`Toon was de grootste van ons allemaal'

Toon Hermans introduceerde de onemanshow in Nederland. Voor cabaretiers van latere generaties was hij een voorbeeld, idool of vaderfiguur.

Cabaretier Toon Hermans, die zaterdag aan de gevolgen van een hartaanval overleed in het ziekenhuis van Nieuwegein, is gisteren in betrekkelijke stilte begraven in zijn geboortestad Sittard. Belangstellenden werden bij de begrafenis op afstand gehouden. Naast zijn publiek betreuren ook collega-cabaretiers de dood van ,,de laatste van de Grote Drie''.

Voor Seth Gaaikema was Toon Hermans de tovenaar van de eenvoud. ,,Alles wat opgeblazen was, kon hij doorprikken en terugbrengen tot wat het in werkelijkheid was'', aldus Gaaikema. Gaaikema voelt zich treurig bij de dood van de ,,heel lieve man'' die hij persoonlijk goed heeft gekend. ,,Je denkt: zo iemand gaat niet dood. Ik denk dat heel veel mensen vandaag het gevoel hebben dat ze een familielid hebben verloren. Hij stond heel dicht bij heel veel mensen.'' Gaaikema roemt Hermans' mentaliteit. ,,Wat ik zeer in hem bewonder, is dat hij ondanks het cynisme van deze wereld, altijd het kind is gebleven dat gelooft in het goede.''

Youp van 't Hek denkt bij Toon Hermans vooral aan de vrolijkheid die de cabaretier uitstraalde. ,,Ik weet nog goed dat mijn ouders naar een voorstelling van Toon Hermans gingen. Ze kwamen echt superverliefd terug. Niet alleen op elkaar, maar ook op het leven'', zei Van 't Hek gisteren. Ook de eerste voorstelling van Hermans die Van 't Hek zelf bijwoonde in Carré is hem bijgebleven. ,,Ik heb er een paar jaar op kunnen teren, qua vrolijkheid en leukheid'', zo stelde hij in het Radio 1 Journaal. Kenmerkend voor Toon Hermans is voor Van 't Hek het gedichtje: Wat heb je aan je miljoenen Piet, als je moet piesen en je kan het niet. ,,Hij kon het publiek het idee geven dat het makkelijk was wat hij deed, ook al wist iedereen dat het niet zo was.''

`Toif is toot', een van de bekendste zinnetjes van Toon Hermans, werd onlangs door collega-cabaretier Freek de Jonge `bewerkt' in een van zijn columns voor Het Parool, die hij ook voordroeg tijdens het Boekenbal. De Jonge fantaseerde hoe de laatste eer aan bekende Nederlanders kon worden bewezen, in de geest van de begrafenis van Sir Stanley Matthews. De begrafenisstoet van de legendarische Engelse voetballer reed een rondje in het stadion. De Jonge in zijn column: ,,Bij Toon Hermans zou er een duif op het toneel kunnen komen die de deksel van de kist optilt en zegt: `Toon is dood'.''

Paul de Leeuw beschouwde Toon Hermans als zijn voorbeeld. ,,Het begint met de eerste voorstelling die je bezoekt met je ouders. `Dat wil ik ook', dacht ik toen'', aldus De Leeuw dinsdag op Radio 1. ,,Hij was voor mij het levende bewijs dat je wat je doet ook moet kunnen voelen, je moet het kunnen overbrengen. Het is knap zoals hij van niets iets wist te maken. Dat heb je of dat heb je niet. Je bent leuk, of je doet leuk.''

De Leeuw typeert de overleden Toon Hermans als amuseur. Hij is een paar keer bij Hermans op bezoek geweest en voerde toen aan de keukentafel heel bijzondere gesprekken. ,,De keren dat ik hem sprak, was ik heel erg onder de indruk.'' Hermans adviseerde de populaire De Leeuw niet te veel op televisie te komen. ,,Hij gaf me heel erg op mijn donder dat ik te veel op tv was. Hij vond dat ik meer theater moest doen. Hij hamerde erop: `Te vaak is niet goed. Een keer per jaar op televisie is genoeg'.''

,,Toon was de grootste van ons allemaal, zeker van onze generatie'', aldus Paul van Vliet gisteren. ,,Toon kon alles. Hij kon dingen die niemand anders kon. Hij kon toveren met niks.'' Van Vliet was ontdaan toen hij hoorde dat Hermans was overleden. ,,Ik ben geschokt, want hij was er altijd. Vanaf het begin, toen ik nog een klein jongetje was. Hij was mijn grote idool. Als Toon er was, scheen de zon.'' Van Vliet noemt Toon Hermans een unieke man. ,,Hij schilderde met zijn penseel, met woorden en met muziek. Een man met een geweldig charisma. Hij was voor mij een grote inspiratiebron. Hij liet zien hoe het kan zijn. Hij is de uitvinder van de onemanshow.'' Paul van Vliet had ook privé een goede relatie met Toon. ,,Hij vaderde een beetje over me op essentiële momenten.''

Volgens de Leidse godsdienstsocioloog dr. M. ter Borg wees Hermans mensen erop dat ze een positieve instelling moesten hebben. ,,Daar hebben ze behoefte aan.'' Hermans' stijl en presentatie, vooral in zijn geschreven werk vaak doortrokken van een eenvoudige vroomheid, zijn volgens Ter Borg voor een deel terug te voeren op diens rooms-katholieke jeugd. ,,Hij heeft de vrolijkheid die je in het rooms-katholieke volksgeloof vindt, in stand gehouden en verder gebracht.'' Van kritiek daarop trok hij zich weinig aan. Ter Borg: ,,Er is een zeker lef voor nodig om zo pretentieloos te zijn.''