Nog nét niet de grootste truckfabrikant

Een cultuuromslag bij het Franse Renault heeft het gisteren aangekondigde huwelijk met het Zweedse Volvo mogelijk gemaakt. Een eerdere samenwerking mislukte.

Op voorwaarde dat de Europese en Amerikaanse autoriteiten akkoord gaan, worden de Zweedse auto-fabrikant Volvo en het Franse Renault de op één na grootste producent ter wereld van vrachtwagens. Het Duits-Amerikaans DaimlerChrysler (Mercedes-Benz) is de grootste.

Gisteren maakten de twee bedrijven bekend, dat Volvo de vrachtwagendivisie van Renault (Renault VI en het Amerikaanse filiaal Mack) ) overneemt. In ruil daarvoor krijgt Renault 15 procent van de aandelen van Volvo in handen, en het zal er later nog 5 procent bijkopen op de beurs. Daarmee wordt Renault de grootste aandeelhouder van Volvo, waarvan tot nu toe slechts 7,4 procent van het kapitaal in handen was van één en dezelfde aandeelhouder. Het is volgens Leif Johansson, de directeur van Volvo, de bedoeling de fusie ,,vóór het einde van het jaar'' haar beslag te laten krijgen.

Volvo en Renault, nu respectievelijk de derde en vierde producent van vrachtwagens van meer dan 16 ton ter wereld, zullen gezamenlijk ongeveer een kwart van de Europese markt in handen krijgen. In de Verenigde Staten wordt het marktaandeel, dank zij het Amerikaanse Renault-filiaal Mack dat ook naar Volvo overgaat, eveneens 25 procent.

De nieuwe groep gaat 165.000 vrachtwagens (van meer dan 5 ton) per jaar produceren, met een omzet van 14,5 miljard euro. Volgens schattingen van Volvo zullen op de productiekosten door synergie vanaf het derde jaar 425 miljoen euro per jaar bespaard kunnen worden. Op langere termijn komt daar volgens verwachting nog eens 365 miljoen euro aan besparingen per jaar bij.

Volvo schat de waarde van de transactie op 1,7 miljard euro, wat overeenkomt met de gemiddelde waarde van 15 procent van de aandelen van het bedrijf over de laatste tien dagen. De waarde van Renault VI bedraagt twee miljard euro.

Louis Schweitzer, directeur van Renault, verzekerde gisteren op een persconferentie in Parijs, dat de operatie geen verlies van werkgelegenheid met zich meebrengt. Met 23.000 werknemers waarvan 18.000 in Europa, blijft Renault VI een Frans bedrijf, met het hoofdkwartier in Lyon. Volgens Schweitzer trekt Renault zich niet terug uit de vrachtwagenbranche, integendeel, met de 5 procent Volvo-aandelen die Renault nog verwerven zal, is nog eens 1,3 mlijard gulden gemoeid en de directeur krijgt zelf een zetel in de Raad van Bestuur van Volvo. Schweitzer benadrukte dat beide bedrijven ,,elkaar in geografische zin aanvullen''. De aanwezigheid van Renault VI in Europa is volgens hem nu ,,uit balans'', met slechts 2 procent martkaandeel in Duitsland. Renault VI is vooral in Frankrijk en Spanje actief, terwijl Volvo voornamelijk Noord-Europa bedient. Op de Amerikaanse markt vullen de bedrijven elkaar evenzeer aan.

Het nu aangekondigde gedeeltelijke huwelijk komt bijna tien jaar na de eerste contacten tussen Renault en Volvo. Een fusie werd in december 1993 defintief geblokkeerd door de particuliere Volvo-aandeelhouders die een te grote bemoeienis van de Franse staat vreesden. Sindsien heeft er een cultuuromslag plaatsgehad vooral bij Renault. De Staat heeft zich teruggetrokken, vorig jaar kocht Renault zich voor 36,8 procent in bij het Japanse Nissan, het verwierf het Roemeense Dacia, opende vestigingen in Brazilië en Mexico en gisteren nog nam het een belang van 70 procent in het kleine, sinds vorig jaar in staat van liquidatie verkerende, Zuid-Koreaanse Samsung over.

Is het nieuwe verbond een soort revanche van Renault op de mislukte plannen van tien jaar geleden, voor Volvo geldt om andere redenen hetzelfde. Vorig jaar verkocht het bedrijf voor 6 miljard euro zijn personenauto-divisie aan het Amerikaanse Ford.

Directeur Leif Johansson haalde daarmee de verontwaardiging van de Zweedse natie op zijn hals, die de uitverkoop ,,respectloos'' achtte. Bovendien verbood ,,Europa'' op 14 maart wegens een vermeende monopolie-positie de voorgenomen overname door Volvo van het Zweedse Scania, eveneens producent van vrachtwagens. Volkswagen nam vervolgens een belang in Scania, waarmee de Duitse groep de grootste aandeelhouder werd en 34 procent stemrecht verwierf.

Wel kocht Volvo zich heimelijk in bij Scania, met 20 procent, wat Johansson op voet van oorlog bracht met de almachtige Zweedse familie Wallenberg, die ruim een derde van de beursgenoteerde bedrijven in Stockholm bezit en ook eigenaar is van Scania. De actie van Johansson was des te pikanter, omdat de nu 49-jarige directeur in 1983 zijn carrière begon bij de grootste elektrische-huishoudartikelen-fabrikant ter wereld, Electrolux, ook al bezit van Wallenberg. Bij Electrolux was Johansson directeur tot hij in 1997 overstapte naar Volvo. Bovendien is Johansson de zoon van de president-directeur van een ander Wallenberg-juweel, SKF, 's werelds eerste producent van kogellagers - reden waarom er gesproken werd van ,,vadermoord''.

In Parijs sloot het aandeel Renault gisteren 6,01 procent hoger en dat van Volvo in Stockholm steeg met 6,37 procent.