Spielberg populariseert de shoah

Na het succes van Schindler's List (1993), de Hollywoodversie van de jodenvernietiging, ondernam Steven Spielberg een project, waar minder kritiek op viel te leveren. Hij richtte in 1994 de Survivors of the Shoah Visual History Foundation (vaak kortweg `the Spielberg Foundation' genoemd) op, die zich ten doel stelt zo veel mogelijk getuigenissen van overlevenden van de shoah op beeld vast te leggen. Tot nu toe werden in 57 landen en 31 talen meer dan 50.000 interviews op videotape opgenomen, bij elkaar een indrukwekkend archief, dat zich leent voor velerlei nuttig gebruik.

Vorig jaar werd de Oscar voor de beste lange documentaire toegekend aan The Last Days, een door Spielberg geproduceerde 35mm-bioscoopfilm van regisseur James Moll, die direct voortvloeit uit de activiteiten van de stichting met de lange naam. The Last Days documenteert de getuigenissen van vijf Amerikaanse overlevenden van Hongaars-joodse afkomst en volgt hen veelal bij hun terugkeer naar Europa, naar de plekken die van belang waren voor hun eigen geschiedenis: Auschwitz, Boedapest, een geboortedorp. Moll stelt aan het begin een belangrijke vraag: waarom stelden de nazi's eind 1944, nadat ze de vazalstaat Hongarije bezet hadden, alles in het werk om de genocide op de joodse bevolking van Hongarije te vervolmaken, ook al ging die inspanning ten koste van hun poging de oorlog te winnen?

Het antwoord, dat zou kunnen liggen in de parabel van de schorpioen en de pad die een rivier oversteken (de schorpioen moet hem wel steken, ook al gaan ze samen ten onder, want dat ligt nu eenmaal in zijn aard), wordt in The Last Days nauwelijks gegeven. De film levert geen gedetailleerde, zakelijke documentatie van een historische episode, maar verdrinkt in een enorme hoeveelheid losse anekdotes. Het pijnlijke is dat die anekdotes stuk voor stuk een beter lot verdienen. In een jachtige montage springt Moll van de hak op de tak, en brengt daarmee in potentie imposante mini-documentaires om zeep. Renée Firestone vindt in het archief van Auschwitz een medische kaart van haar vermoorde zuster Klara. De enige die uitleg zou kunnen geven over de gegevens op de kaart is kamparts Hans Münch, met wie Firestone voor de camera geconfronteerd wordt. Zo'n beladen ontmoeting mag je niet afdoen in een minuutje, waarna er een volgend onderwerp wordt aangesneden. Ik kreeg het van die montage-ingreep net zo benauwd als van de weldoorvoede figuranten die Spielberg in Schindler's List de gaskamer liet bevolken.

In zijn goed bedoelde poging om vooral een breed publiek te bereiken, gaat The Last Days over de schreef. De keuze om het Amerikaanse parlementslid Tom Lantos, die wel uit een Hongaars werkkamp ontsnapte, maar door zijn plaatsing op de lijst van de Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg gelukkig nooit in een vernietigingskamp belandde, als een van de hoofdpersonen te nemen is ook al zo'n dubieuze concessie aan de wensen van het publiek. Popularisering van de `holocaust', het zal wel nuttig zijn, maar ik krijg er altijd de koude rillingen van.

The Last Days. Regie: James Moll. Met: Tom Lantos, Alice Lok Cahana, Renée Firestone, Bill Basch, Irene Zisblatt. In: Filmmuseum, Amsterdam; Molenstraat, Wageningen.