Bedolven onder bossen van vierentwintig rozen

Sittard rouwt om cabaretier Toon Hermans, die gisteren in zijn geboortestad werd begraven. `Wie goot om in Zitterd te zeen.'

De heuvels komen vanuit het zuiden aanrollen. Tot aan zijn graf. Toon Hermans koos de plek zelf uit, voordat zijn vrouw Rietje in 1990 aan kanker zou overlijden. In de schaduw van deze honderdjarige rode beuk, wilde hij begraven worden. In zijn geboorteplaats Sittard.

Paaszaterdag overleed Hermans op 83-jarige leeftijd. De begrafenis was in stilte voorbereid. Alleen de loslippigheid van een medewerker van het ziekenhuis in Nieuwegein voorkwam dat Hermans, zoals hij gevraagd had, ook in stilte begraven werd. Gistermiddag om vier uur wachtte een schare journalisten de uitvaartstoet op bij de ingang van de begraafplaats.

Tegen de avond, als de rouwstoet vertrokken is en de camerateams hun kabels oprollen, is de stilte terug en valt te begrijpen waarom Hermans deze plek koos. Dit is het oudste deel van het kerkhof, grenzend aan de golvende Kollenberg. Avondlicht raakt de graven. Het tijdstip zal Hermans niet gepland hebben. Maar een mooier moment dan deze Sittardse lente is er niet. Met bomen vol paarse bloesem en een voorjaarsconcert van de vogels.

Toon en Rietje Hermans zijn bedolven onder een berg rozen. Bossen van telkens vierentwintig stuks, naar een van de liedjes van de cabaretier. In de stilte komen de Sittardenaren. Een voor een, zoekend naar het graf. Een volksoploop zoals bij de begrafenis van de Zangeres zonder Naam, anderhalf jaar geleden, blijft uit. De bezoekers vertellen op gedempte toon over een moeder die een nicht had, die getrouwd was met `ene van Hermans', of een buurvrouw die vroeger, toen de familie Hermans nog in de Parkstraat woonde, bevriend was met de familie. Er is compassie, maar ook nieuwsgierigheid. Voor het graf staat een bejaarde man met Tirolerhoedje, wandelstok en twee dobermannen die voorzichtig aan de rozen ruiken. Er staat een jonge vrouw met twee kinderen. Drie jongens op mountainbikes. En een betraande oudere vrouw, die kruistekens slaat en `nu ben je weer terug' fluistert, in het dialect.

,,Hij is altijd Sittardenaar gebleven. Heeft zijn afkomst nooit verloochend'', zegt Theo Ronden die tegenover de begraafplaats woont. Ook Ronden heeft een speciale herinnering: ,,De moeder van Toon woonde twee straten verderop. Via haar heb ik als schooljongen een handtekening van Toon gekregen.'' Met zes gulden en 35 cent op zak, en twee koffers, vertrok Toon Hermans in 1942 naar Amsterdam, maar Sittard heeft hem nooit losgelaten. Zijn ouderlijk huis, villa Zomerlust aan de Parklaan, mag zijn gesloopt, in deze plaats liggen zijn wortels. Hier begon ook zijn carrière, in 1931 op het biljart van café Victoria. Na zijn landelijke doorbraak kreeg Sittard een Toon Hermanssingel, een Toon Hermanscollege en een Toon Hermanshuis (voor kankerpatiënten). Hij kreeg de zilveren legpenning van de stad en werd ereburger. Vanaf vandaag tot en met vrijdag ligt er in de trouwzaal van het stadhuis van Sittard een condoleanceregister.

Op de dag dat Toon begraven is loopt de foyer van de stadsschouwburg vol met publiek. Hier vierde Hermans triomfen, hier hangt zijn foto op het formaat van een bij twee meter aan de muur en hier staat zijn bronzen buste. Bij de garderobe hangt een poster van een voorstelling van Toon uit oktober 1988. Toon schreef er met viltstift op: `Wie goot om in Zitterd te zeen!'

,,Het doet me wel iets dat hij dood is. Maar ook weer niet zo veel'', zegt een meisje met een cola. Ze is jong en komt voor cabaretier Bert Visscher die vanavond in Sittard optreedt. Haar vriend ziet een overeenkomst tussen Visscher en Hermans. ,,Hermans was grappig zonder te krenken. Zo is Visscher ook.''

Aan een tafeltje in het theatercafé prikken Thérèse en haar man het beeld door dat Hermans ook altijd van Sittard is blijven houden. ,,Limburg dweepte met hem, maar hij niet altijd met Limburg. Dat was pas op het laatst. Toon was dit stadje ontgroeid.'' Ze zijn fan van Hermans, jazeker. Maar de boel wordt nu wel erg opgeblazen. De televisie heeft zelfs een aangepast programma. Thérèse: ,,Toegegeven, hij was een grote held voor de stad en streek. Wie hebben we hier nu nog, behalve Frans Bauer?''

Bert Visscher begint zijn optreden met een toespraak in zwart pak. Natuurlijk over Toon. Dat het het publiek wel niet ontgaan zal zijn wat er vandaag gebeurd is en dat hij veel van Toon geleerd heeft. Maar ook: dat het niet al te droevig moet worden. ,,Toon zou me een mietje en een watje gevonden hebben als ik vanavond niet zou spelen. Ik weet zeker dat hij hier twee kilometer vandaan meeluistert. Laten we er een ongelooflijk feest van maken. `Spelen, spelen, spelen', zei hij altijd. Doodgaan hoort bij het leven. Dus deze avond is ook een beetje ter ere van Toon. Het wordt mooi vanavond, in zíjn schouwburg, in zíjn Sittard.''