Romeo en Julia op liefdesbed van autobanden

Julia vloekt hartgrondig wanneer ze haar balkonnetje betreedt voor de beroemde scène. Zo kennen we haar niet, grof, een verveeld loeder van de straat. Ze draagt gymschoenen, een wijde broek met opgenaaide zakken. Die balkonscène dus: geen getokkel op een lier door een zwijmelende Romeo, Julia niet als een frêle meisje dat bij haar minnaar in spe vaag-romantische gevoelens wekt. Julia is kort aangebonden, een meid die weet wat ze wil, ze leest op haar meisjeskamer vast de Yes! of Break out.

Regisseur Guusje Eijbers speelt Shakespeares tragedie in de voormalige Julianakerk in Den Haag, een kolossale, galmende ruimte. Het welgestelde huis der Capuletti's staat hoog tegen de achterwand aan gebouwd. Het domein van Romeo, telg der Montecchi's, behelst een smoezelig, vaal parkeerterrein aan de stadsrand. Hier scheuren hij en zijn vechtgrage maten rond in auto's, slaan ze smerige taal uit, meppen ze vijandige gangs – als die van Capuletti – voor rot en leven zich uit in breakdance.

Deze Romeo en Julia is van deze tijd, maar herinneringen aan West Side Story dringen zich erg op. Niet van deze tijd zijn de viool- en operafragmenten die de handeling begeleiden.

Eijbers heeft een wisselvallige voorstelling geregisseerd, ondanks de nadrukkelijke boodschap (`straatgeweld is zinloos'). Vooral in het eerste deel zijn acteurs Folmer Overdiep en Toncy van Eersel als het verliefde stelletje weinig opmerkelijk; Romeo is een wat drakerige zeur, die na zijn vergeefse passie voor Rosalinda het nu maar eens probeert met Julia. Hun toch al fletse aanwezigheid verbleekt verder bij de bijrollen: een dwingende, donkere Mercutio, een slinkse Benvolio aan de kant van Montecchi. Dan nemen de ouders van Julia de handeling over.

Anke van 't Hof als moeder Capuletti is het toonbeeld van onverschillig bitchy moederschap. De nuffigheid waarmee ze wijn drinkt is al even schitterend gespeeld als de manier waarop ze Julia wil uithuwelijken aan de slome Paris. Haar nymfomanie lijkt voort te komen uit pure jaloezie jegens haar jonge dochter.

Deze Romeo en Julia is vooral een voorstelling over klassenverschillen. Dat het liefdesbed uit autobanden bestaat, overigens een mooi beeld, zegt veel. Julia vergooit zich opzettelijk aan Romeo als jongen van de straat. Haar liefde wordt gevoed door opstandigheid. Weg wil ze bij die vreselijke ouders, en Romeo biedt die kans. In het slotbeeld valt een wit, gazen doek over het zelfmoordstelletje heen, als de sleep van een bruidsjurk. Hun liefdesdood is bezegeld. Van het waarom van die liefde kon ik niet overtuigd raken.

De emotionele verhaallijn is verloren gegaan ten gunste van veel versierselwerk en theatrale effecten. Waarin ik wel geloofde, en wat uiteindelijk de kracht van de voorstelling vormt, is de liefde als vlucht uit het ouderlijk huis (Julia) of uit een straatbende (Romeo). Ondertussen zijn de motoren van de auto's stilgevallen en moeten de wagens, die eerst zo vervaarlijk ronkten, geduwd worden. Met de dood van Romeo en Julia is benzine allang niet meer de krachtbron van de passie.

Voorstelling: Romeo en Julia van William Shakespeare door Theater De Regentes. Bewerking: Rob van Dalen; decor: Benno vd Heuvel, Monique Schoutsen; regie: Guusje Eijbers; spelers: Folmer Overdiep, Toncy van Eersel, Michiel Kerbosch, Anke van 't Hof e.a. Gezien 13/4 Julianakerk, Kempstraat, Den Haag. T/m 30/4 aldaar. Res.: (070) 3646376