EU moet zelf geen kernmacht ontwikkelen

De hoeveelheid kernwapens kan worden ingekrompen, maar het Westen kan dit politieke afschrikkingsmiddel niet uit zijn arsenalen verwijderen, meent Theo van den Doel.

Sinds de atoomproeven die in 1998 in India en Pakistan werden gehouden en de weigering van de Amerikaanse Senaat van oktober vorig jaar het Kernstopverdrag te ratificeren, is de internationale politieke aandacht voor kernwapens weer toegenomen. Die belangstelling is ook terecht omdat een verdere verspreiding van kernwapens en kernwapentechnologie de wereld er niet veiliger op maakt. Dat geldt temeer als deze ontwikkeling plaatsheeft in landen als Irak, waar de machthebbers het internationale recht aan hun laars lappen en de staatspropaganda de verdelging van de `vijanden' proclameert. Een andere reden voor blijvende interesse in de kernwapenproblematiek is de hoeveelheid kernwapens. Hier is verdere vermindering geboden. Maar volledige uitbanning van kernwapens ligt op korte termijn niet in het verschiet.

De vijfjaarlijkse toetsingsconferentie over de voortgang van het Non-Proliferatie Verdrag (NPV) die deze weken in het VN-hoofdkwartier in New York wordt gehouden, zal dan ook niet veel opleveren. Overigens verbiedt het NPV niet het bezit van kernwapens, maar is het erop gericht de verspreiding van kernwapens of andere nucleaire explosieven tegen te gaan.

Kernwapens vervullen tot vandaag de dag nog een onmisbare functie. In het machtspolitieke optreden van zowel de Verenigde Staten als Rusland zijn kernwapens een factor van belang. Rusland is nog steeds een grote mogendheid, niet zozeer door zijn geografische omvang of de betekenis van zijn conventionele strijdkrachten, maar door het bezit van grote aantallen operationeel inzetbare kernwapens. Beide landen zijn het erover eens dat hun kernwapenarsenalen behoorlijk kunnen worden uitgedund. De impasse op dit terrein is doorbroken toen afgelopen maand de Russische Doema START II ratificeerde. Gezien de uitslag van de Russische parlementsverkiezingen van december lag dat ook in het verschiet. President Poetin kan met zo'n gebaar een potje breken in het Westen. Door de ratificatie van START II door de Doema zijn nu de Verenigde Staten weer aan zet. De druk op Washington om het Kernstopverdrag te ondertekenen zal dan ook toenemen.

De laatste maanden plaatsen de PvdA en D66 steeds meer kritische kanttekeningen bij de nucleaire wapens aan NAVO-zijde. Het bondgenootschap heeft zelf geen kernwapens. Die zijn het bezit van enkele lidstaten. De strategische kernwapens van de VS vormen hiervan de belangrijkste. Zo lang kernwapens nog een machtspolitieke factor op het wereldtoneel zijn, is het verstandig van de NAVO onder de kernwapenparaplu van de VS te schuilen.

Dat belang is alleen nog maar toegenomen, gelet op de landen die in het bezit zijn van andere massavernietigingswapens, zoals chemische en biologische wapens. Alle NAVO-landen hebben het verdrag over het verbod op het bezit en gebruik van chemische wapens ondertekend. Het zou dan ook van het Westen onverstandig zijn het enige politieke afschrikkingsmiddel uit de arsenalen te verwijderen. Door dit te doen maakt men zich chantabel voor allerlei louche regimes. Ook hier geldt `si vis pacem, para bellum' (als je de vrede wilt, bereid je dan voor op de oorlog.). Het voorstel van D66 om zich tegen chemische en biologische wapens te verdedigen via een technologisch geavanceerde conventionele bewapening biedt geen oplossing. Immers waar het hier om draait is dat men de mogelijkheid moet hebben om de agressor zelf ook te kunnen treffen. Een geloofwaardige nucleaire `second strike capability' is dan vereist.

Er zijn meer mogelijkheden om het aantal kernwapenstaten en de voorraden atoomwapens terug te brengen. Wat het laatste betreft is dit in de eerste plaats afhankelijk van de opstelling van Rusland. Nu START II is geratificeerd opent zich de mogelijkheid voor een snelle afronding van START III. De VS zouden dan tegelijkertijd de afspraken die nog door presidenten Bush en Gorbatsjov zijn gemaakt en later zijn herbevestigd door president Jeltsin, over de tactische kernwapens, in een verdrag moeten regelen. De aanwezigheid van deze wapens vormen een grotere bedreiging voor de mensheid dan de strategische kernwapens om de eenvoudige reden dat ze gemakkelijk zijn te vervoeren en niet zijn geregistreerd.

In Azië, waar China, India en Pakistan in het bezit zijn van kernwapens, zou een poging kunnen worden ondernomen door de ASEAN, de organisatie van Aziatische landen, om tot een regionaal wapenbeheersingsverdrag te komen. Hier is ook een rol weggelegd voor de permanente leden van de Veiligheidsraad. Om de verspreiding van kernwapens verder tegen te gaan, zouden de VS en Rusland een veiligheidsgarantie kunnen geven aan landen in ruil voor het opgeven van de kernwapenstatus of aspiraties op dat gebied. Hierbij kan men denken aan landen als Noord-Korea, Israël, India en Pakistan.

Verder moeten de huidige exportcontrolesystemen worden versterkt. Op dit terrein mag men niet snel tevreden zijn. Controlesystemen, zoals het zogeheten Wassenaar Arrangement van eind 1995 en het Missile Controle Regime, die moeten voorkomen dat hoogwaardige technologische kennis en materialen om kernwapens en raketten te ontwikkelen in verkeerde handen komen, functioneren onvoldoende. Nederland, dat deel uitmaakt van deze afspraken en aan de wieg heeft gestaan van het Wassenaar Arrangement, zou zich hier sterker voor moeten inzetten.

Een militair bondgenootschap is alleen maar geloofwaardig als het over een kernwapencomponent beschikt. Het gevaar ligt op de loer dat ook de Europese Unie, al dan niet gevoed door prestige-overwegingen ten opzichte van de VS, op termijn over een eigen kernmacht wil beschikken. Frankrijk zal daar zeker op aansturen. Voordat verder aan de ontwikkeling van een Europees Veiligheidsbeleid wordt gewerkt, zal op dit punt klare wijn moeten worden geschonken. De EU dient zo snel mogelijk aan te geven dat noch kernwapens noch een nucleaire strategie onderdeel zullen vormen van het toekomstige veiligheidsbeleid van de EU. Dat is een duidelijk signaal, niet alleen naar de internationale gemeenschap, maar ook naar Rusland toe. Immers, de EU rukt sneller naar het Oosten op dan de NAVO.

M. van den Doel is lid van de Tweede Kamer en defensiewoordvoerder van de VVD.

    • Theo van den Doel