Uitgerangeerd

Veel mensen verheugen zich op hun pensioen. Na een arbeidzaam leven is het goed nog een tijdje op je lauweren te kunnen rusten in plaats van tot je laatste snik door te buffelen en meteen het graf in te duiken.

De tijd die voor deze gouden jaren wordt gereserveerd dijt steeds meer uit. De bevolking kijkt aan tegen een levensverwachting van 79 jaar (vrouwen 82, mannen 76), maar er is nog nauwelijks iemand die zijn werkend bestaan volmaakt tot de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar. Je moet wel kunnen vechten als een tijger voor het recht om inkomen uit arbeid te verwerven, of natuurlijk een kleine zelfstandige zijn, wil je die mijlpaal ook echt bereiken. Alle anderen zijn al veel eerder met vut of met speciale uitkeringen vertrokken. Ondoorzichtige afvloeiingsregelingen stimuleren medewerkers van 55-plus aan de universiteit om met behoud van 90 procent van hun salaris plaats te maken voor jonge krachten die om een baantje verlegen zitten. Ik heb nooit begrepen hoe het op landelijk niveau een bezuiniging kan betekenen om tegen ervaren 50-plussers te zeggen dat ze bijna evenveel geld krijgen om niet te werken als om wel te werken. En dat terwijl die mensen nog wel vijftien jaar mee kunnen. Tenslotte gebruiken zij alleen hun hersens om wat colleges te geven, studenten te begeleiden en af en toe een artikeltje te schrijven. De cognitieve capaciteiten van een 65-jarige verschillen niet noemenswaard met die van een 55-jarige. Het is een onvoorstelbare verkwisting om deze hersenkracht met de vut weg te sturen, of hoe die regelingen ook verder mogen heten.

Nog merkwaardiger is het dat deze personen zich ook daadwerkelijk laten heenzenden. Niet alleen aan de universiteit, maar in allerlei andere sectoren van de maatschappij hoef je kennelijk maar een kik te geven of iedereen met een paar grijze haren of enige rimpeling op het gelaatsoppervlak maakt zich in minder dan geen tijd uit de voeten. Gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, afvloeiingsregelingen, gouden handdrukken, of wat voor fuiken je nog meer kan verzinnen, alles wordt met beide handen aangegrepen om weg te wezen. Ze zijn er nog blij mee ook! Wat te doen, als je nog in de kracht van je geestelijke leven bent en de dood klopt, als alles volgens verwachting gaat, pas over vijfentwintig jaar aan je poort? Ergens anders werken mag niet, want dan verliezen ze het fundament onder hun bestaan, de uitkering, dus gaan ze dingen voor zichzelf doen: een beetje sporten om in conditie te blijven, boeken schrijven (waar je nooit meer iets van hoort) of het buitenhuisje verbouwen.

Het grote genieten kan een aanvang nemen en dat doet het inderdaad. Van de mensen tussen de 55 en 65 is nu minder dan eenderde actief op de arbeidsmarkt, de rest is zichzelf aan het amuseren. Ze boeken reisjes naar Nieuw Zeeland of Thailand, ze golfen en ze crossen maandenlang door Europa met een camper. Het lijkt me allemaal even onbenullig, maar ze zijn er dik tevreden mee. Er zijn zelfs veertigers die na een korte, explosieve carrière zoveel geld verdiend hebben dat ze de rest van hun leven kunnen rentenieren. Met hun schaapjes op het droge besteden zij hun tijd aan verstandig beleggen en aan kinderopvoeding.

Het lijkt wel een samenzwering: aan de ene kant worden mensen die niet echt jong meer zijn uit de arena weggeduwd (sollicitatiebrieven van veertigers vinden zelden enthousiast onthaal), aan de andere kant ruimen de betrokkenen zelf maar al te graag het veld om leuke dingen voor zichzelf te gaan doen. Er is blijkbaar genoeg rijkdom voorradig om er een enorm contingent maatschappelijk inactieven op na te houden dat zich twee à drie decennia lang kan overgeven aan de dans der skeletten aan de zijlijn. Gezien de tevredenheid in het paradijs kan ik er weinig steekhoudends tegenin brengen, behalve dan dat het idee om met een glas piña colada in de hand de ondergaande zon op een Caraibisch eiland te moeten aanschouwen (en de dag daarna weer) mijn persoonlijke horror vacui verbeeldt. Zelfs het rottigste baantje biedt meer troost dan deze bodemloze leegte. Het wordt tijd de pensioenen en de AOW op te krikken naar 70 jaar.