President Wahid kiest voor loyalisten aan zijn zijde

President Wahid van Indonesië vindt dat het economisch herstel te lang duurt. Hij wijt dat aan competentiestrijd tussen ministers en vervangt partijgangers door loyalisten. Terug naar een presidentieel kabinet?

De jongste ministerscrisis in Indonesië lijkt te gaan over de vraag of de twee bewindslieden die president Wahid maandag heeft vervangen nu wel of niet zijn tekortgeschoten in hun taak. De hamvraag is echter wie het in dit overgangstijdperk voor het zeggen heeft: de president alleen of de president in samenspraak met parlement en politieke partijen.

De meeste politici stellen Wahid staatsrechtelijk in het gelijk: `Benoeming en vervanging van bewindslieden is het prerogatief van de president, maar...' Dan volgen de tegenwerpingen: de motieven voor het besluit zijn `ondoorzichtig'; als de ministers in kwestie al fouten hebben gemaakt, blijft onduidelijk welke; en de president had vooraf overleg moeten plegen met de leiders van de betrokken politieke partijen.

Het hardste oordeel velde parlementsvoorzitter Akbar Tanjung, een partijgenoot van de maandag ontslagen minister van Industrie en Handel, Jusuf Kalla: ,,De president heeft geen politieke manieren. Hij had dit voornemen vooraf kenbaar moeten maken aan de garanten van het kabinet.'' Wahid heeft dus niet zozeer gezondigd tegen de grondwet - die geeft hem schier onbeperkte macht – maar tegen de politieke moraal in het hervormingstijdperk. Die gebiedt dat de president terughoudendheid betracht bij de uitoefening van zijn rechten, omdat de grondwet nog dit jaar wordt herzien.

Akbar Tanjung raakte aan de dubbelzinnige status van de regering-Wahid: is het nu een presidentieel of een coalitiekabinet? Wahid dankt zijn verkiezing door het Volkscongres niet aan een meerderheid van zijn partij – die haalde vorig jaar maar 11 procent van de stemmen – maar aan een gelegenheidscoalitie die hem als moslimgeleerde verkoos boven de kandidaat van de grootste partij, de seculier-nationaliste Megawati Soekarnoputri, die vice-president werd.

Bij de keuze van ministers hanteerde Wahid, behalve gebleken bekwaamheid, nog twee criteria: het team moest een afspiegeling zijn van de religieuze en etnische diversiteit van de eilandstaat en de samenstelling moest recht doen aan alle groeperingen die hem hadden geholpen aan het hoogste ambt. Wahid schakelde vier medeformateurs in: Megawati namens de nationalisten, generaal Wiranto namens het leger, moslimpoliticus Amien Rais namens een coalitie van islamitische partijen en Akbar Tanjung namens Golkar. Dat is het voormalige politieke vehikel van oud-president Soeharto, dat vorig jaar nog steeds goed was voor een tweede plaats. Zij droegen kandidaten voor uit eigen kring en zouden voor deze ministers garant staan. Zo ontstond de merkwaardige figuur van een coalitiekabinet in een presidentieel systeem. De jure zijn de ministers alleen verantwoording schuldig aan Wahid, maar de facto behartigen ze ook een partijbelang.

Die partijbelangen manifesteerden zich minder in een richtingenstrijd – over het belang van democratisering, corruptiebestrijding en economisch herstel bestaat een consensus in het kabinet – als wel in territoriumdrift. Ministers staan onder druk van hun achterban om partijgenoten op ambtelijke posten te benoemen en om staatsapparaten waar veel geld omgaat binnen de partijpolitieke invloedssfeer te trekken. Zo bewoog minister van Financiën Bambang Sudibyo, een protégé van Amien Rais, de president tot ondertekening van een decreet waarin de zeggenschap over enkele staatsbedrijven werd overgeheveld naar zijn departement. Minister van Investeringen en Staatsbedrijven, de nationalist Laksamana Sukardi, stak daar een stokje voor en nog geen week later werd dit besluit ongedaan gemaakt.

Wahid heeft weinig kaas gegeten van economie en liet een en ander over aan zijn vakministers. Hij raakte echter gealarmeerd toen het Internationale Monetaire Fonds (IMF) begin deze maand besloot om uitbetaling van de tweede tranche van het toegezegde ondersteuningskrediet uit te stellen omdat Indonesië de deadline voor een aantal met het IMF overeengekomen maatregelen niet had gehaald. Die vertraging is deels te wijten aan weerstanden in de oude bureaucratie, deels aan touwtrekken tussen nieuwe bewindslieden.

Maandag rolden er twee koppen: minister van Industrie en Handel Jusuf Kalla – een Golkar-man – en minister Sukardi, een partijgenoot van Megawati, werden door Wahid vervangen. Kalla, een succesvolle ondernemer uit Makassar, gold als een zwakke minister, die vooral naar voren was geschoven om de Golkar-aanhang in oostelijk Indonesië tevreden te stellen.

Laksamana Sukardi, een gewezen bankier, stond in binnen- en buitenland echter te boek als een integer, bekwaam en slagvaardig bewindsman. Zijn ontslag is alleen verklaarbaar uit politieke motieven. Het is een publiek geheim dat hij regelmatig overhoop lag met zijn secretaris voor staatsbedrijven, Rozy Munir, over diens eigengereide benoemingen. Munir is een academicus zonder bestuurlijke ervaring, maar is een protégé van Wahid. Hij is bestuurslid van de moslimbeweging Nahdlatul Ulama, waarvan Wahid 15 jaar voorzitter was, en de president haalde hem naar het departement van Sukardi, die hij vandaag opvolgt.

Dit is des te pijnlijker voor Sukardi omdat hij uit de gratie ligt bij het bestuur van zijn eigen partij, de PDI-P. Megawati verving hem onlangs als penningmeester, volgens ingewijden omdat hij als minister de malversaties met overheidskredieten aan de kaak heeft gesteld van een ondernemer die zakenrelaties onderhoudt met Megawati's echtgenoot, Taufik Kiemas. Uit die hoek heeft Sukardi dus geen steun te verwachten.

Sinds het aantreden van zijn kabinet heeft Wahid vijf ministers vervangen: twee – onder wie generaal Wiranto – wegens smetten op hun verleden, één – Kalla – wegens gebleken tekortkomingen en twee – Sukardi en gewezen kabinetschef van de president Ali Rahman – omdat zij het niet konden vinden met Wahids entourage. Alle vijf zijn vervangen door vertrouwelingen van Wahid. Kalla's plaats wordt vandaag ingenomen door luitenant-generaal Luhut Panjaitan, nu nog ambassadeur in Singapore. Hij staat op goede voet met de president en onderhoudt uitstekende contacten met etnisch-Chinese zakenlieden die wegens door de crisis opgelopen schulden zijn uitgeweken naar Singapore.

Het arrangement van oktober 1999 kraakt. Wahid wil resultaten zien, verwacht die alleen van getrouwen en offert partijbelangen aan loyaliteit. Geleidelijk verbouwt hij de `regering van nationale eenheid' tot een presidentieel kabinet. De grondwet staat hem dat toe, maar de prijs is politieke onrust. En dat is – getuige de jongste koersval van de rupiah – geen gunstige voorwaarde voor economisch herstel.