Niet-roker wint zaak tegen PTT

PTT Post moet binnen twee weken een pand in Breda volledig rookvrij maken, op straffe van een dwangsom van duizend gulden per dag. Speciale rokersruimten zijn wel toegestaan.

Dat heeft de rechtbank in Breda gisteren bepaald in een kort geding dat was aangespannen door medewerkster N. Nooijen van PTT Post. Zij eiste binnen veertien dagen een rookvrije werkruimte. Volgens rechtbankpresident J.P. Leijten is er ,,geen veilige ondergrens'' waarbij tabaksrook toelaatbaar is. PTT Post moet er daarom voor zorgen dat niet-rokers er niet aan worden blootgesteld.

Volgens advocaat J. Roth van Nooijen maakt de uitspraak het gemakkelijker voor werknemers hun werkgever aan te klagen wegens roken op de werkplek. ,,Ze zullen nu veel sneller de stap zetten om iets aan roken op het werk te doen. De werkgever moet zorgen voor een gezonde werkomgeving.''

Het Astma Fonds, dat Nooijen steunde en haar advocaat betaalde, noemt de uitspraak een doorbraak. ,,Het recht op een gezonde werkplek is erkend'', aldus een woordvoerder. ,,Bovendien heeft de rechter bevestigd dat rooklucht op de werkplek, ook in kleine hoeveelheden, schadelijk is.''

De rechtbank baseerde zich onder meer op een rapport van de Gezondheidsraad. Deze concludeerde dat er geen veilige ondergrens is aan te geven voor de mate waarin niet-rokers aan tabakslucht blootgesteld kunnen worden. Tabaksrook is kankerverwekkend en daarom altijd gevaarlijk, aldus de Gezondheidsraad.

Minister Borst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) nam deze conclusies over in een recent voorstel van wet tot wijziging van de Tabakswet uit 1989. Dit voorstel wordt nog behandeld door de Tweede Kamer, maar Borst heeft naar aanleiding van het vonnis besloten de al herziene nota een week later naar de Kamer terug te sturen.

N. Nooijen, die last heeft van hyperactieve luchtwegen, vocht zes jaar voor het rookvrij maken van de sorteerafdeling waar zij gemiddeld vijf uur per dag werkt. Op de afdeling werken volgens haar ,,straffe rokers'' en PTT Post weigerde, zo zegt zij, goede maatregelen te nemen.

De rechtbank oordeelde dat PTT Post onvoldoende maatregelen had genomen. ,,De werkgever heeft de plicht de arbeid zo te organiseren dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de gezondheid van de werknemer. Het recht op bescherming van de gezondheid is een grondrecht'', aldus Leijten. Dat Nooijen last heeft van hyperactieve luchtwegen, doet voor dat recht niet ter zake, vindt de rechtbank. ,,Deze bescherming geldt in zijn algemeenheid.''

HOOFDARTIKEL: pagina 7