Zaak-Elián gevolg beeldbuiskannibalisme

De bliksemactie om Elián te bevrijden heeft succes gehad: geen bloedbad maar hereniging met zijn vader. Van het tragische tot het absurdste, meent H.J.A. Hofland.

Het gevaar is nu, dat een late demonstratie van vastberadenheid zal eindigen in een bloedbad.' Dat schreef de Washingtonse correspondent van The Economist vorige week. Het was niet de juiste maar ook geen slechte voorspelling. Hoe later de ingreep, hoe groter het risico. Wat Janet Reno, de minister van Justitie, de afgelopen maanden dan ook mocht hebben nagelaten, ze zou nu snel moeten handelen, en zo `vastberaden' dat er geen mogelijkheid tot verweer was.

Het huis in Klein Havana, waar Elián Gonzalez verbleef – woonde of logeerde, dat wist niemand meer – was de afgelopen weken tot het centrum van een door de media omsingeld, in razernij ontspoord circus geworden. Dat er iets moest gebeuren stond vast. Want hoe meer televisie, hoe groter de druk om te handelen. En naarmate de druk toenam, groeide de kans op een slechte afloop. Ook al op de televisie werd het duidelijk dat de familie de kluts kwijtraakte, en daarbij door de permanente aanwezigheid van een contingent Cubanen op straat niet op het verstandige pad werd teruggebracht. Waren er wapens in huis? Ook dat wist niemand. Onderhandelingen of geen onderhandelingen, de zaak escaleerde. Dat was de enige zekerheid.

Zo is Reno tot haar `demonstratie van vastberadenheid' gekomen. Aarzeling en geduld hadden averechts resultaat gehad. Niemand zal het met zekerheid kunnen zeggen of het beter had gekund, maar de late bliksemactie met deze overmacht heeft succes gehad: geen bloedbad, maar een hereniging van de verloren zoon met zijn vader. Het is trouwens niet voor het eerst dat zwaargewapende Amerikaanse politie ergens een deur opentrapt en zo een happy end forceert. Toevallig stond aan de andere kant een fotograaf van Associated Press. En zo zijn de inmiddels wereldberoemde foto's van deze horrorversie van oom agent en het doodsbange kind ontstaan. En ja, dat zal niemand tegenspreken: dit zijn afschuwelijke en hartbrekende beelden.

De zaak-Elián splitst zich nu in drieën. We zouden ons vergissen door de lotgevallen van de jongen, zijn vader (en niet te vergeten, zijn danig in de war geraakte nicht en pleegmoeder), als een `soap opera' te beschouwen. Dat genre sentimenteel drama heeft niets te maken met echte mensen. De `hoofdrolspelers' tegen wil en dank, de slachtoffers, zijn in deze geschiedenis de echte mensen. Zij zijn op de proef gesteld, op een manier die niemand kan verzinnen. De verstandigsten zijn minister Reno en de advocaat van vader Juan Gonzalez, die de media en de familie uit Miami op een afstand houden; en de president die niet bij Elián op bezoek gaat. Alleen op deze manier kunnen vader en zoon uit het circus verdwijnen.

Maar de voorstelling gaat door. Als er een `soap opera' van gemaakt is, dan door verreweg de meeste media en hun publiek. Ik citeer uit het requisitoir van Frank Rich, columnist van de New York Times: ,,Elián is niet meer dan het meest recente object, in bezit genomen door een cultuur die zich in toenemende mate onderscheidt door een pornografische exploitatie van kinderen, in het bijzonder van andermans kinderen die er leuk en knap uitzien. Hij is een kind waar de camera's van houden, dat gekocht en verkocht kan worden, gedramatiseerd en begluurd, ten behoeve van luguber vermaak en winst.'' Als het niet door een Amerikaan was geschreven, zou je denken dat er een overtuigd anti-Amerikanist aan het woord was. Maar het is waar: ,,Elián is opgeofferd aan de mediagoden, die iedere dag een verse plak videovlees van de voorstelling snijden.'' Maakt Rich het te bont? Amerika loopt voorop, maar het is niet het enige land waar de cultuur (het hoge c-woord moet eruit) met `infotainment' wordt verpest. Nederland bijvoorbeeld weet er ook raad mee. Zo groeit uit de `soap opera', in werkelijkheid een kijkfestijn van beeldbuiskannibalisme, een andere discussie: die tussen deze exploitanten van de media en degenen die we voor het gemak intellectuelen zullen noemen. Om ook eens een voorspelling te doen: laatstgenoemden trekken aan het kortste eind.

Dan komt de derde afsplitsing: de politieke. Foto's als deze van de agent en het kind, zijn politieke munitie van het zwaarste kaliber: omdat er niet tegen geargumenteerd kan worden. De eerste politicus die op zaterdagochtend na de ingreep voor de camera's zijn commentaar gaf, was de burgemeester van New York, Rudy Giuliani. Tegen hem wordt de ene betoging na de andere gehouden, wegens police brutality, het rauwe optreden van menig agent tegen een verdachte die tot een minderheid hoort. `Schande!' riep de burgemeester, en nog eens: `Schande'. Een leider van de Cubanen in New York verklaarde dat deze foto hem deed denken aan de SS'ers die Anne Frank hadden weggehaald.

Zulke uitersten, zal men zeggen, zijn geen maatstaven. Maar inmiddels is deze foto, en niet die van de hereniging, zijn eigen leven gaan leiden. Per nieuwsuitzending wordt hij wel een keer of vijf, of tien – het hangt van het Network af – vertoond. Evenmin als van de omhelsfoto van Bill en Monica, kan men er genoeg van krijgen. De Republikeinen willen een onderzoek. Zelfs de altijd tot het liberale neigende New York Times vraagt zich in een hoofdartikel af of de ingreep niet wat kalmer had gekund.

Van het tragische tot het absurdste. Een moeder vlucht met haar kind uit Cuba. Ze verdrinkt. De vader gaat zijn kind halen en in de verwikkelingen die daardoor ontstaan, wordt een foto gemaakt die munitie is in de strijd om het presidentschap. Afgronden van haat worden heropend. De hoofdrolspeler is een kind van zes.

H.J. Hofland is columnist van

NRC Handelsblad.