieke procedure.

In 1925. De strafzaak Giessen-Nieuwkerk. Dat is eigenlijk het enige geval dat de gepensioneerde Rotterdamse hoofdcommissaris J. Blaauw zich herinnert waarin de Hoge Raad herziening gegrond achtte van een veroordeling van twee mannen tot vijftien jaar wegens moord.

De grootste gerechtelijke dwaling van de vorige eeuw, noemt Blaauw die zaak. De moord moest opnieuw behandeld toen een getuige bij nader inzien terugkwam op een belastende verklaring die leidde tot een schuldigverklaring van twee mannen voor de dood van een spoorwegbeambte.

De strafzaak die deze eeuw met die dubieuze eer gaat strijken, is wat Blaauw betreft de Puttense moordzaak. De zaak van Herman du Bois en Wilco Viets die inmiddels op een paar maanden na een straf van tien jaar hebben uitgezeten wegens verkrachting en moord van de 23-jarige Christel Ambrosius in Putten. ,,Een joekel van een rechterlijke blunder'', zegt J-H. Kuijpers van het advocatenkantoor Doedens dat deze week de Hoge Raad zal vragen de onherroepelijke veroordeling van de twee mannen te herzien.

Bij het hoogste rechtscollege kan ook niemand zich een recentere vergelijkbare zaak herinneren dan de eerder genoemde moord van 75 jaar geleden. Jaarlijks krijgt de Hoge Raad zo'n tachtig verzoeken om een vonnis te herzien. Zo'n vijftien daarvan worden toegewezen, waarna een ander gerechtshof zich over de zaak buigt. Het gaat dan meestal om betrekkelijk kleine vergrijpen zoals iemand die ten onrechte veroordeeld blijkt wegens winkeldiefstal, doordat de echte dader een valse naam heeft opgegeven. Een recente succesvolle herziening van een veroordeling wegens een kapitaal, ernstig delict kan niemand zich bij de hoogste rechter herinneren.

Wie veroordeeld is kan herziening van een onherroepelijke uitspraak vragen aan de Hoge Raad als later een nieuw feit aan het licht is gekomen. Artikel 457 van het Wetboek van Strafvordering spreekt van ,,enige omstandigheid die bij het onderzoek op de terechtzitting de rechter niet was gebleken''. Een feit dat ,,ware zij bekend geweest dan zou het onderzoek der zaak hebben geleid tot vrijspraak'', aldus het wetboek.

Bingo, meent de verdediging. Uit recent DNA-onderzoek – een techniek die eerder niet mogelijk was – is gebleken dat op het lichaam van de op 9 januari 1994 vermoorde stewardess Ambrosius twee haren zijn gevonden die niet van de veroordeelden kunnen zijn. De haren, een in de hals en een op de trui, hebben hetzelfde genetische profiel als een al eerder onderzochte spermavlek die op het been van de verkrachte vrouw werd aangetroffen. Dit nieuwe feit moet de rechters zeker op andere gedachten brengen, aldus de advocaten van de mannen die in oktober het verplichte tweederde deel van hun straf zullen hebben uitgezeten.

In justitiële kringen wordt die uitleg betwijfeld. Viets en Du Bois, twee zwagers, zijn destijds veroordeeld omdat ze op een gegeven moment allebei een gedetailleerde bekentenis hebben afgelegd. Er waren bovendien twee getuigen onder wie hun schoonvader.

De `daders' en een getuige zijn later teruggekomen op hun verklaring. De bekentenissen zouden onder zware druk tot stand zijn gekomen. Desondanks meenden rechtbank en hof dat ze vooral op grond van die aanvankelijke bekentenissen wel degelijk als dader konden worden aangemerkt.

,,Het nu aangedragen `nieuwe' feit over de herkomst van de op het stoffelijk overschot gevonden haren is niet strijdig met de bewijsconstructie die er ligt'', zegt een hooggeplaatste magistraat. Het is volgens hem daarom maar zeer de vraag of de Hoge Raad de nu bekend geworden gegevens zodanig zal interpreteren dat de rechter de twee mannen zonder meer zou hebben vrijgesproken als dit eerder bekend geworden was.

Bij de verdediging gaan ze daar wel van uit. In kort geding wordt de president van de Haagse rechtbank volgende maand gevraagd alvast een voorschotje te nemen op het oordeel van de Hoge Raad dat over een maand of vier wordt verwacht. De Haagse president wordt gevraagd de uitvoering van de straf op te schorten.

Intussen wordt op advocatenkantoor Doedens ook al druk gerekend over de schadevergoeding die zal wordt gevraagd als de twee cliënten alsnog worden vrijgesproken. Voor dagen die een verdachte ten onrechte in voorlopige hechtenis zit wordt een standaardvergoeding uitgekeerd van zo'n 200 gulden. Kuijpers kondigt aan dat in dit geval een vergoeding per dag zal worden gevraagd van meer dan 500 gulden. Dat komt neer op een vordering van ruim een miljoen gulden per persoon. Ook in dit geval is er eigenlijk geen jurisprudentie waaruit valt af te leiden of de twee mannen met succes een dergelijk bedrag kunnen claimen. De rechter beoordeelt een schadeclaim naar redelijkheid en billijkheid. Dat de mannen zelf aanvankelijk de moord hebben bekend, zal in dit geval zeker een matigend effect hebben op de vergoeding die de staat eventueel moet betalen.

Politieman Blaauw, die al jaren probeert aan te tonen dat de rechters zich hebben vergist in de Puttense moordzaak, heeft er alle vertrouwen in dat de juristen alsnog het juiste oordeel zullen vellen. ,,Zullen we wedden'', zegt hij.

Volgens Blaauw is ongeoorloofd veel pressie op de verdachten uitgeoefend om hen de bekentenissen te ontlokken. ,,Viets en Du Bois hebben er echt niets mee te maken en ik kan het weten want ik heb er verrekte goed over nagedacht'', zegt Blaauw die in juni een boek over deze zaak zal publiceren. Wie dan de echte moordenaar is, weet hij ook niet. ,,Ik wil alleen aantonen wie het niet is geweest. Ik ga niet achter de dader aan. Die tijd is geweest.''