Forest Whitaker

In een reeks profielen van gezichtsbepalende sterren deze week Forest Whitaker, de goedmoedige lobbes die zichzelf liever als werkmier dan als ster omschrijft en die met het titelpersonage Ghost Dog in Jim Jarmusch' film zijn meest persoonlijke rol afleverde.

Hij sluipsjokt door New York. Hij kijkt en peinst. Het weinige wat Forest Whitaker doet om zijn personage van Ghost Dog, in de gelijknamige film van Jim Jarmusch leven in te blazen, maakt indruk. De filosofisch ingestelde huurmoordenaar die zich laat inspireren door een achttiende-eeuws handboek voor samoerai, mag dan wel een van Whitakers meest stílle personages zijn, het is tevens de rol waarin de acteur het meeste tot de verbeelding spreekt.

Forest Whitaker (Longview, Texas, 15 juli 1961) wordt altijd met de twee beroepen vergeleken die hij níet is gaan uitoefenen. Op school was hij een verdienstelijk footballspeler, maar zijn universitaire opleiding voltooide hij dankzij een muziekbeurs, want manifester dan zijn talent op het veld, was zijn zuivere tenor. De forse acteur ziet er ook uit als een kruising tussen een operazanger en een sportheld, maar heeft in zijn acteren een melancholieke lichtheid die hem speels, vederlicht en dromerig kan laten zijn.

Zijn ruim veertig optredens in televisieproducties en speelfilms omvattende filmografie kent evenvele hits als missers. Whitaker ziet zichzelf ondanks een enkel uitstapje naar de regisseursstoel (met het tamelijk zoetsappige Waiting to Exhale, 1995 en Hope Floats, 1998 ten gevolge) vooral als acteur. Voor alle emoties die hij bij het spelen van zijn personages op moet roepen, kan hij bij zichzelf te rade gaan, want de acteur, die in zijn leven off screen de mildheid en gematigdheid zelve lijkt, vertelt graag dat hij de meeste van de emoties die zijn karakters ondergaan zelf ook heeft meegemaakt. Het maakt hem tot een acteur in de school van het method acting, waarin invoelen en inleven prevaleren boven techniek lijken te prevaleren. Het heeft bij Whitaker een divers scala aan rollen opgeleverd, in films van onder meer Martin Scorsese (The Color of Money, 1986), Oliver Stone (Platoon, 1986) en Barry Levinson (Good Morning, Vietnam, 1987). Zijn eerste hoofdrol kreeg hij van Clint Eastwood in de Charlie Parker biopic Bird (1988), die bekroond werd met de acteerprijs in Cannes; daarna speelde hij de berustende zwarte Britse soldaat Jody die door de IRA wordt ontvoerd en zijn levensgeschiedenis met gijzelnemer Stephen Rea deelt in The Crying Game (Neil Jordan, 1992).

Hoewel ook zijn optredens in Robert Altmans Prêt-à-Porter (1994, als de flamboyante mode-ontwerper Cy Bianco) en Wayne Wangs Smoke (1995, in een ontroerende rol van mislukte vader en garagehouder) zijn gezicht in het groepsportret van acterend Amerika van nieuwe tinten en nuances voorzagen, is Forest Whitaker in zijn rollen te bescheiden en te dienstbaar om met het frivole leven van een filmster te worden geassocieerd. Hij omschrijft zichzelf dan ook liever als een werkmier. Net als Ghost Dog bereidt hij zich minutieus en meditatief op zijn werk voor, en voert het vervolgens met bewonderenswaardige precisie uit.