Bedrieglijke nieuwbouw in De Aker

Een vaak gehoorde kritiek op de hedendaagse Vinex- en nieuwbouwwijken in Nederland is dat ze niet stedelijk zijn. Hiermee wordt bedoeld dat ze in de verste verte niet lijken op de dichtbebouwde binnensteden en dus niet levendig maar saai zijn. Dit is natuurlijk al heel lang het geval met buitenwijken. Een van de laatste werkelijk grootstedelijke uitbreidingswijken is het Amsterdamse Plan-Zuid dat Berlage in het begin van deze eeuw maakte en dat in de jaren 1920-1955 werd uitgevoerd. Berlage ontwierp straten met monumentale gesloten bouwblokken en sloot aan op de traditionele 19de-eeuwse stedenbouw. Maar na de Tweede Wereldoorlog werden grote gesloten bouwblokken taboe verklaard in de modernistische stedenbouw en verloren de buitenwijken, gebouwd volgens de principes van licht, lucht en ruimte, hun traditioneel stedelijke karakter.

In De Aker, een nieuwbouwwijk in het westen van Amsterdam waaraan al jarenlang wordt gebouwd,is, hebben de stedenbouwkundigen Johan Galjaard, Hans Ebbering, en Hans Davidson zich de kritiek op het gebrek aan stedelijkheid aangetrokken. Ze hebben een poging gedaan om de Aker in ieder geval een paar grootstedelijke trekken te geven. De hoofdstraat van de wijk, de verlengde Pieter Calandlaan die een knik maakt en overgaat in De Alpen, wordt omzoomd door grote stedelijke blokken die herinneren aan Berlage's Amsterdam-Zuid.

Opvallendste grootstedelijke woonblok is de `Crescent' van architectenbureau Heren 5, een in tweeën geknipt gekromd blok dat de knik van de hoofdstraat begeleidt. De twee blokken zijn een bewerking van de beroemdste van alle gebogen bouwblokken: de 18de-eeuwse Crescent in Bath. Deze oer-Crescent bestaat uit een herhaling van steeds dezelfde klassieke woningen, maar de crescent in De Aker verandert geleidelijk. De aanvankelijk vlakke gevel van zwart baksteen krijgt kreukels die langzaam uitgroeien tot de staccato zaagtandvorm van het kleine blok. Ook is, anders in Bath, de gevel niet verticaal maar horizontaal geleed met strookramen die bijna één lang geheel vormen en zo beweging suggereren.

Strookramen waren favoriet onder de pioniers van het modernisme als Le Corbusier, maar in het geval van de crescent in De Aker duiden ze niet op een modernistische, `eerlijke' gevel. De vijf strookraampjes van elke woning doen vijf woonlagen vermoeden, maar dit is niet zo: achter de bovenste twee ramen gaat slechts één etage schuil. Ook verhult de gevel aan de straatzijde dat de crescent in De Aker een schuin dak heeft. De met hout betimmerde achterzijde laat zien dat de bovenste etage een soort zolder is. De woningen zelf zijn ook een variatie op een oud type: het aloude Hollandse smalle stadswoonhuis met zijn steile trappen.

De woontoren `Zorro', ontworpen door Tangram architecten, vormt het middelpunt van de boog die de Crescent maakt. De toren, geïnspireerd op de zwierige cape van de gemaskerde held Zorro, vervult met zijn hoogte van 54 meter in De Aker dezelfde rol als de wolkenkrabber van J.F. Staal in Plan-Zuid. Het is een baken in De Aker, waaromheen het verkeer zich beweegt.

Probleem bij een woontoren als deze is de eis dat elke etage moet bestaan uit vier appartementen die allemaal voldoende licht en zon krijgen. Tangram heeft dit probleem opgelost door de toren een slanke, driehoekige vorm die in de verte herinnert aan de flat `Neue Vahr' in Bremen uit 1962 van de Finse architect Alvar Aalto. Op knappe wijze heeft Tangram alle appartementen een goede oriëntatie op de zon weten te geven zonder dat dit heeft geleid tot onhandige plattegronden.

Ook `Zorro' heeft een bedriegelijke gevel. Het verspringende patroon van ramen en de zwarte-bruine gevelbekleding doet ten onrechte vermoeden dat de flat spiraalvormig is opgebouwd. Toch hebben de verspringende ramen niet alleen alleen een decoratieve functie: door de lage ramen heeft iedere bewoner ook vanzelf uitzicht op de grond beneden.

Maar hoe goed en bijzonder de woontoren Zorro en de Crescent, ze hebben deze buitenwijk ook een merkwaardig tweeslachtig karakter gegeven. Want achter de grote blokken overheersen weer de in Nederlandse suburbs gebruikelijke rijtjeshuizen. In De Aker botsen de grote stad en de typisch Nederlandse buitenwijk op elkaar en blijken suburbs en traditionele stedelijkheid onmogelijk met elkaar te verenigen. In De Aker is dit nog het best zichtbaar in de brede straat die begint tussen de twee delen van De Crescent. Deze straat heeft de breedte van een kloeke Parijse boulevard, maar loopt al gauw min of meer dood op de Slotervaart. Zo is deze boulevard een van de absurdste straten van Nederland geworden.

Gebouwen: 1. Woningen Crescent, Amsterdam Aker. Architect: Heren 5. Opdrachtgever: Delta roA en HBG woningbouw. Ontwerp 1996-97. Bouw 1998-1999. Bouwkosten: ƒ8 miljoen.

2. Woontoren Zorro. Architect: Tangram architecten. Opdrachtgever: Delta roA en Zomers Buiten. Ontwerp: 1995-1997. Bouw: 1998-1999. Bouwkosten: ƒ12 miljoen.