Slachtoffer blij met `weerwoord'

Justitie moet zich om slachtoffers gaan bekommeren. Eén loket om je recht te halen, nooit meer verdwalen in het openbaar ministerie: de aanpak van Bureau Slachtofferzaken.

Welke invloed heeft het strafbare feit op uw psychische en emotionele welbevinden? Kunt u het gebeurde van zich afzetten?

Op het parket van het openbaar ministerie in Leeuwarden kauwen Patrick en Johanna Tingen langzaam op een broodje. Met hulp van politierechercheur Fred Nauta hebben ze zojuist een lijst met vragen als bovenstaande beantwoord. Dit zal als een zogeheten Victim Impact Statement worden toegevoegd aan het procesdossier als hun zaak voor de rechter komt.

Vorig najaar werd hun 1-jarige dochtertje Risanne vermoord. Nu zijn ze de eerste slachtoffers in het arrondissement Leeuwarden die, op proef, door middel van een slachtofferverklaring een plaats krijgen in het procesrecht. Zodat de rechter hun verdriet kan meewegen in zijn vonnis. Patrick Tingen: ,,Normaal heeft de verdachte het laatste woord in de rechtszaal. Deze verklaring geeft ons eindelijk een weerwoord.'' Het waren zware vragen, zegt Johanna. ,,Omdat je het allemaal weer doormaakt.'' Ze is heel bleek.

Vorige maand kondigde het college van procureurs-generaal aan dat justitie slachtoffers van een delict voortaan beter zal informeren en begeleiden. Alle arrondissementen moeten een zogenoemd één-loket-servicepunt instellen, waar slachtoffers terecht kunnen voor onder meer informatie over hun zaak en begeleiding bij schadebemiddeling of het eisen van smartengeld. Bureau Slachtofferzaken, een etage van het parket Leeuwarden, functioneert sinds twee jaar als zo'n loket. Vorig jaar werden er ruim 4.500 slachtoffers begeleid van delicten die varieerden van vernieling tot moord.

Bureau Slachtofferzaken is een samenwerkingsverband tussen het OM, de politie, de stichting slachtofferhulp, de reclassering en het bureau voor rechtshulp. Onder de paraplu van justitie zijn er van al deze instanties medewerkers op het parket gedetacheerd. Zoals Gezina Stelma, die in zeden- en moordzaken standaard ,,de zakdoekjes mee naar beneden neemt''. Daar zijn de zittingszalen van de rechtbank en daar voorkomt zij dat het slachtoffer onverwacht geconfronteerd wordt met een verdachte.

Stelma houdt het slachtoffer eerst telefonisch op de hoogte van het verloop van een onderzoek en laat als het tot een proces komt tevoren de rechtszaal zien. Zij vangt op, legt uit hoe een rechtszaak werkt en blijft de hele zitting naast het slachtoffer in de zaal zitten. `Informatie en bejegening', heet haar werk. Stelma: ,,En als het nodig is zorgen we dat de behandelend officier van justitie langskomt om de juridische details duidelijk aan een slachtoffer uit te leggen. Het is heel belangrijk dat een slachtoffer weet wat hem te wachten staat. Dat kan veel teleurstelling in justitie voorkomen.''

Patrick en Johanna Tingen kregen zo'n gesprek met de officier toen de hoofdverdachte in hun zaak Angelique van E. vorige maand in vrijheid werd gesteld. Patrick Tingen: ,,We hebben in ieder geval het idee dat het OM ons in de zaak betrekt.'' Politierechercheur Fred Nauta is hun intermediair, met hem hebben ze inmiddels `een 06-hotline' over de loop van het onderzoek. ,,Hem mogen we 's nachts uit bed bellen.'' Niet dat ze dat doen. Het contact met justitie en politie kanaliseert hun emoties enigszins, zegt Patrick Tingen. Daarom wilen ze over de inhoud van hun Victim Impact Statement ook nog niets zeggen en praten ze over hun zaak niet met de pers. ,,We willen dat het gecontroleerd, via de rechter, naar buiten komt.''

