Lauwe soep van De Rotterdamse Dansgroep

De nieuwe lichting jonge choreografen in de moderne dans is allesbehalve wild en experimenteel. Velen zoeken hun heil in het uitpluizen van de ideeën van hun leermeesters met als resultaat een verse, maar klonterende instantsoep: een beetje van henzelf en een beetje voorkooksel van de chef-choreograaf.

De Rotterdamse Dansgroep is 25 jaar geleden opgericht onder de naam Werkcentrum Dans als laboratorium voor de ontwikkeling van eigentijdse dans. De groep heeft een reputatie hoog te houden als het gaat om jong talent. Vorig jaar vertrok artistiek leider van het eerste uur Käthy Gosschalk en maakte plaats voor Ton Simons. Toch is het nog niet zijn handtekening die onder het nieuwe programma En Route gezet kan worden, want Gosschalk nodigde de drie relatief jonge choreografen Raymond Esterhuizen (1968), Kory Perigo (1971) en Bruno Listopad (1976) uit. De eerste twee zijn eigen kweek en als danser aan DRD verbonden, de Portugees Listopad is de rijzende ster aan het dansfirmament en werkte eerder al voor gezelschappen als dat van Krisztina de Châtel. Gedrieën dienen ze een lauw soepje op.

Esterhuizen is in Indigo Trance Orbiting nog het eigenzinnigst en theatraal het inventiefst. Alsof Startrek tot leven komt staan vier dansers in lichtcirkels bijna klaar om `opgebeamd' te worden. Als ze eruit stappen bewegen ze zich machinaal en houterig, zoals ook de sfeervolle geluidsband vol staat met machinale geluidssamples. Slechts af en toe breken de zeven dansers in het stuk even los uit hun strakke robotstructuur en blijken ze zich in hun dunne ruimtepakken vrij te kunnen bewegen. Het bewegingsvocabulaire van Esterhuizen is niet wereldschokkend en lijkt soms verdacht veel op de `klontvorming' van Listopad en Perigo. Een aantal dansers is ogenschijnlijk aan elkaar geketend met arm, been, romp, hoofd of rug in een moderne vorm van kruip-door-sluip-door. Ze verkennen de mogelijkheden van het lichamelijk contact alsof de contactimprovisaties opnieuw uitgevonden worden. Esterhuizen laat de lichamen nog het meest vrij in ruimte en tijd (en ritme) en daardoor is hij visueel en theatraal sterk.

Listopad, die bekend staat als een dynamisch choreograaf, doet het in Sharp Edged Knife and Removed Context rustig aan. De man in het duet beschrijft zijn en haar bewegingen (`I pull her, I give her my leg') maar na iedere sequentie bevriezen ze de laatste beweging om dan weer rustig met elkaar verder te gaan. De geluidscollage van Dirk Haubrich die net als bij Esterhuizen uit machine- en motorsamples bestaat, bevriest met de beweging mee en creëert een bijna saaie, voorspelbare kalmte. De scherpe kantjes zijn er dit keer af bij Listopad en we moeten het doen zonder zijn speelsheid, humor en energie. Zijn choreografie is meer een voorstudie voor een ingetogen duet dan een verfrissende, uitgedragen visie op beweging. Een stuk zonder context ditmaal.

Kory Perigo is de `klonterkampioen' van het trio; de Amerikaan vraagt zich in White Day af `hoe je als mens omgaat met het gegeven dat je niet solitair kunt leven'. Zijn vier in het wit gestoken dansers verzinnen allerlei constructies waarin ze elkaar voortdurend aanraken, maar toch vrij lijken te kunnen bewegen. De kluwen aan lichamen is niet het antwoord. Juist in een solo, liggend op de vloer uitgevoerd, wordt Perigo choreografisch wat interessanter. Solitair leven is dan zelfs aangenaam, zoals het dat ook is als de vier swingen op de muziek van de Rolling Stones, met z'n allen in de maat.

De Rotterdamse Dansgroep: En Route. Met `Indigo Trance Orbiting', choreografie Raymond Esterhuizen; `Sharp Edged Knife and Removed Context', choreografie Bruno Listopad; `White Day', choreografie Kory Perigo; `Solo', choreografie Nanine Linning. Gezien: 5/4 Schouwburg Rotterdam. Tournee t/m 25/5. Inl: (010) 4364511