Onbuigzame Falun Gong plaagt Peking

Een jaar nadat de verboden spirituele beweging Falun Gong een massaal protest hield in het centrum van Peking, is haar aanhang nog even onbuigzaam. Hoewel vele duizenden mensen sindsdien zijn opgepakt en vervolgd, werden vandaag tijdens de informele herdenking van het voorval aan de lopende band protesterende aanhangers van de beweging ingerekend.

Onder toeziend oog van ongelovige buitenlandse toeristen en nieuwsgierige Chinese omstanders op het Plein van de Hemelse Vrede drukte de politie het een na het andere Falun Gong-lid gereedstaande politiebussen in. Op verschillende uithoeken van het Plein probeerden groepjes aanhangers in de lotushouding te gaan zitten, terwijl anderen spandoeken trachtten uit de rollen. Geen van hen, mannen en vrouwen van middelbare of pensioengerechtigde leeftijd, slaagde daarin.

De onverzettelijkheid van de volgelingen van Li Hongzhi is opmerkelijk en daarmee ook de grote zorg van de autoriteiten. Li, een voormalige Chinese ambtenaar die in Amerika woont, is het brein achter de beweging. Falun Gong laat zich kenmerken door een combinatie van meditatie, ademhalingsoefeningen en de moralistische, soms eigenaardige lessen van Li. Volgens zijn aanhang, die door Peking op niet meer dan 2,5 miljoen mensen wordt geschat maar volgens woordervoerders van de beweging zelf tientallen miljoenen volgelingen kent, sterkt Falun Gong lichaam en geest.

Volgens de regering is Falun Gong een gevaarlijke sekte die de openbare orde bedreigt en de dood van ten minste 1.559 mensen heeft veroorzaakt. Het Chinese propaganda-apparaat heeft sinds het formele verbod op de beweging, in juli vorig jaar, een systematische lastercampagne gevoerd. Vele duizenden volgelingen zijn inmiddels opgepakt en vervolgd. Volgens onbevestigde cijfers van een woordvoerder van de beweging zelf zijn in totaal 35.000 volgelingen in hechtenis genomen en vijfduizend anderen zonder vorm van proces naar zogenaamde heropvoedingskampen gestuurd.

Hoewel Falun Gong een grote aanhang kent, is de beweging tot 25 april vorig jaar vrijwel niet in het nieuws geweest. De stille demonstratie van tussen tien- en vijftienduizend mensen die zich op die dag rond het regeringscentrum verzamelden, kwam voor de Chinese partijleiding als een complete verrassing. De demonstranten eisten erkenning en gerechtigheid voor hun beweging. Het was de grootste demonstratie sinds de neergeslagen studentenprotesten in 1989. De sterke organisatie en de brede aanhang die binnen alle geledingen van de Chinese bureaucratie voor de beweging te vinden bleek, resulteerden in een paniekreactie onder de leiding van de in naam atheïstische staat. Maar de heksenjacht die daarop in opdracht van president Jiang Zemin werd ontketend, heeft het geloof in Li niet gebroken. Integendeel, de structurele vervolging van Falun Gong lijkt zozeer op de politieke lastercampagnes van de jaren vijftig en zestig, dat weinigen het ogenschijnlijk gevaar van Falun Gong serieus nemen.

Peking zit nu opgezadeld met een groep oudere Chinezen die aanvankelijk Falun Gong hebben bedreven vanuit onschuldige spirituele en lichamelijke overwegingen. Inmiddels is haar aanhang uitgegroeid tot een reusachtig bolwerk van dissidenten – mensen die gebruik wensen te maken van het recht dat hun volgens de Chinese grondwet geboden wordt: vrijheid van geloof en meningsuiting.