Matennaaiers, liquidaties en een baby

Als er, zoals staatssecretaris Van der Ploeg – en de rest van de regering en het parlement – willen, meer commercieel succesvolle films gemaakt moeten worden in Nederland, dan mag je hopen dat ze allemaal zo goed worden als Lek. Mede dankzij de fiscale steunmaatregelen van de overheid verzamelde producent Rolf Koot een budget van 4,5 miljoen gulden voor een door Jean van de Velde geregisseerde politiefilm, die zich niet alleen kan meten met illustere buitenlandse voorbeelden, maar daar ook een unieke Nederlandse draai aan geeft.

Meteen al in de openingsscène geven Van de Velde en zijn coscenarist Simon de Waal (part-time rechercheur van het bureau Warmoesstraat en auteur van menige aflevering van tv-series als Baantjer en Unit 13) hun visitekaartje af. Een stel toffe Amsterdamse gozers volgen de karaoke-versie van een smartlap over liefde en trouw, en het leven dat maar kort is. De tekst blijkt al snel letterlijk genomen te moeten worden, want aan een ijzeren staaf hangt een verklikker, die voor de laatste keer toegezongen wordt door een onderwereldkoning (uitmuntend van ingehouden dreiging gespeeld door cabaretier Ton Kas). De bioscoopbezoeker, die nog maar net besloten had dat er eigenlijk niets mis is met het sentiment van André Hazes, wordt in de volgende scène opnieuw wreed wakker geschud, met de door gynaecologe Jacqueline Blom uitgesproken woorden: ,,Mag ik `neuken' zeggen?'', gevolgd door een gedetailleerde bespreking van de vergeefse pogingen van een jong echtpaar om een kind te krijgen. Een aardige jongen (soapster Cas Jansen) geeft een iets te rooskleurig beeld van zijn bijdragen aan de conceptie, maar ja, veel nachtdiensten, hè? En zo belanden we via een interessante omweg bij de verleidingen waaraan een hoofdagent van de Amsterdamse politie blootgesteld wordt.

Van de Velde en De Waal lieten zich bij het schrijven van hun geraffineerde scenario inspireren door het door voormalig hoofdagent Jan van Daalen geschreven boek Sans rancune, maar Lek is geen verhandeling over de IRT-affaire, eerder een drama dat de corruptie in de politie en de weerzin tegen het zogeheten `matennaaien' als achtergrond gebruikt. De hoofdagent die maar geen vader kan worden wordt gespiegeld aan zijn jeugdvriend Jack (Victor Löw, met de bakkebaarden van Hazes), een adjudant van de onderwereldkoning, in het gelukkige bezit van een gele Lamborghini èn een baby. Lek mag dan in veel opzichten een variant zijn van de klassieke film over corrupte politiemensen à la Serpico (de eenzame agent, die aan de bel trekt, wordt zelf verplicht badge en revolver in te leveren, en moet dus op eigen houtje onderzoeken hoe de vork in de steel zit, totdat de slechteriken het op zijn vrouw gaan munten), het zal wel voor altijd de enige blijven waarin een van de deelnemers aan een shoot-out een baby op zijn buik draagt.

De originaliteit van de variant op een beproefd scenario is niet de enige kwaliteit van Lek. Alle acteurs zijn voortreffelijk, tot en met de lichaamstaal van de kleinste rolletjes, bij voorbeeld dat van Loes Wouterson als een wachtcommandante. Dat wordt nog een probleem bij de Gouden Kalveren dit jaar, maar Löw – beter dan ooit – en Thomas Acda als een laffe kantoorgrappen mummelende agent zijn de favorieten, omdat de sublieme schurkenrollen van Ton Kas en Jacob Derwig te klein van omvang zijn. Maar ook de filmtaal van Van de Velde en cameraman Jules van den Steenhoven spreekt een veel brutaler jargon dan in hun voorgaande gezamenlijke films (De kleine blonde dood en All Stars): in Lek beweegt de camera soms zo wild als in een Dogma-productie, worden close-ups in de schaduw niet geschuwd en doet de opvallende montage door Herman P. Koerts soms denken aan een film uit de jonge Vlaamse school van verontrustende boze films als Piranha Blues, S. of Rosie.

Slechts een enkel keer, zoals in de schietfinale in een dierenasiel, imiteert Lek adequaat de clichés van een goed gemaakte `gewone' politiefilm. Je kunt alleen maar hopen dat zulke publieksvriendelijke elementen, waartoe ook de prettige filmverschijning van de debuterende ster Cas Jansen behoort, voldoende zullen blijken om van Lek een bioscoophit te maken. De grimmige realiteit van een samenleving, waarin de macht van de georganiseerde misdaad en corrupte elementen in de politie net zo gewoon zijn geworden als in Amerika of Frankrijk, maakt Nederland rijp voor volwassen, geloofwaardige genrefilms. Wie zich nog eerdere pogingen herinnert om hier een poltiefilm te maken (Grijpstra en De Gier, De ratelrat, Moord in extase) kan alleen maar constateren dat de lulligheid van sterren met een platte pet op hun hoofd, die in kevertjes over de grachten raggen, inmiddels tot het verleden behoort. Er staat nu meer op het spel, zowel bij politie en criminelen als in de Nederlandse filmindustrie. Zoals eerder bewezen werd in filmlanden met een langere traditie, blijkt juist het genre-idioom zeer geschikt om ook universele thema's aan op te hangen: loyaliteit, integriteit, het Faust-thema en de behoefte aan een `nieuw leven'. Lek is nu al de gouden standaard, waaraan de te verwachten golf van publieksfilms getoetst kan worden, vooral op hun filmische originaliteit.

Lek. Regie: Jean van de Velde. Met: Cas Jansen, Victor Löw, Thomas Acda, Ricky Koole, Gijs Scholten van Aschat, Ton Kas, Jacob Derwig, Lou Landré, Willem de Wolf, Loes Wouterson, Daniël Boissevain, Jacqueline Blom. In: 40 theaters.