Sinds in 1995 de Wet Terwee werd ingevoerd hebben slachtoffers meer rechten in het strafproces. Toen zijn de mogelijkheden schadevergoedingen te eisen uitgebreid en konden slachtoffers zich voortaan als benadeelde in een strafzaak voegen. Zoals Rita (31), die nu aan een medewerkster van Burau Slachtofferzaken vertelt hoe ze mishandeld werd. Ze wil schadevergoeding voor haar kleding, die werd geruïneerd toen ze vluchtend in een sloot belandde. ,,Er was een getuige. Die deed niks.'' Er wordt voor haar een `voegingsformulier' ingevuld. Voor Rita is genoteerd: Een truitje. Een bijpassende broek. Gymschoenen. Was ze gewond? Striemen in haar hals. Een buil op haar hoofd. De rechter mag het straks allemaal meewegen om een schadevergoeding vast te stellen.

Een paar kamers verder zit een uurtje eerder verdachte Marco (22), die verkeersborden heeft vernield, te glunderen. Net als gemeenteambtenaar Henk Fennema die het `slachtoffer', de dienst stadsontwikkeling van de gemeente Leeuwarden, vertegenwoordigt. Marco krijgt van Bureau Slachtofferzaken te horen dat, als hij vóór de zittingsdatum ruim duizend gulden schadevergoeding aan de gemeente betaalt, hij er met een door justitie opgelegde sanctie van 40 gulden vanaf komt. Geen rechtszaak, geen strafblad, maar een transactie met justitie. Marco: ,,Ik had verwacht dat ik hier nog eens streng zou worden toegesproken. Valt dat even mee.'' Fennema vindt de gang van zaken ook ,,prima''. Tot dusver stuurde de gemeente zelf de rekening naar vernielers ,,en dan moest je maar zien of het geld er kwam''. Nu gaat het justitieel incassobureau erachteraan. Marco is net op tijd opgehouden met vernielen. Ging het om 1.500 gulden of meer, dan zou het OM hem moeten dagvaarden.

Voortaan behoren ,,ook slachtoffers tot de klanten van het OM!'', juichte procureur-generaal Dato Steenhuis vorige maand in zijn presentatie van de nieuwe aanpak. Het OM moet wel, slachtoffers zijn de laatste jaren mondiger geworden. Ze nemen het initiatief om verdachten in zedenzaken door eigenrichting aan te pakken. En ze eisen spreekrecht tijdens zittingen. De Vereniging van Ouders van Vermoorde Kinderen verzocht dat vorig jaar nog beleefd. Maar er waren ook al zaken waar slachtoffers in de rechtszaal ongevraagd het woord namen, soms met een vechtpartij, gewonde parketwachten en ontruiming van de zaal tot gevolg.

Bureau Slachtofferzaken moet voorkomen dat het slachtoffer nog langer binnen het OM verdwaalt zoals PG Steenhuis het beschreef: Eindeloos bellend met medewerkers zonder de juiste te pakken te krijgen; in de rechtszaal soms geplaatst naast de familie van de dader; genegeerd door gewichtige officieren. Zo, waarschuwde Steenhuis, gaan slachtoffers op den duur ,,de rechtvaardigheid van het rechtssysteem in twijfel trekken''.

Spreekrecht in de rechtszaal wijst het college van PG's nog af. Justitie is huiverig voor zo'n introductie van emotie in een proces, dat draait om overtuigend bewezen feiten. De proef met het Victim Impact Statement moet uitwijzen of dit bij ernstige delicten zoals zedenzaken of levensdelicten een goed compromis is tussen de justitie-ratio en slachtoffer-emotie. Johanna Tingen: ,,Onze verklaring hoeft van mij niet voorgelezen te worden in de rechtszaal. Als de rechter hem maar leest.''