Van Zweden: nieuwe Haagse Matthäustraditie

Jarenlang speelde Jaap van Zweden Bachs passiemuziek als concertmeester van het Concertgebouworkest. Strak of zwierig, met of zonder vibrato: Van Zweden leerde de Matthäus Passion nauwkeurig kennen onder dirigenten als Harnoncourt, Koopman en Herreweghe, voor hij vrijdagavond bij het Residentie Orkest na een oefening in de provincier zelf zijn officiële Matthäus-debuut maakte als dirigent.

Van alle passies die dit jaar in Nederlandse zalen en kerken klonken, was Van Zwedens Matthäus zondermeer één van de meest intrigerende en bijzondere. Komend seizoen wordt Van Zweden chef-dirigent bij het Residentie Orkest, waar hij de Matthäus-traditie van het orkest verder zal voortzetten. In deze eerste Matthäus onderscheidde Van Zweden zich al door een veelheid aan originele details en verfrissende inzichten, waarin hij bij zowel de koren als het orkest een hoge graad van verfijning bereikte.

Vermoedelijk was het juist zijn intensieve speelervaring die Van Zweden ertoe deed besluiten voor zijn eerste Matthäus terug te gaan naar de bron. Niet één bepaalde uitvoeringstraditie lag ten grondslag aan de vaak opvallende dynamische accenten en tempi, maar een hernieuwde verkenning van de geest van de tekst. Aria's als Aus Liebe en Erbarme dich klonken snel, zodat hier de opwaarts strevende strekking van de Paas-gedachte prevaleerde boven de dramatiek van het passieverhaal.

Van Zweden liet zich door het orkest en het links en rechts tegenover elkaar opgestelde koor omringen, en plaatste de solisten niet voorop het podium, maar achter de in het midden opgestelde basso continuo-groep. Uit zulke details en de manier waarop Van Zweden de strijkers liet fraseren, bleken onmiskenbaar zijn wortels in de authentieke uitvoeringspraktijk. In de koralen ging van Zweden het betrokken zingende Residentie Bachkoor voor in een eveneens tekstgerichte benadering. Luid en bits klonken de beschrijvingen van Christus' beproevingen, zacht fluisterend het beklag daarvan.

Van Zweden de dirigent is niet te ontkoppelen van Van Zweden de violist. Kamermuzikale passages in het orkestspel werden fraai uitgelicht, en overtuigend was ook de manier waarop alle aria's, koren en recitatieven als miniaturen werden benaderd.

Sopraan Nienke Oostenrijk zong mooi en strak, maar zoner veel dramatische diepte en ook het contra-tenorale timbre van alt Johanna Duras ontbeerde in Erbarme dich de wenselijke borstwarmte. Evangelist Hans Peter Blochwitz verleende een aangenaam lyrische klank aan de recitatieven, maar had grote moeite met de hoge regionen van zijn partij. Henk van Heijnsbergen was een sonore Christus, in expressiviteit naar de kroon gestoken door de prachtige, robuuste bas van Ralf Lukas.

Als geheel was dit Matthäus-debuut zonder meer bewonderenswaardig. Gedurende Van Zwedens chef-dirigentschap zal het Residentie Orkest ongetwijfeld verder groeien in het strakke klankideaal waar het nu soms al aan raakte, zodat kan worden uitgezien naar een Haagse Matthäus-traditie met een bijzonder muzikaal, eigen karakter.

Concert: Residentie Orkest, Residentie Bachkoor, Haags Matrozenkoor o.l.v. Jaap van Zweden. J.S. Bach, Matthäus Passion. Gehoord: 21/4, Dr. Anton Philips Zaal, Den Haag.