Zelfgemaakt vliegtuig in de Sahara

Beeldend kunstenaar Joost Conijn krijgt morgen de Charlotte Köhlerprijs voor zijn in de Sahara uitgevoerde project `Vliegtuig', een ode aan het menselijk onvermogen. ,,Het is goed voor mij om hard te werken. Anders ben ik anderen maar tot last.''

Een prijs, erkenning, aandacht, het zegt hem allemaal niet zoveel. Joost Conijn (1971), een van de drie winnaars van de Charlotte Köhlerprijzen 2000 in de categorie beeldende kunst, houdt niet van drukte of van mensen die tegen hem aanpraten. Zolang hij zich kan herinneren doet hij precies wat hij wil – en niets anders. Na de middelbare school, waar hij goed was in exacte vakken, koos hij voor de kunstacademie `omdat die de meest open structuur had.' Op de Amsterdamse Rietveld Akademie kreeg hij het al gauw met de docenten aan de stok: ,,Ze inspireerden me geen van allen, en de informatie die je bij vakken als animatie en kunstgeschiedenis over je uitgestort kreeg hield me alleen maar op. Ik ben geen kunstenaar die werkt vanuit een traditie.'' In 1995 werd hij voortijdig van de Rietveld gestuurd, waarna hij werd aangenomen op de tweede fase-opleiding aan het Sandberg Instituut. Toen een docent daar hem eens naar zijn toekomstplannen vroeg, had Conijn zijn antwoord klaar: ,,Ik ga een vliegtuig bouwen.''

Zijn vliegbrevet had hij toen al gehaald, in Tsjechië, waar volgens Conijn iedereen `in tien uur' de praktische beginselen van het vliegen kan leren. Bij De Slegte haalde hij een paar boeken over vliegtuigbouw, waar hij zijn eigen ontwerp losjes op baseerde. Voor het bouwen bood Yvonne Hamstra, directeur van kunstenaarsinitiatief De Fabriek in Eindhoven, hem de benodigde ruimte aan: ,,Ze hoorde me tijdens een opening over mijn plan praten en zei toen meteen: bouw dat vliegtuig maar hier. Ik dacht dat het borrelpraat was, maar een week later belde ze op en kon ik beginnen.'' Het bouwen nam een jaar in beslag. Conijn stelde niet meer dan basale eisen aan zijn voertuig: een ijzeren skelet van 12 meter spanwijdte, verpakt in oranje bouwplastic, met een motor van de sloop en de wielen van een oude motorfiets. Voornaamste en meest bewerkelijke eis: het ding moest het ook echt dóen.

De `ultieme plek' om het vliegtuig te testen vond Conijn in Marokko, in de Sahara. ,,De Sahara is het dichtstbijzijnde gebied waar niets is: geen telefoon, geen post, geen enkele afleiding. Er is alleen de zon. Zo raak je los van een realiteit waarin iets als vliegen in een zelfgemaakt vliegtuig helemaal niet kan. In Nederland loopt iedereen zo netjes in de rij, hè? Alles is geregeld en verzekerd. De garages hier zijn net zo clean en hygiënisch als een ziekenhuis. Marokkanen zijn meer prutsers zoals ik: van oude spullen kunnen ze alles maken. Bovendien zijn ze lastig en brutaal, en dat ben ik ook.''

Hoewel hij zichzelf liever geen kunstenaar noemt en liever dingen bouwt dan ze te verfraaien, legt Conijn zijn verrichtingen doorgaans op video vast, om `mee te kunnen delen wat ik aan het doen ben'. Voor de video `Vliegtuig' reisde Fleur Boonman met Conijn mee naar de Sahara, waar zij na enkele weken werd zij afgelost door Wout, zijn jongere broer. De film toont in een klein halfuur van korte, trefzekere beelden op vaak hilarische wijze welke immense tegenslagen moesten worden overwonnen voor een paar minuten vliegersgeluk. De tocht naar de woestijn in een gammele Citroën DS met laadbak, maaltijden uit blik bij een zelf gestookt kampvuur, talloze vruchteloze pogingen tot opstijgen in een eindeloze zandvlakte, waar het beurtelings snoeiheet en ijskoud is: `Vliegtuig' is één lange ode aan het menselijk onvermogen. Een ode, dat wel, want Conijn vond juist de tegenslagen fascinerend: ,,Mijn broer werd in de woestijn een keer heel boos. `Waarom haal je me hierheen voor iets dat toch nooit lukt?' Het geld was allang op, auto en vliegtuig waren allebei even gammel. Toen zei ik dat het hier juist om ging, om de problemen die je tegenkomt het hoofd te bieden.'' Toen na een zandstorm de motor van het vliegtuig was stukgevroren liep de nood wel erg hoog op, en moest vader Conijn uit Nederland overkomen met een nieuw exemplaar. Conijn, trots: ,,Mijn vader raakte ook volledig in de ban van de woestijn. Hij is tot het einde gebleven, en heeft met mij de tocht per auto mee terug gemaakt, in plaats van te vliegen.''

Met de nieuwe motor bereikte Conijn tenslotte zijn doel: het vliegtuig steeg gedurende een paar korte momenten tot zo'n dertig meter de lucht in. Conijn: ,,Toen het gelukt was was ik uitgeput, maar ik voelde me ook zekerder dan ooit. De euforie van zo'n geslaagde onderneming beklijft maandenlang.'' Terug in Nederland sloeg Conijn gewoon weer aan het bouwen, in een gekraakte loods dit keer, waar hij ook slaapt. Wat hij nu maakt houdt hij liever voor zich, `tot het af is'. Eenmaal aan het werk leeft hij volslagen monomaan: ,,Soms krijg ik overal pijn, en ik moet oppassen dat ik niet vergeet te eten. Maar verder is het goed voor mij om hard te werken. Anders ben ik anderen maar tot last.''

Sinds `Vliegtuig' met succes draaide in kunstcentrum De Appel en bovendien bekend werd dat Conijn er de Charlotte Köhlerprijs voor krijgt, schreeuwt de buitenwereld per mobiele telefoon om zijn aandacht – televisie, radio, kranten. Conijn ziet het als een `korte periode van afleiding' die hij na morgen, de dag van de uitreiking, hopelijk kan afsluiten. ,,Van aandacht ga je maar naast je schoenen lopen, en van kritiek trek ik me toch nooit iets aan. Het enige waar ik op let, zijn de reacties van het publiek als mijn film ergens draait. Zijn de mensen geboeid, blijven ze bij de les? Ik wil dat ook de man in de straat geraakt wordt door wat ik doe. Met `Vliegtuig' ben ik daar denk ik in geslaagd.''